Onderzoeker: R.C.J. de Jonge, Kinderarts-Fellow neonatolgie (Academisch Medisch centrum, Afdeling Neonatologie),
(Co) Promotoren: Prof.Dr. A.M. van Furth (Vu medisch centrum), Prof. Dr. R.J.B.J. Gemke (VU medisch centrum), Dr. C.B. Terwee (EMGO).
Dit project is een vervolg op de studies naar restverschijnselen van bacteriële meningitis door dr. I. Koomen in samenwerking met Dr. C. Terwee van het EMGO instituut , en maakt gebruik van de reeds ontwikkelde kennis en ervaring met voorspelregels. Zowel de leer- en/of gedragsproblemen als het gehoorsverlies.
De volgende vragen zullen worden onderzocht:
(1) zijn de door Koomen ontwikkelde voorspelregels voor leer- en/of gedragsproblemen en gehoorsverlies valide ?
Een nieuw cohort schoolgaande kinderen die bacteriële meningitis hebben doorgemaakt zullen neuropsychologisch worden onderzocht. Ook zullen hun klinische statussen worden bestudeerd om de risicofactoren voor het krijgen van restverschijnselen te identificeren. Indien de beide voorspelregels valide blijken kan in de toekomst in samenwerking met o.a. de Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde een protocol worden opgesteld voor het poliklinisch vervolgtraject.
(2) hoe vaak komt gehoorverlies als gevolg van bacteriële meningitis voor en hoe stabiel is het gehoorverlies (gemeten na opname en 12 maanden later gemeten)?
Doofheid is een restverschijnsel dat na bacteriële meningitis bij 10% van de kinderen voorkomt. Het is essentieel deze doofheid vroegtijdig te onderkennen omdat een normaal gehoor van groot belang is voor de ontwikkeling van spraak en taal, het leervermogen en de sociale ontwikkeling van een kind. Het gehoor zou dan ook routinematig bij kinderen die bacteriële meningitis hebben doorgemaakt moeten worden getest. Echter uit buitenlands onderzoek weten we dat dit advies lang niet altijd wordt opgevolgd door de betrokken (kinder)arts. Tot voor kort was het onbekend bij hoeveel postmeningitis kinderen in Nederland gehoorverlies werd gemist doordat het gehoor niet werd onderzocht. Er is, behoudens eerder genoemde publicaties, weinig bekend over het beloop in de tijd van gehoorschade na het doormaken van een meningitis. Prospectief (Nederlands) onderzoek is nooit verricht. Ook is onduidelijk met welk (screenings)onderzoek betrouwbaar voorspeld kan worden of niet aanwezig gehoorverlies later toch op zal treden. Beter inzicht in dit alles kan ook bijdragen aan een betere audiologische nazorg van deze kinderen.
Prospectief zullen ± 300 kinderen in de leeftijd 0-18 jaar die in de periode vanaf 2008 een bewezen bacteriële meningitis doormaken worden benaderd. De patiënt zal zeer kort na de ziekenhuisopname worden gezien in het regionale audiologisch centrum waar een aantal testen zullen worden uitgevoerd. De patiënten zullen 1 jaar na de meningitis opnieuw worden gezien in het audiologisch centrum voor herhaling van de gehoortesten waarbij de resultaten met de eerdere metigen zullen worden vergeleken. Dit project is in samenwerking met Dr. T. Goverts van het audiologisch centrum (VUmc).
(3) Welke morfologische veranderingen van de hippocampus zijn zichtbaar in schoolgaande kinderen met en zonder leer- en/of gedragsproblemen na bacteriële meningitis ?
Experimentele meningitis studies met ratten tonen aan dat als gevolg van de infectie in het centraal zenuwstelsel neuronale schade optreedt, met name in de gyrus dentatus van de hippocampus en dat deze schade leidt tot leerproblemen. Ook bij volwassenen die overleden waren aan bacteriële meningitis is neuronale schade in de hippocampus aangetoond. Tot op heden zijn er geen studies naar de morfologische veranderingen van de hippocampus bij kinderen na bacteriële meningitis verricht. Alhoewel bekend is uit studies met kinderen met bijvoorbeeld asfyxie dat afwijkingen aan de hippocampus samenhangen met leer en/of gedragsproblemen, is niet bekend of eventuele veranderingen aan de hippocampus als gevolg van bacteriële meningitis samenhangen met leer en/of gedragsproblemen. Met behulp van “magnetische resonantie imaging” (MRI) is het mogelijk hippocampale volume veranderingen als gevolg van bacteriële meningitis te bestuderen. Het onderzoek wordt uitgevoerd met behulp van een subsidie van de Hersenstichting.
Patiëntenpopulatie: 3 groepen van elk 20 kinderen zullen worden onderzocht: (1)schoolgaande kinderen na bacteriële meningitis met leer en gedragsproblemen, (2) schoolgaande kinderen na bacteriële meningitis zonder leer en gedragsproblemen, (3) gezonde broertjes en zusjes van de kinderen van groep (1) en (2). Uit de groep van 182 kinderen uit het onderzoek van Irene Koomen zullen respectievelijk de kinderen uit groep (1) en (2) worden gerecruteerd. Bij alle kinderen zal een MRI scan van het gehele brein worden gemaakt. Beelden zullen worden getransformeerd naar standaard coördinaten en worden beoordeeld op volumeverlies van de hippocampus. Tevens zullen alle MRI scans worden geanalyseerd door twee onafhankelijke beoordelaars (een neuroloog en een radioloog) waarbij gebruik wordt gemaakt van een vijf-punts schaal gebaseerd op de afstand rond de liquorruimte en de hoogte van hippocampus. Dit project is in samenwerking met Prof Dr. F. Barkhof van de afdeling Radiologie van het VUmc.