|   English VUmc   |   Home VUmc   |   Intranet VUmc   |   GGZ inGeest   |   Route en contact VUmc   |  Lees voor
a  |  a  |  a

Zoeken

 
Betrokken en zorgvuldig - Kennis maakt ons beter visual

Ziekte van Von Hippel-Lindau (VHL)

Inleiding

De ziekte van Von Hippel-Lindau (VHL) is een autosomaal dominant erfelijke aandoening, veroorzaakt door kiembaanmutaties in het VHL-tumorsuppressor-gen, gekenmerkt door benigne en maligne tumoren en cysteuze afwijkingen, met name haemangioblastomen van cerebellum en retina, feochromocytoom en niercelkanker.  

Klinische verschijnselen

De diagnose VHL kan klinisch worden gesteld bij:

1)        twee of meer haemangioblastomen of een haemangioblastoom & een andere typische VHL-tumor,

2)        een typische VHL tumor bij een patiënt uit een familie met VHL.

Typische VHL-tumoren zijn haemangioblastomen van cerebellum, ruggenmerg en retina, feochromocytoom en niercelkanker.

Het voorkomen van tumoren van de saccus endolymfaticus en multipele pancreascysten dragen bij aan verdenking op VHL. Daarentegen zijn epididymiscysten en niercysten weinig verdacht voor VHL, aangezien deze afwijkingen vaak in de algemene bevolking voorkomen (Hes et al., 2003, Lonser et al., 2003)

In onderstaande twee Tabellen staan overzichten van tumortypen bij VHL, leeftijden van optreden, frequenties van voorkomen, en klinische verschijnselen.  

Ziekte van Von Hippel-Lindau: klinische verschijnselen, leeftijd van diagnose, frequentie van voorkomen (naar Lonser et al., 2003)

Klinische verschijnselen

Leeftijd van optreden (jr)

Frequentie van voorkomen (%)

Gemiddeld

Spreiding

Retina haemangioblastoom

25 jaar

1-67 jr

25-60%

Cerebellair haemangioblastoom

33 jaar

9-78 jr

44-72%

Spinaal haemangioblastoom

33 jaar

12-66 jr

13-50%

Saccus endolymphaticus tumor

22 jaar

12-50 jr

10%

Feochromocytoom

30 jaar

5-58 jr

10-20%

Pancreascysten, pancreastumor

36 jaar

5-70 jr

35-70%

Niercelkanker, niercysten

39 jaar

16-67 jr

25-60%

Epididymis cystadenoom

Onbekend

Onbekend

26-60%



 

Ziekte van Von Hippel-Lindau: beschrijving van klinische verschijnselen (naar Lonser et al., 2003)

Tumortype

Klinische verschijnselen

Retina haemangioblastoom

Visusstoornis, retinaloslating, glaucoom

Cerebellair haemangioblastoom

Ataxie, dysmetrie, hoofdpijn, diplopie, vertigo, emesis

Spinaal haemangioblastoom

Hypaesthesie, spierslapte, ataxie, hyperreflexie, pijn, incontinentie

Saccus endolymphaticus tumor

Gehoorsstoornis, oorsuizen, evenwichtsstoornis

Feochromocytoom

Hypertensie, hartkloppingen, tachycardie, hoofdpijn

Pancreascysten, pancreastumor

Cysten als regel asymptomatisch

Niercelkanker, niercysten

Haematurie, pijn in de flank, massa in de flank

Epididymis cystadenoom

Als regel asymptomatisch



 

Overerving, DNA-diagnostiek

Het overervingspatroon van VHL is autosomaal dominant. Het VHL-gen is gelegen op chromosoom 3p. In meer dan 95% van de families met VHL wordt een pathogene VHL-mutatie gevonden. Er zijn genotype-fenotype correlaties gevonden. Het niet vinden van een VHL-mutatie bij een patiënt met kenmerken van het ziektebeeld kan berusten op mozaicisme.  

Periodiek screenend onderzoek

De in de literatuur aanbevolen programma’s voor periodiek onderzoek tonen onderling enkele verschillen. Een voorbeeld is hieronder weergegeven.  

Protocol voor periodiek klinisch onderzoek van patienten met de ziekte van Von Hippel-Lindau (naar Lonser et al., 2003)

Start leeftijd

Onderzoek

Frequentie

Zuigelingenleeftijd

Oogheelkundig onderzoek

Jaarlijks

2 jaar

Bloedonderzoek

Urine-onderzoek

Jaarlijks

8 jaar

Echo buik

Jaarlijks

11 jaar

MRI cerebellum, myelum

Jaarlijks

18 jaar

CT abdomen

Jaarlijks

Bij klachten

CT abdomen

CT en MRI binnenoor, audiografie

 


Wij volgen het schema voor periodiek onderzoek weergegeven in onderstaande Tabel als aanleg voor VHL is vastgesteld.  

Indien de diagnose VHL niet vaststaat kunnen de onderzoekingen eenmaal worden verricht ten behoeve van de klinische diagnostiek.  

Protocol voor periodiek klinisch onderzoek van patienten met de ziekte van Von Hippel-Lindau (naar Hes & van der Luijt, 2000)

Start leeftijd

Onderzoek

Frequentie

5 jaar

Oogheelkundig onderzoek

Jaarlijks

10 jaar

Anamnese  en lichamelijk onderzoek

Bloed- en urine-onderzoek

Echo bovenbuik

Jaarlijks

15 jaar

MRI cerebellum, myelum (& bovenbuik)

Tweejaarlijks

Bij klachten

MRI bovenbuik

MRI binnenoor, audiografie

Neurologisch onderzoek

 


Bij geïsoleerd optreden van bepaalde klinische verschijnselen dient de ziekte van  Von Hippel-Lindau in de differentiaal-diagnose te worden overwogen. Zo is VHL-mutatiediagnostiek aangewezen bij haemangioblastoom < 50 jaar (Hes et al., 2000) en bij feochromocytoom < 50 jaar (zie bij feochromocytoom).  

Referenties

Hes, F.J., McKee, S., Taphoorn, M.J.B. et al. Cryptic von Hippel-Lindau disease: germline mutations in patients with haemangioblastoma only. J. Med. Genet. 2000; 37: 939-943

Hes, F.J., van der Luijt, R.B. De ziekte van Von Hippel-Lindau: protocol voor diagnostiek en periodiek onderzoek. Ned. Tijdschr. Geneeskd. 2000; 144: 505-509

Hes, F.J., Höppener, J.W.M., Lips, C.J.M. Phaeochromocytoma in Von Hippel-Lindau disease. J. Clin. Endocrinol. Metab. 2003; 88: 969-974 

Lonser, R.R., Glenn, G.M., Walther, M. et al. Von Hippel-Lindau disease. Lancet 2003; 361: 2059-2067   

Laatste update: juli 2007

Copyright VU medisch centrum 2012 Privacy | Disclaimer | Copyright | Webredactie