Insuline spuiten en regelmatig eten is belangrijk voor jou. Ook onder schooltijd zal dit vaak moeten gebeuren. Je zult net zien dat je onder de les een hypo krijgt. Het is dan toch wel prettig als er mensen op school zijn die iets afweten van je diabetes. Zij kunnen begrip voor je hebben. Je zult maar een onvoldoende voor je proefwerk halen. Op de basisschool heb je vaak maar één juf of één meester die je hoeft in te lichten. Op de middelbare school heb je vaak meerdere docenten. Je bent nu op een leeftijd gekomen dat je zelf kunt bepalen tegen wie je wat vertelt. Bijvoorbeeld je klassendocent of je mentor. Vertel je het je klasgenoten? Het is wel een prettig idee dat iemand in je klas weet van je diabetes. In geval van nood kan deze klasgenoot je helpen.
Tips voor wat je bijvoorbeeld kan vertellen:
Een lage bloedglucosewaarde kan invloed hebben. Je kunt afwezig zijn, niet meer horen wat de leraar vertelt. Door beven niet goed kunnen schrijven. Je zult misschien vaker ziek zijn door schommelende bloedglucosewaarden, ontregeling of afwezig zijn door een ziekenhuisbezoek. Maar er kunnen ook andere oorzaken zijn die voor minder goede leerprestaties zorgen. Oorzaken die niets met je diabetes te maken hebben. Bij een goede instelling van je diabetes hoeft er geen verschil te zijn tussen jou en je klasgenoot zonder diabetes.
Natuurlijk kun je mee op schoolreisje als je diabetes
hebt. Alleen moet je wat meer voorbereidingen treffen dan je klasgenootjes
zonder diabetes. Neem je bloedglucosemeter mee. Neem voldoende eten mee.
Eet regelmatig je tussendoortje om een hypo te voorkomen. Zorg dat je
Dextro op zak hebt.
Het is handig om van tevoren het programma op te vragen en dit dan door te
nemen met je behandelaars van het kinderdiabetesteam. Laat iemand van de
leiding van het kamp weten dat je diabetes hebt. Neem het telefoonnummer
van je diabetesteam mee, om bij vragen of problemen te kunnen
bellen.
Wat is je omgeving?
De mensen waar je in je dagelijkse leven mee te maken hebt horen bij je
"omgeving". Wie zijn dat zo al? Je vader en moeder, opa en oma, je broer en
zus, vrienden, de (sport)leraar, de buren. Je weet misschien nog wel iemand
op te noemen. Wie vertel je wat? Het is prettig, zowel voor je zelf als
voor de mensen om je heen, dat ze op de hoogte zijn van je diabetes. Laat
bijvoorbeeld aan je jongere broertje of zusje zien hoe de insulinepen werkt
of de bloedglucosemeter. Hij of zij weet dan dat het geen speelgoed is.
Vertel de buren en de ouders van je vriendje bijvoorbeeld iets over het
eten bij diabetes mellitus. Misschien denken ze wel dat je geen snoepje
(suiker) mag en kopen ze voor jouw suikervrije snoep of je wordt helemaal
overgeslagen. Voor een (sport)leraar is het handig om te weten wat er moet
gebeuren als jij een hypo hebt.
Wat betekent "jouw diabetes" voor je omgeving?
Je ouders hebben naast de gewone zorg voor jou, ook de zorg voor je
diabetes. Ze zullen zich sneller zorgen om je maken, bijvoorbeeld als je
uitgaat, op school bent of als je voor het eerst met je vriend[in] op
vakantie gaat. Ze vinden het misschien moeilijker om je "los te laten" als
je ouder wordt.
Het is te hopen dat je vrienden solidair met je zijn wat betreft "de
snackbar-bezoeken". Dat ongezonde eten is niet goed voor jou, maar voor je
vrienden eigenlijk ook niet. De kans bestaat dat je broertje of zusje een
beetje jaloers op je is, want je krijgt misschien toch wat meer aandacht
van iedereen dan zij. Belangrijk is dat iedereen zo min mogelijk
uitzondering maakt voor jou en jou blijft zien als een gewoon kind, dat
toevallig diabetes heeft.