Borstkanker is helaas één van de meest voorkomende kwaadaardige gezwellen bij de vrouw. Een enkele keer kan het ook bij mannen voorkomen.
Mits vroeg ontdekt, is borstkanker tegenwoordig vaak goed te genezen.Verschillende afdelingen binnen VUmc werken samen bij de behandeling van borstkanker en onderzoeken samen nieuwe behandelmethoden.
Moderne behandeltechnieken
Dankzij de verbeterde (vroeg)diagnostiek en verbeterde operatietechnieken (borstbesparende operatie; echocontrole) is het vaak niet nodig om de hele borst af te zetten. Bovendien is de kans op definitieve genezing tegenwoordig veel groter.
Een andere ontwikkeling is de schildwachtklier procedure. Hierbij wordt van één lymfklier onderzocht of hierin uitzaaiingen voorkomen. Met deze procedure is het mogelijk om zo min mogelijk lymfklieren te verwijderen, terwijl het risico op uitzaaiingen klein is.
Een multidisciplinair team van artsen bespreekt wekelijks de borstkankerpatiënten.
Vroege diagnostiek
Door het screeningsprogramma "Bevolkings Onderzoek Borstkanker" en structurele screening van vrouwen met een verhoogd risico kunnen afwijkingen van de borst vroegtijdig opgespoord worden. Vaak zijn deze afwijkingen zó klein, dat ze niet voelbaar zijn. Dankzij moderne technologie is het ook in deze gevallen mogelijk te komen tot een histologische diagnose met wederom het opstellen van een behandelingsplan.
Door verbeterde (vroeg)diagnostiek kan borstkanker vaak worden genezen met een zogenaamde borstsparende operatie. Deze operatie heeft als voordeel dat de borst grotendeels kan worden behouden. Bij de vroege diagnose is het gezwel nog klein en zijn er geen uitzaaiingen in oksellymfklieren. De kans op genezing is dan zeer groot.
Heeft u mogelijk borstkanker?
U bent door de huisarts doorverwezen naar VU medisch centrum omdat u mogelijk een afwijking in de borst heeft. Meestal is door u een verdichting van het klierweefsel gevoeld of een knobbel. Artsen noemen dit een tumor ook als het goedaardig blijkt te zijn. U komt op de mammapolikliniek. Op deze polikliniek worden alle onderzoeken gecoördineerd die nodig zijn voor een goede diagnose.
Als eerste heeft u een afspraak bij de chirurg. Deze onderzoekt u, en overlegt vervolgens met de radioloog over een mammografie (röntgenonderzoek van de borst) en een echografie (echo-onderzoek van de borst). Indien nodig kunnen deze onderzoeken dezelfde dag worden uitgevoerd. Dan kan ook al iets gezegd worden over de aard van de afwijking. Is evenwel weefselonderzoek nodig, dan duurt de uitslag enkele dagen. Dit wordt dan met u besproken.
Mammacare verpleegkundige
De mammacare verpleegkundige is uw aanspreekpunt. Zij begeleid u, bespreekt de gesprekken met de chirurg na, en coördineert de onderzoeken. Ook als u later nog vragen heeft, kunt u bij haar terecht.
Mammografie
U leest meer over mammografie in de folder die als bijlage onderaan de pagina te vinden is.
Echografie
Echografie is een onderzoek met geluidsgolven en is een grote waarde om de aard van tumoren te definieren. Het wordt bijna altijd gedaan na de mammografie.
Cel- en weefselonderzoek bij borstafwijkingen
De chirurg beslist ook of het nodig is om een cel- of weefsel onderzoek van het knobbeltje te doen: een punctie. Zeker is dat dit veilig en niet nadelig is voor de genezing.
Celonderzoek (cytologie)
Een celonderzoek gebeurt met een dunne naald. Hiermee worden losse cellen opgezogen uit de borst. Deze worden vervolgens microscopisch onderzocht. Met deze methode kan worden onderzocht of de afwijking goedaardig of kwaadaardig is.
Weefselonderzoek
Betrouwbaarder dan celonderzoek is weefselonderzoek bij borstafwijkingen. De huid boven het knobbeltje wordt verdoofd. In plaats van cellen wordt m.b.v. een speciale naald een heel dun pijpje weefsel verkregen.
Er zijn verschillende behandelingsmogelijkheden wanneer is gebleken dat er sprake is van borstkanker. Waar mogelijk zal zoveel mogelijk worden gekozen voor een borstsparende operatie. Hierbij blijft het grootste deel van de borst behouden. Helaas is dit niet altijd mogelijk.
Borstsparende operatie
Borstsparende operatie is op dit moment de standaardbehandeling voor borstkanker. Niet alle vrouwen komen echter in aanmerking voor deze therapie. Dit hangt af van de grootte van de tumor, eventuele doorgroei dicht bij de tepel en de weefselkenmerken. Bij kleine kwaadaardige afwijkingen is het mogelijk om alléén het afwijkende weefsel te verwijderen. Dit gebeurt d.m.v. een borstbesparende operatie. Deze ingreep kan als een 'kleine' operatie beschouwd worden. Het grootste gedeelte van de borst blijft behouden. Het eindresultaat is vanzelfsprekend mooier dan wanneer de hele borst verwijderd moet worden. Wel is het na deze operatie nodig om de borst te behandelen met bestralingen. Na afloop van de operatie kunt u vaak al dezelfde avond weer naar huis.
Deze operatie wordt gecombineerd met een schildwachtklier operatie.
Verwijderen van de hele borst (borstamputatie)
Wanneer er een grote kwaadaardige afwijking is, kan het nodig zijn om toch de hele borst te verwijderen. Gemiddeld is bij ca. 20% van de vrouwen jonger dan 65 jaar een volledige verwijdering van de borst nodig. Dit is emotioneel meestal een ingrijpende procedure. Vooraf bespreekt de chirurg de mogelijkheden voor een reconstructie.
De operatie zelf is wat zwaarder dan de borstbesparende operatie. Wanneer tijdens de operatie direct een borstreconstructie gedaan wordt, is de operatie vanzelfsprekend wat zwaarder. De ziekenhuis opname is normaalgesproken zo'n 1-3 dagen. Tijdens of na de ziekenhuis opname wordt u begeleid door de mammacare verpleegkundige. U kunt met haar behalve over practische zaken ook over de emotionele kant van de operatie praten.
Deze operatie wordt soms gecombineerd met een schildwachtklier operatie, maar het kan ook voorkomen dat er meerdere lymfklieren uit de oksel verwijderd moeten worden. Dit gebeurt zoveel mogelijk in één operatie.
Lymfklier onderzoek en operaties
Borstkanker heeft net als veel andere kankersoorten als slechte eigenschap dat het zich soms uitzaait. Uitzaaien wil zeggend dat tumorcellen zich losmaken en via de lymfklieren naar andere weefsels "reizen". Naarmate het gezwel groter groeit, is die kans groter. De aanwezigheid van uitzaaiingen is van invloed op de (aanvullende) behandelingen zoals chemotherapie of hormoontherapie. Om die reden wordt een borstoperatie altijd voorafgegaan door een lymfklieronderzoek. Hierbij wordt de dichtstbijzijnde lymfklier opgespoord, zodat deze tijdens de operatie verwijderd en onderzocht kan worden.
Wanneer tumorcellen zich losmaken komen ze meestal als eerste in het lymfesysteem terecht. De schildkwachtklier is de eerste lymfklier die op de route ligt. Deze ligt meestal ergens in de oksel. Hier worden tumorcellen uit de lymfevloeistof gefilterd. In een later stadium kunnen tumorcellen ook via het bloed getransporteerd worden. Vaak nestelen ze zich dan in bijvoorbeeld de lever, botten of longen.
Schildwachtklier operatie
Voorafgaand aan de operatie wordt de schildwachtklier opgespoord. Dit gebeurt in twee stappen. De dag vóór de operatie wordt een radioactieve vloeistof (een tracer) ingespoten in de borst, vlakbij de tepel. Deze vloeistof wordt door de lymfe vervoerd naar de eerste lymfklier, waar het door de lymfklier uitgefilterd en opgeslagen wordt. Enkele uren voor de operatie wordt een foto gemaakt waarop de ophoping van de radioactieve tracer te zien is.
Vervolgens wordt voor tijdens de operatie een blauwe vloeistof ingespoten, zodat de lymfklier tijdens de operatie goed te vinden is. Deze lymfklier wordt vervolgens verwijderd en onderzocht door de patholoog. Wanneer deze lymfklier "schoon" is, d.w.z. geen tumorcellen bevat, is het niet nodig om verdere lymfklieren te verwijderen. In het geval er wel tumorcellen inzitten is het nodig om meerdere lymfklieren te verwijderen.
Gehele oksel "uitruiming" (= okselklierdissectie)
Wanneer er in de schildwachtklier tumorcellen worden gevonden is het nodig om meerdere lymfklieren te verwijderen in de oksel. De okselklierdissectie kan als een grotere ingreep beschouwd worden. Dit komt voornamelijk doordat na de ingreep lichamelijke klachten overblijven zoals schouderklachten en soms lymfoedeem van de arm. Na de operatie wordt een wonddrain in de oksel achtergelaten om het wondvocht af te voeren. Op zich is dit geen reden om lang in het ziekenhuis te blijven. Met goede instructies kan dit prima thuis verzorgd worden.
Al het weefsel dat geopereerd wordt, wordt door de patholoog onderzocht. Verschillende uitkomsten worden in het rapport verwerkt.
Na de operatie worden de uitslag en eventuele consequenties besproken in het multidisciplinaire team. Hierbij wordt een inschatting gemaakt hoe groot de kans is dat er al kleine uitzaaiingen bestaan. De eventuele nabehandeling (bestraling, hormoontherapie, chemotherapie) wordt hierop afgestemd.
Borstreconstructie
Wanneer een borstsparende operatie niet mogelijk is, moet de hele borst verwijderd worden. De meeste vrouwen vinden het prettig om ook na de verwijdering toch weer twee borsten te hebben. Dit kan door een zogenaamde reconstructie. Er zijn verschillende mogelijkheden om een borst te reconstrueren, namelijk met behulp van een prothese of door het gebruiken van lichaamseigen materiaal. Afhankelijk van de situatie kan dit in dezelfde of een tweede operatie. Wanneer nog nabestralingen of chemotherapie nodig is, is het af te raden om direct een borstreconstructie te doen. Bij het verwijderen van de borst wordt alvast rekening gehouden met de reconstructie, d.w.z. er wordt zo min mogelijk huid verwijderd, zodat de reconstructie eenvoudig en mooi gedaan kan worden.
Reconstructie m.b.v. een prothese
De eenvoudigste manier om een borst te reconstrueren is door het gebruik van een prothese. Er is keuze uit een siliconenprothese en een prothese gevuld met een fysiologisch zout oplossing. Dit zijn feitelijk dezelfde prothesen als die voor een borstvergroting worden gebruikt. De prothese wordt achter de borstspier geplaatst. De oncologisch chirurg en de plastisch chirurg werken samen bij deze operatie. Na ca. een half jaar is het nog mogelijk om een tepel te reconstrueren. Dit kan door een tatoeage of een huidtransplantatie vanuit de lies.
Reconstructie m.b.v. lichaamseigen materiaal
Het is ook mogelijk om uit lichaamseigen materiaal een borst te reconstrueren. Deze reconstructie is vaak cosmetisch mooier dan een prothese. De operatie wordt door de plastisch chirurg uitgevoerd. In alle gevallen wordt een stuk huid met onderhuids weefsel, bloedvaten en een stuk spier elders uit het lichaam gebruikt. De operatie is technisch lastig, en kent een lange(re) wachttijd. Het weefsel kan uit de buik, de bil of de rug weggenomen worden. Bij weefsel uit de buik kan direct een buikwandcorrectie worden uitgevoerd. Elke operatie kent zowel cosmetisch als technisch zijn eigen voor- en nadelen. Het hangt van de precieze situatie af of en welke variant mogelijk is.
Radiotherapie
Bij een borstbesparende operatie wordt vaak het resterende deel van de borst nabestraald. De nabestraling zorgt voor vernietiging van de losse tumorcellen die misschien nog achtergebleven zijn in de borst. De nabestraling verkleint het risico op terugkeer van de borstkanker en op uitzaaiingen.
Chemotherapie
Alhoewel de meeste patiënten met borstkanker bij de initiële behandeling geopereerd worden (gevolgd door bestraling bij borstsparende operatie) kan een kleine groep patiënten een chemo-therapeutische voorbehandeling ondergaan.
Hormoontherapie
Soms blijkt uit onderzoek dat de tumor gevoelig is voor hormonen. In dat geval kan worden gekozen voor een hormoonbehandeling.
complicaties van de borstsparende operatie
complicaties van de borstamputatie
complicaties van de borstreconstructie
Vroege complicaties (binnen 6 weken) van deze behandeling zijn wondgenezingsproblemen, zoals wondinfectie en wondnecrose (het afsterven van weefsel rondom de wond). Op lange termijn is kapselvorming de meest voorkomende complicatie. Dit kan vooral optreden wanneer een prothese in (eerder) bestraald gebied is geplaatst.
Terugkeer van borstkanker na de operatie
Het risico op lokaal recidief is met name aanwezig als het multifocaal carcinoom betreft. Bij deze patiënten dient bij voorkeur een reguliere mastectomie plaats te vinden. De okselklierdissectie of de SWK procedure dient via een separate incisie in de oksel plaats te vinden.
Uitzaaiingen
Ondanks alle behandelingen is het mogelijk dat de kanker zich heeft uitgezaaid. Om die reden wordt u na de operatie nog een aantal jaren gevolgd.
Iedere patiënt met (verdenking op) een kwaadaardige aandoening in de borst wordt in een multidisciplinair overleg besproken. Bij dit overleg zijn naast chirurgen ook medische oncologen, radiotherapeuten, radiologen, pathologen en mammacare-verpleegkundigen aanwezig (en op afroep een plastisch chirurg). Niet alleen de diagnostische overwegingen maar ook de therapeutische consequenties worden besproken. Binnen dit overleg is vooral aandacht voor een op de patiënt gericht behandelingstraject waarbij optimale begeleiding voorop staat. De bevindingen worden door de behandelend chirurg en de mammacare verpleegkundige met de patiënt besproken.
De meeste afwijkingen in het borstklierweefsel worden door de vrouw zelf opgemerkt!! Wanneer zij dus veranderingen opmerkt, is dit reden voor aandacht. Om eventuele afwijkingen in een vroege fase op te sporen is regelmatig zelfonderzoek op z'n plaats.
Wanneer dit goed wordt uitgelegd gaat het "magische"ervan af en neemt het slechts enkele minuten per maand in beslag. (Ongeveer 1 week na de menstruatie is voor jonge vrouwen het beste moment)
VUmc organiseert regelmatig voorlichtingsavonden over het borstzelfonderzoek.
In 1994 en 1995 zijn de eerste twee borstkankergenen ontdekt, BRCA1 en BRCA2. Er wordt aangenomen dat 5-8% van alle vrouwen die borstkanker krijgen dit ontwikkelt op grond van een erfelijke belasting. Vrouwen met een mutatie in BRCA1 of BRCA2 hebben 56-87% kans om gedurende hun leven borstkanker te ontwikkelen (2,3)
Zij kunnen zich regelmatig laten controleren of kiezen voor een preventieve verwijdering van het borstklierweefsel.