Onderzoekers: Stephanie de Crom, ANIOS kindergeneeskunde (St. Elisabeth Ziekenhuis Tilburg), Adriana Argilagos Alvarez, AIOS medische microbiologie (St. Elisabeth Ziekenhuis Tilburg)
(Co) Promotoren : Dr. C.C. Obihara (St. Elisabeth Ziekenhuis, Kindergeneeskunde), Prof.Dr. A.M. van Furth (VU medisch centrum, Kindergeneeskunde), dr. M. Peeters (St. Elisabeth Ziekenhuis, Medische Microbiologie), dr. J.W.A. Rossen (St. Elisabeth Ziekenhuis, Moleculaire microbiologie/Virologie), dr. S.A. Morré (VU medisch centrum, Laboratorium Immunogenetica (Pathologie)).
Enterovirus (EV) infecties zijn een belangrijke oorzaak van virale infecties bij kinderen. Ze kunnen een breed spectrum van klinische symptomen veroorzaken van non-specifieke koorts tot meningitis en encefalitis. Er zijn enkele studies welke neuropsychologische sequela laten zien na een EV meningitis. Dit zijn echter studies met een kleine patiëntenpopulatie. Het onlangs ontdekte humaan Parechovirus (HpeV) is een andere belangrijke verwekker van virale infecties bij kinderen. Net als het EV behoort het HpeV tot de familie van de Picornavirussen. Ook het HpeV veroorzaakt een divers klinisch beeld. Zowel het EV als het HpeV kunnen aangetoond worden door middel van een polymerase chain reaction (PCR) en een viruskweek. Het voordeel van een PCR is dat de uitslag binnen 24 uur bekend is; dit in tegenstelling tot de viruskweek waarbij de uitslag vaak pas na 5-7 dagen bekend is. Het EV kan tevens aangetoond worden door middel van serologie. In de liquor kan er gebruik gemaakt worden van de GeneXpert; een volledig geautomatiseerde real-time PCR.
Dit onderzoek bestaat uit twee delen. Een eerste epidemiologisch deel en een tweede prognostisch deel. Het onderzoek wordt uitgevoerd in het St. Elisabeth Ziekenhuis Tilburg, het TweeSteden Ziekenhuis Tilburg en het Amphia Ziekenhuis Breda.
De primaire doelen van dit onderzoek zijn:
(1). Het beschrijven van de incidentie en klinische symptomen van EV en HPeV infecties bij kinderen.
(2). Het vergelijken van de verschillende diagnostische methoden (viruskweek, PCR en serologie) om een EV/HPeV te detecteren in verschillende lichaamsmaterialen (feces, keelwat, urine, bloed en liquor).
(3). Het bepalen van de korte en lange termijn motorische en neuropsychologische gevolgen van een EV/HPeV meningitis.
De secundaire doelen van dit onderzoek zijn:
(1). Evaluatie van de duur en ernst van symptomen, de opnameduur, het antibioticabeleid, het aantal dagen dat een kind afwezig is van school en het aantal dagen dat ouders afwezig zijn van werk.
(2). Evaluatie van de invloed van de recent ontdekte snellere diagnostische methoden om een Ev/HPeV aan te tonen (zoals de pas geïntrodudeerde volledig geautomatiseerde GeneXpert PCR) op het voorschrijfpatroon van antibiotica en het besluit tot ziekenhuisopname ten gevolge van een EV of HPeV infectie.