BRCA1 en BRCA2
Kiembaanmutaties in het
BRCA1- of BRCA2-gen leiden tot autosomaal dominant
erfelijke aanleg voor borstkanker en adnextumoren (eierstokkanker,
eileiderkanker).
Klinische kenmerken die wijzen op erfelijke aanleg voor borst- en
eierstokkanker door BRCA1-/ BRCA2-mutaties zijn:
a) kenmerken van de patiënt: jonge leeftijd van diagnose, bilaterale borstkanker, borstkanker & eierstokkanker, borstkanker bij een man, eileiderkanker,
b) kenmerken van de familie: vele gevallen van borst- en/of eierstokkanker in opeenvolgende generaties en
c) kenmerken van de tumor; zo zijn sereuze ovariumcarcinomen wel en mucineuze en borderline ovariumtumoren waarschijnlijk niet geassocieerd met BRCA1- of BRCA2-mutaties (Werness et al., 2003, Lakhani et al., 2004).
Andere erfelijke vormen van borst- en eierstokkanker
Zeldzame andere vormen van autosomaal dominant erfelijke borstkanker zijn onder meer Li-Fraumeni syndroom (TP53- mutaties), Cowden syndroom (PTEN-mutaties) en Peutz-Jeghers syndroom (STK11-mutaties). Ovariumcarcinoom is onderdeel van het tumorspectrum van HNPCC (hereditair nonpolyposis colorectaal carcinoom, Lynch syndroom) (mutaties in DNA-mismatch-repair genen) en Peutz-Jeghers syndroom (STK11-mutaties).
Risicogroepen
Periodiek onderzoek naar borstkanker
komt in aanmerking voor de algemene bevolking vanaf de leeftijd van 50 jaar
(bevolkingsonderzoek) en voor vrouwen met een genetisch bepaalde verhoogde
kans op borstkanker, indien het lifetime risico 20% of hoger is.
CBO en
NHG
Er zijn verschillende aanbevelingen gegeven voor periodiek onderzoek op
borstkanker bij een verhoogd genetisch risico op de aandoening, in
Nederland vanuit het CBO en vanuit de huisartsgeneeskunde (van Asperen et
al., 2001, Wiersma et al. (2003) (Tabel 3.10) internationaal bijvoorbeeld
door een Britse werkgroep (Sauven et al.,
2004).
|
Standaard “Diagnostiek van mammacarcinoom” van het Nederlands Huisartsen Genootschap: beleid bij familiaire belasting voor borstkanker (naar Wiersma et al., 2003) |
||
|
Aantal verwanten met borstkanker |
Borstkanker bij tenminste één familielid ontdekt < 50 jaar§ |
Borstkanker bij alle familieleden ontdekt = 50 jaar§ |
|
1 eerstegraads |
Periodiek onderzoek# |
Geen (extra) onderzoek |
|
2 eerstegraads |
Consultatie* |
Periodiek onderzoek# |
|
3 eerstegraads |
Verwijzing* |
Verwijzing* |
|
1 tweedegraads |
Geen (extra) onderzoek |
Geen (extra) onderzoek |
|
2 tweedegraads |
Consultatie* |
Periodiek onderzoek# |
|
3 tweedegraads |
Consultatie* |
Consultatie* |
§: indien ook eierstokkanker in de familie voorkomt: consultatie; #: vanaf 35 jaar jaarlijks lichamelijk onderzoek door de huisarts en mammografie, vanaf 50 jaar bevolkingsonderzoek; *consultatie van/ verwijzing naar Polikliniek Erfelijke Tumoren
In de standaard voor huisartsen wordt periodiek onderzoek aanbevolen indien één eerstegraads verwant borstkanker had < 50 jaar. Volgens de Claus-tabellen is het lifetime risico echter slechts licht verhoogd indien één verwant borstkanker had tussen 40 en 50 jaar. In de CBO-richtlijn werd voor eerstegraads verwanten van vrouwen met leeftijden van diagnose tussen 40 en 50 jaar periodiek onderzoek niet geïndiceerd geacht bij een grote familie met vele niet-aangedane familieleden (Wobbes, 2003).
Mammografie op
jonge leeftijd
Periodiek onderzoek voor vroege opsporing en behandeling van borstkanker
lijkt een logische maatregel voor vrouwen met een verhoogde kans op de
aandoening, om zo ziekte en sterfte door borstkanker te voorkómen. Er
is nu echter geen bewijs voor het nut van periodiek borstonderzoek onder de
leeftijd van 50 jaar, ook niet als het gaat om groepen met een verhoogd
genetisch risico.
Er zijn vele – deels theoretische, deels aangetoonde – nadelen van screening op borstkanker op jonge leeftijd, waaronder inductie van tumoren door straling, geringe gevoeligheid van mammografie voor het opsporen van tumoren, en fout-positieve bevindingen, die leiden tot invasief verder onderzoek. Recent heeft een Britse werkgroep de stand van kennis aldus verwoord: “Mammographic screening of women at familial risk is of unproven benefit and should only be undertaken according to strict unit protocols or, preferably, within a clinical trial” (Sauven et al., 2004). In een richtlijn uit 2003 van de American Cancer Society (Smith et al., 2003) worden de verschillende toegepaste modaliteiten van screening voor de betreffende doelgroep opgesomd, zoals starten van screening op de leeftijd van 30 jaar. De conclusie is, dat “the evidence currently available is insufficient to justify recommendations for any of these screening approaches”.
Deze overwegingen vormen de voornaamste reden om terughoudend te zijn met periodiek borstonderzoek op jonge leeftijd en reden om slechts bij uitzondering te starten vóór de leeftijd van 35 jaar.
Een indruk van de resultaten van screening middels mammografie binnen een polikliniek familiaire tumoren wordt gegeven door Murday et al. (2004).
MRI
Recente grote studies hebben de toepassing van MRI van de mammae onder de
aandacht gebracht, voor BRCA1/ BRCA2-mutatiedraagsters en
voor groepen met verschillende hoogten van risico op borstkanker, waaronder
BRCA1/ BRCA2-mutatiedraagsters. De MRI blijkt voor de
hoog-risico-groep een duidelijke meerwaarde te hebben voor vroege opsporing
van tumoren ((Warner et al., 2004, Kriege et al., 2004, Liberman, 2004,
Robson & Offit, 2004). Het effect op uiteindelijke sterfte aan
borstkanker is nog niet bekend.
In Nederland is gekozen voor een startleeftijd van 25 jaar voor onderzoek bij BRCA1/ BRCA2 mutatiedraagsters. Recent is voor deze groep - om stralenbelasting op jonge leeftijd te voorkomen - screening middels MRI voorgesteld tussen de leeftijden van 25 en 30 jaar, en screening door jaarlijkse mammografie en MRI vanaf 30 jaar.
Beleid: risicogroepen, preventieve maatregelen
|
Beleid voor vrouwen met een verhoogde kans op borstkanker: risicogroepen |
|||
|
Lifetime risico§ |
Risicogroep |
Schema# |
Uitvoering |
|
15-20% |
Licht verhoogd |
I |
Bevolkingsonderzoek# |
|
20-30% |
Matig verhoogd |
II |
Huisarts |
|
> 30% |
Sterk verhoogd |
III |
Chirurg/ Polikliniek Familiaire Tumoren |
|
BRCA1 -mutatiedraagster |
Zeer sterk verhoogd |
IV |
Chirurg/ Polikliniek Familiaire Tumoren |
|
BRCA2 -mutatiedraagster |
Zeer sterk verhoogd |
IV |
Chirurg/ Polikliniek Familiaire Tumoren |
§ Bepaling risico: zie
betreffende paragraaf
# zie ook onderstaande tabel, eerste voetnoot
|
Beleid voor vrouwen met een verhoogde kans op borstkanker: schema van onderzoek |
||||
|
Schema van onderzoek |
Beginlfd.
|
Borstzelf-onderzoek elke |
Lichamelijk onderzoek elk |
Mammografie elk |
|
I* |
50 jr |
Maand |
|
Twee jaar¶ |
|
II |
35 jr |
Maand |
Jaar |
Jaar/ twee jaar° |
|
III |
35 jr§ |
Maand |
Half jaar* |
Jaar* |
|
IV |
25 jr |
Maand |
Half jaar |
Jaar# |
*Eventueel screening
volgens risicogroep II: keuze mede afhankelijk van de hoogte van het
risico, de familiegegevens en de wens van de betreffende
vrouw
¶
Bevolkingsonderzoek
° 35-50 jaar: jaarlijks, vanaf 50-75 jaar tweejaarlijks
(bevolkingsonderzoek)
§ Bij uitzondering bij groep III starten voor de leeftijd van 35 jaar,
afhankelijk van de leeftijd van optreden van borstkanker in de familie en
de wens van de betreffende vrouw; screening tussen 25 en 35 jaar: in een
gespecialiseerd centrum, bij voorkeur in studieverband, methode MRI, echo
en/ of mammografie
* Eventueel: 35-50 jaar: halfjaarlijks lichamelijk onderzoek, 50-60 jaar
jaarlijks lichamelijk onderzoek, vanaf 60 jaar bevolkingsonderzoek
# tussen 25 en 30 jaar MRI, vanaf 30 jaar mammografie & MRI; er is geen
consensus over een eventueel minder intensief schema op oudere
leeftijd
Onderzoek op eierstokkanker
Risicogroepen
Periodiek onderzoek naar eierstokkanker komt in aanmerking voor vrouwen met
een genetisch bepaalde verhoogde kans op eierstokkanker, indien het
lifetime risico 10% of hoger is. In de praktijk gaat het meestal om de
volgende groepen:
Schema van
onderzoek
Vanaf 35 jaar jaarlijks gynaecologisch onderzoek inclusief transvaginale
echoscopie en bepaling van het CA125 gehalte in het serum.
Effectiviteit van periodiek onderzoek
De door
screening gevonden adnextumoren bij vrouwen met een erfelijk bepaalde hoge
kans op ovariumcarcinoom hebben in ongeveer 75% van de gevallen een laat
stadium van tumorgroei. Het nut van periodiek onderzoek op eierstokkanker
ter voorkoming van ziekte door en sterfte aan deze aandoening is niet
bewezen. De vraag naar het nut van screening is in Nederland thans
onderwerp van evaluatie.
Er zijn vele aanwijzingen, dat erfelijke (sereuze) eierstokkanker een ander biologisch gedrag heeft dan andere ovariumtumoren en bij klinische presentatie meestal al een ver stadium van tumorgroei toont. Hierdoor zou het doel van screening - vroege opsporing en behandeling - voor deze subgroep moeilijk of niet kunnen worden bereikt (Hogg & Friedlander, 2004).
Profylactische mastectomie
Indicaties
Een vastgestelde sterk verhoogde kans op
borstkanker, als regel bij aangetoonde pathogene BRCA1/2
mutatie.
Voortraject
Voordat besloten wordt tot profylactische
mastectomie dient genetisch onderzoek te zijn verricht waarbij een sterk
verhoogde kans op borstkanker is vastgesteld. Voorts dient de vrouw
voorgelicht te zijn over de procedure en over alternatieven
(inclusief psychosociale evaluatie en begeleiding) en dient een bedenktijd
in acht te zijn genomen (Sauven et al., 2004). Bij de voorlichting over
preventieve mastectomie worden ook de mogelijkheden van reconstructie
betrokken.
Technieken
Er zijn verschillende technieken van
operatie en reconstructie. In principe wordt zo veel mogelijk
borstklierweefsel verwijderd (Contant et al., 2002). Recent zijn de voor-
en nadelen van subcutane mastecomie (versus totale mastectomie) voor
BRCA1-/ BRCA2-mutatiedraagsters geanalyseerd (Metcalfe
& Narod, 2005). Gedetailleerd histologisch onderzoek van het
operatiepreparaat op occult carcinoom is nodig.
Contralaterale mastectomie na eerdere borstkanker vermindert de kans op opnieuw borstkanker zeer sterk. Het is niet zeker of voor vrouwen met een eerder mammacarcinoom door contralaterale mastectomie de kans op sterfte aan borstkanker wordt gereduceerd (Metcalfe et al., 2004).
Restkans op kanker
Profylactische mastectomie geeft
ongeveer 90% reductie van de kans op borstkanker (van 70% naar 7% tot de
leeftijd van 70 jaar) (Rebbeck et al., 2004).
Psychosociale belasting
Een deel van de vrouwen die
profylactische mastectomie (al dan niet met adnectomie) ondergaat heeft
psychosociale problemen op het gebied van lichaamsbeleving en seksualiteit.
Factoren die de kans op problemen in de toekomst mede bepalen dienen
voorafgaand aan de ingreep te worden geëvalueerd door een
gespecialiseerde psychosociaal hulpverlener. Langdurige begeleiding komt in
aanmerking (van Oostrom et al., 2003, Sauven et al., 2004).
Profylactische adnectomie
Indicaties
Een vastgestelde sterk verhoogde kans op
adnextumoren, als regel bij een aangetoonde pathogene BRCA1/2
mutatie. Gezien de geringe effectiviteit van periodiek screenend onderzoek
op adnextumoren wordt preventieve operatie in genoemde gevallen aanbevolen;
de operatie wordt veelal vanaf 40 jaar verricht.
Voortraject
Voordat besloten wordt tot profylactische
adnectomie dient genetisch onderzoek te zijn verricht waarbij een sterk
verhoogde kans op eierstokkanker is vastgesteld. Voorts dient de vrouw
voorgelicht te zijn over de procedure en over alternatieven
(inclusief psychosociale evaluatie en begeleiding) en dient een bedenktijd
in acht te zijn genomen (Sauven et al., 2004).
Technieken
Bij verwijdering van de ovaria dienen ook steeds de eileiders te worden
verwijderd. Gedetailleerd histologisch onderzoek van het operatiepreparaat
op occult carcinoom is nodig, gezien de reële mogelijkheid van een
occulte tumor. De kans op occult carcinoom ontdekt na profylactische
adnectomie bij vrouwen met een genetisch bepaalde hoge kans op adnextumoren
ligt in de orde van 5% (Agoff et al., 2004, Olivier et al., 2004).
Restkans op kanker
Na profylactische adnectomie
hebben BRCA1/2 mutatiedraagsters nog een kans van enkele procenten
op primair coeloomcarcinoom. Door adnectomie neemt niet alleen de kans op
ovariumcarcinoom sterk af, ook de kans op borstkanker wordt gereduceerd
(Rebbeck et al., 2002, Kauff et al., 2002).
Psychosociale belasting
Een deel van de vrouwen die
profylactische adnectomie ondergaat heeft psychosociale problemen op het
gebied van lichaamsbeleving en seksualiteit. Factoren die de kans op
problemen in de toekomst mede bepalen dienen voorafgaand aan de ingreep te
worden geëvalueerd door een gespecialiseerde psychosociaal
hulpverlener. Langdurige begeleiding komt in aanmerking (van Oostrom et
al., 2003, Sauven et al., 2004).
In onderstaande tabel wordt een en ander
samengevat.
|
Beleid voor preventieve chirurgie vrouwen met een sterk verhoogde kans op borst- en eierstokkanker |
|
|
Indicatie voor profylactische chirurgie |
1)
Dragerschap van een pathogene BRCA1/2 mutatie,
of |
|
Voortraject |
Recente
klinisch-genetische evaluatie |
|
Inhoud voorlichting |
Kans op
kanker |
|
Soort ingreep mastectomie |
In het algemeen totale mastectomie met verwijdering tepel en tepelhof |
|
Soort ingreep adnectomie |
Bilaterale salpingo-oöphorectomie |
|
Histologisch onderzoek operatiepreparaat |
Standaard gedetailleerd onderzoek |
|
Hormonale substitutie |
Instelling door gynaecoloog |
|
Follow-up |
Overweeg controle eens per jaar: somatisch, psychosociaal |
Appendix 1: Risico op borstkanker: Claus’ tabellen (Claus et al., 1994)
|
Kans op borstkanker voor een vrouw, indien borstkanker voorkwam bij één eerstegraads familielid, naar leeftijd van diagnose (Claus et al., 1994) |
|
|
Leeftijd diagnose: |
Kans op borstkanker tot 79 jaar: |
|
20-29
jr |
21% |
|
Kans op borstkanker voor een vrouw, indien borstkanker voorkwam bij twee eerstegraads familieleden, naar leeftijden van diagnose (Claus et al., 1994) |
||
|
Leeftijd diagnose bij eerste familielid: |
Leeftijd diagnose bij tweede familielid: |
Kans op borstkanker tot 79 jaar: |
|
20-29 jr |
20-29
jr |
48% |
|
30-39 jr |
30-39
jr |
44% |
|
40-49 jr |
40-49
jr |
35% |
|
50-59 jr |
50-59
jr |
25% |
|
60-69 jr |
60-69
jr |
16% |
|
70-79 jr |
70-79 jr |
11% |
|
Kans op borstkanker voor een vrouw, indien borstkanker voorkwam bij moeder en een zuster van moeder, naar leeftijden van diagnose (Claus et al., 1994)* |
||
|
Leeftijd diagnose bij moeder: |
Leeftijd diagnose bij zuster van moeder: |
Kans op borstkanker tot 79 jaar: |
|
20-29 jr |
20-29
jr |
45% |
|
30-39 jr |
20-29
jr |
43% |
|
40-49 jr |
20-29
jr |
41% |
|
50-59 jr |
20-29
jr |
37% |
|
60-69 jr |
20-29
jr |
32% |
|
70-79 jr |
20-29
jr |
26% |
* idem voor moeder en moeders moeder
|
Kans op borstkanker voor een vrouw, indien borstkanker voorkwam bij twee tweedegraads familieleden (beide aan moeders of aan vaders zijde), naar leeftijden van diagnose (Claus et al., 1994) |
||
|
Leeftijd diagnose bij eerste familielid: |
Leeftijd diagnose bij tweede familielid: |
Kans op borstkanker tot 79 jaar: |
|
20-29 jr |
20-29
jr |
26% |
|
30-39 jr |
30-39
jr |
25% |
|
40-49 jr |
40-49
jr |
21% |
|
50-59 jr |
50-59
jr |
16% |
|
60-69 jr |
60-69jr |
12% |
|
70-79 jr |
70-79 jr |
9% |
Appendix 2: Prevalentie van BRCA1/2 mutaties bij patiënten met eierstokkanker
|
BRCA1/2 mutaties bij patienten met eierstokkanker |
|||||
|
Aantal pat. |
Omschrijving patiëntengroep |
BRCA1 |
BRCA2 |
Opmerkingen |
Referentie |
|
107 |
Alle |
1.9% |
n.t. |
|
Janezic, 1999 |
|
191 |
< 30 jaar |
0% |
0% |
Geen argument voor testen op BRCA1/2 mutaties bij zeer jonge leeftijd van diagnose |
Stratton, 1999 |
|
233 |
Alle |
5% |
1% |
|
Sarantaus, 2001
|
|
96 |
< 50 jaar |
7% |
0% |
||
|
182 |
Niet familiair |
3% |
0% |
||
|
515 |
Invasief |
7.6% |
4.1% |
Frequentie van mutaties naar ethnische subgroep uiteenlopend van 0% tot 26.3% |
Risch, 2001
|
|
99 |
Invasief & sereus subtype |
28.3% |
8.1% |
||
|
504 |
Niet familiair, inclusief borderline histologie |
2.0% |
2.4% |
||
|
96 |
£ 40 jaar |
3.1% |
1.0% |
||
|
136 |
41 £ 50 jaar |
15.4% |
2.9% |
||
|
102 |
Alle |
9.8% |
8.1% |
Turkse populatie |
Yazici, 2002
|
|
87 |
Niet familiair |
6.9% |
8.1% |
||
|
28 |
< 50 jaar en sereuze histologie |
14.3% |
14.3% |
||
|
779 |
Alle |
22% |
7.3% |
BRCA1/2 founder mutaties in Israël
|
Hirsch-Yechezkel, 2003 |
|
364 |
Alle |
13.5% |
|
BRCA1 founder mutaties in Polen
|
Menkiszak, 2003 |
|
112 |
£ 50 jaar |
21.4% |
|||
|
318 |
Niet familiair |
9.1% |
|||
|
478 |
Alle |
4% |
|
BRCA1 founder mutaties in Noorwegen |
Bjørge, 2004
|
|
176 |
< 50 jaar |
7.4% |
|||
|
161 |
Alle |
7.5% |
0.6% |
Positieve familie-anamnese bij 12/ 13 mutatiedragers; de sporadische patiënte had eerder mammacarcinoom |
Malander, 2004 |
Agoff, S.N., Garcia, R.L., Goff, B. et al. Follow-up of in situ and early-stage Fallopian tube carcinoma in patients undergoing prophylactic surgery for proven or suspected BRCA1- or BRCA2-mutations. Am. J. Surg. Pathol. 2004; 28: 1112-1114
Amir, E., Evans, D.G., Shenton, A. et al. Evaluation of breast cancer risk assessment packages in the family history evaluation and screening programme. J. Med. Genet. 2003; 40: 807-814
Antoniu, A.C., Pharoah, P.D.P., McMullan, G. et al. A comprehensive model for familial breast cancer incorporating BRCA1, BRCA2 and other genes. Br. J. Cancer 2002; 86: 76-83
Antoniu, A.C., Pharoah, P.D.P., Smith, P. et al. The BOADICEA model of genetic susceptibility to breast and ovarian cancer. Br. J. Cancer 2004; 91: 1580-1590
Asperen, van, C.J., de Bock, G.H., van der Horst, F. et al. Screening op mammacarcinoom buiten het landelijke bevolkingsonderzoek, op grond van individuele risico-inschatting. Ned. Tijdschr. Geneeskd. 2001; 145: 120-125
Asperen, van, C.J., Jonker, M.A., Jacobi, C.E. et al. Risk estimation for healthy women from breast cancer families: new insights and new strategies. Cancer Epidemiol. Biomarkers Prev. 2004; 13: 87-93
Basham, V.M., Lipscombe, J.M., Ward, J.M. et al. BRCA1 and BRCA2 mutations in a population-based study of male breast cancer. Breast Cancer Res. 2002; 4: R2
Bjørge, T., Lie, A.K., Hovig, E. et al. BRCA1 mutations in ovarian cancer and borderline tumours in Norway: a nested case-control study. Br J. Cancer 2004; 1-6
Boyd, J., Rhei, E., Federici, M.G. et al. Male breast cancer in hereditary nonpolyposis colorectal cancer syndrome. Breast Cancer Res. Treat. 1999; 53: 87-91
Claus, E.B., Risch, N., Thompson, W.D. Autosomal dominant inheritance of early-onset breast cancer. Implications for risk prediction. Cancer 1994; 73: 643-651
Contant, C.M.E., Menke-Pluijmers, M.B.E., Seynaeve, C. et al. Clinical experience of prophylactic mastectomy followed by immediate breast reconstruction in women at hereditary risk of breast cancer (HB(O)C) or a proven BRCA1 and BRCA2 germ-line mutation. EJSO 2002; 28: 627-632
Evans, D.G.R., Eccles, D.M., Rahman, N. et al. A new scoring system for the chances of identifying a BRCA1/2 mutation outperforms existing models including BRCAPRO. J. Med. Genet. 2004; 41: 474-480
Frank, T.S., Deffenbaugh, A.M., Reid, J.E. et al. Clinical characteristics of individuals with germline mutations in BRCA1 and BRCA2: analysis of 10,000 individuals. J. Clin. Oncol. 2002; 20: 1480-1490
Goldgar, D.E., Easton, D.F., Deffenbach, A.M., et al. Integrated evaluation of DNA sequence variants of unknown clinical significance: application to BRCA1 and BRCA2. Am. J. Hum. Genet. 2004; 75: 535-544
Hampel, H. et al. Referral for cancer genetics consultation: a review and compilation of risk assessment criteria. J. Med. Genet. 2004; 41: 81-91
Hirsh-Yechezkel, G., Chetrit, A., Lubin, F. Et al. Population attributes affecting the prevalence of BRCA mutation carriers in epithelial ovarian cancer cases in Israel. Gynecol. Oncol. 2003; 89: 494-498
Hogg, R. & Friedlander, M. Biology of epithelial ovarian cancer : implications for screening women at high genetic risk. J. Clin. Oncol. 2004; 22: 1315-1327
Janezic, S.A., Ziogas, A., Krumroy, L.M. et al. Germline BRCA1 alterations in a population-based series of ovarian cancer cases. Hum. Mol. Genet. 1999; 8: 889-897
Kauff, N.D., Satagopan, J.M., Robson, M.E. et al. Risk-reducing salpingo-oophorectomy in women with a BRCA1 or BRCA2 mutation. N. Engl. J. Med. 2002; 346: 1609-1615
King, M-C., Marks, J.H., Mandell, J.B. et al. Breast and ovarian cancer risks due to inherited mutations in BRCA1 and bRCA2. Science 2003; 302: 643-646
Kriege, M., Brekelmans, C.T.M., Boetes, C. et al. Efficacy of MRI and mammography for breast-cancer screening in women with a familial or genetic predisposition. N. Engl. J. Med. 2004; 351: 427-437
Lakhani, S.R., Manek, S., Penault-Llorca, F. et al. Pathology of ovarian cancer in BRCA1 and BRCA2 carriers. Clin. Cancer Res. 2004; 10: 2473-2481
Levy-Lahad, E. & Plon, E. A risky business-assessing breast cancer risk. Science 2003; 302: 574-575
Liberman, L. Breast cancer screening with MRI – what are the data for patients at high risk? N. Engl. J. Med. 2004; 351: 497-500
Liede, A., Karlan, B.Y., Narod, S.A. Cancer risks for male carriers of germline mutations in BRCA1 or BRCA2: a review of the literature. J. Clin. Oncol. 2004; 22: 735-742
Malander, S., Ridderheim, M., Måsbäck, A. et al. One in 10 ovarian cancer patients carry germ line BRCA1 or BRCA2 mutations: results of a prospective study in Southern Sweden. Eur. J. Cancer 2004; 40: 422-428
Marroni, F., Aretini, P., D´Andrea, E. et al. Evaluation of widely used models for predicting BRCA1 and BRCA2 mutations. J. Med. Genet. 2004; 41: 278-285
Menkiszak, J., Gronwald, J., Górski, B. et al. Hereditary ovarian cancer in Poland. Int. J. Cancer 2003; 106: 942-945
Metcalfe, K., Lynch, H.T., Ghadirian, P. et al. Contralateral breast cancer in BRCA1 and BRCA2 mutation carriers. J. Clin. Oncol. 2004; 22: 2328-2335
Metcalfe, K.A., Narod, S.A. Time to reconsider subcutaneous mastectomy for breast-cancer prevention? Lancet Oncol. 2005; 6: 431-434
Moss, S. Should women under 50 be screened for breast cancer? Br. J. Cancer 2004; 91: 413-417
Murday, V., Pears, R., Ball, J et al. An audit of screening for familial breast cancer before 50 years in the South Thames Region – have we got it right? Fam. Cancer 2004; 3: 29-34
Olivier, R.I., van Beurden, M., Lubsen, M.A.C. et al. Clinical outcome of prophylactic oophorectomy in BRCA1/ BRCA2 mutation carriers and events during follow-up. Br. J. Cancer 2004; 90: 1492-1497
Oostrom, van, I., Meijers.-Heijboer, H., Lodder, L.N. et al. Long-term psychological impact of carrying a BRCA1/2 mutation and prophylactic surgery: a 5-year follow-up study. J. Clin. Oncol. 2003; 21: 3867-3874
Rebbeck, T.R., Friebel, T., Lynch, H.T. et al. Bilateral prophylactic mastectomy reduces breast cancer risk in BRCA1 and BRCA2 mutation carriers: The PROSE study group. J. Clin. Oncol. 2004; 22: 1055-1062
Risch, H.A., McLaughlin, J.R., Cole, D.E.C. Prevalence and penetrance of germline BRCA1 and BRCA2 mutations in a series of 649 women with ovarian cancer. Am. J. Hum Genet 2001; 68: 700-710
Robson, M.E., Offit, K. Breast MRI for women with hereditary cancer risk. JAMA 2004; 292: 1368-1370
Rubinstein, W.S. Hereditary breast cancer in Jews. Fam. Cancer 2004; 3: 249-257
Sarantaus, L., Vehteristo, P., Bloom, E. et al. BRCA1 and BRCA2 mutations among 233 unselected Finnish ovarian carcinoma patients. Eur. J. Hum. Genet. 2001; 9: 424-430
Sauven, P. et al. Guidelines for the management of women at increased familial risk of breast cancer. Eur. J. Cancer 2004; 40: 653-665
Smith, R.A., Saslow, D., Sawyer, K.A. et al. American Cancer Society guidelines for breast cancer screening: update 2003. CA Cancer J. Clin. 2003; 53: 141-149
Stratton, J.F., Pharao, P., Smith, S.K. et al. A systematic review and meta-analysis of family history and risk of ovarian cancer. Br. J. Obstet. Gynaecol. 1998; 105: 493-499
Stratton, J.F., Thompson, D., Bobrow, L. et al. The genetic epidemioloy of early-onset epithelial ovarian cancer: a population-based study. Am. J. Hum. Genet. 1999; 65: 1725-1732
Sutcliffe, S., Pharoah, P.D.P., Easton, D. et al. Ovarian and breast cancer risks to women in families with two or more cases of ovarian cancer. Int. J. Cancer 2000; 87: 110-117
Wárlám-Rodenhuis, C.C., Koot, V.C.M., van der Luijt, R.B. et al. A prospective study on predictive factors linked to the presence of BRCA1 and BRCA2 mutations in breast cancer patients. Eur. J. Cancer 2005; 41: 1409-1415
Warner, E., Plewes, D.B., Hill, K.A. et al. Surveillance of BRCA1 and BRCA2 mutation carriers with magnetic resonance imaging, ultrasound, mammography, and clinical breast examination. JAMA 2004; 292: 1317-1325
Werness, B.A., Ramus, S.J., DiCioccio, R.A. et al. Histopathology, FIGO stage, and BRCA mutation status of ovarian ccers from the Gilda Radner Familial Ovarian Cancer Registry. Int. J. Gynecol. Pathol. 2003; 23: 29-34
Wiersma, Tj., de Bock, G.H., Assendelft, W.J.J. Samenvatting van de standaard “Diagnostiek van mammacarcinoom” van het Nederlands Huisartsen Genootschap. Ned. Tijdschr. Geneeskd. 2003; 147: 547-550
Yazici, H., Glendon, G., Yazici, H. et al. BRCA1 and BRCA2 mutations in Turkish familial and non-familial ovarian cancer pts: a high incidence of mutations in non-familial cases. Hum. Mutat. 2002; 20: 28-34
