De eerste twee jaren van de bachelorfase (vier semesters) worden de leergroepen begeleid door tutoren. Deze functie wordt meestal uitgeoefend door stafleden van het VUmc -soms ook door speciaal hiervoor getrainde ouderejaarsstudenten. Per studiejaar zijn een drietal stafleden van Huisartsgeneeskunde actief als tutor.
De tutor functioneert vooral als coach: de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van het functioneren van de leergroep berust bij de deelnemende studenten, de tutor treedt op als kwaliteitsbewaker en -bevorderaar. Dit betekent dat hij de groep aanwijzingen geeft hoe men de werkwijze kan verbeteren en wat men kan ondernemen om een beter leerresultaat te boeken. Langs deze weg worden de deelnemende studenten gestimuleerd hun competenties te ontwikkelen.
Huisartsgeneeskunde verzorgt in het eerste jaar patiëntcolleges en studieopdrachten in de cursussen:
- Beweging
- Ziektegedrag
- Circulatie en Volumeregulatie
De vakgroep huisartsgeneeskunde verzorgt in de eerste twee jaren van de studie geneeskunde de zgn. competentiepractica. Dit zijn een aantal practica waarbij de studenten reeds vroeg in de studie kennis kunnen maken met het praktisch medisch handelen, hierbij in het bijzonder het verrichten van een lichamelijk onderzoek. Tijdens deze practica wordt door een docent eerst kort de relevante achterliggende theorie besproken, waarbij zoveel mogelijk wordt uitgegaan van een voorbeeld uit de praktijk. Hierna gaan de studenten in tweetallen met elkaar oefenen onder begeleiding van de docent. Hetgeen bij deze practica wordt aangeleerd, wordt hierna in de praktijk geoefend bij de hierop volgende stages. Deze stages vinden plaats bij huisartsen in diverse regionale huisartsenpraktijken. Deze practica worden door de studenten hogelijk gewaardeerd.
In het eerste jaar zijn dit:
De anamnese bij rugklachten - Hierbij worden vragen en items besproken die in een gesprek met een patiënt met rugklachten van belang zijn.
Het onderzoek van de rug - Het onderzoek van een patiënt met pijn in de lage rug wordt aangeleerd. Ook het onderzoek van een patiënt met pijn in de lage rug met uitstraling naar de benen wordt aangeleerd.
Longonderzoek - Hierbij wordt het luisteren naar de longen met behulp van de stethoscoop, het bekloppen van de longen, de zgn. percussie, en het inspecteren van de longen aangeleerd. Er wordt zoveel mogelijk verwezen naar voorbeelden uit de praktijk.
Onderzoek visus en gehoor - Het onderzoek van de ogen en de oren gaat met specifieke onderzoekstechnieken, zoals de proeven met de stemvork.
EHBO - De studenten leren hierbij hoe zij eerste hulp kunnen verlenen in diverse uiteenlopende situaties. Deze cursus EHBO bestaat uit 3 dagdelen en na het volgen hiervan krijgen de studenten een certificaat.
Daarnaast draagt de afdeling Huisartsgeneeskunde in het eerste jaar bij aan de competentiepractica die door andere afdelingen worden verzorgd.
Huisartsgeneeskunde verzorgt in het tweede jaar patiëntcolleges en studieopdrachten in de cursussen:
- Gezondheidszorg
- Seksualiteit en relaties
- Arbeid en gezondheid
Het onderzoek van de buik - De studenten maken hierbij kennis met het onderzoek van de buik. Diverse onderdelen, zoals het luisteren met de stethoscoop, het bekloppen van de buik (de zgn. percussie), het bevoelen van de buik (palpatie) en het kijken naar de buik (inspectie) komen hierbij aan bod. Een belangrijk ziektebeeld wordt hierbij besproken: een patiënt met buikvliesontsteking.
Onderzoek van hals en lymfeklieren - De hals is een belangrijke regio om speciaal aandacht aan te besteden bij het lichamelijk onderzoek. Met name de lymfeklieren in de hals, omdat deze bij een groot scala aan ziektebeelden afwijkingen kunnen laten zien, zoals bijvoorbeeld de ziekte van pfeiffer, maar ook bij klierkanker.
Het lichamelijk onderzoek van keel, neus, oren en longen - Bij dit practicum worden enkele dingen uit de voorgaande practica van het eerste jaar herhaald. Maar tevens wordt de kennis enigszins verdiept en wordt de samenhang tussen deze onderdelen benadrukt.
Het onderzoek van het hart en de perifere arteriën - Hierbij maken de studenten kennis met het onderzoek van het hart, zoals het beluisteren met de stethoscoop en het uitkloppen van de hartgrenzen. De normale werking van het hart wordt kort besproken, maar enige illustraties met ziektebeelden worden ook gegeven.
Het oriënterend neurologisch onderzoek en klinische redeneren bij een seksueel probleem van een jonge man - In dit practicum wordt het zgn. oriënterende, neurologisch onderzoek aangeleerd. Dingen zoals het testen van de tastzin en de werking van de spieren komen hierbij aan bod. Tevens wordt een geval behandeld van een man met seksuele problematiek, waarbij het voor de studenten van belang is om te weten te komen langs welke (klinische) lijnen kan worden gedacht.
Het onderzoek van de gewrichten - Tijdens dit practicum maken de studenten kennis met de manier waarop zij gewrichten kunnen onderzoeken. Het gaat bij dit practicum om het onderzoek van de knie, de enkel en de schouder.
Daarnaast dragen de docenten van de afdeling ook dit jaar weer bij aan de competentiepractica van andere afdelingen.
Voor meer informatie over de competentiepractica, zie bacheloropleiding 1e jaar.
In elk studiejaar lopen de geneeskundestudenten een verplichte stage. In het tweede jaar is dat de praktijkstage in de huisartspraktijk. De studenten maken op die manier niet alleen kennis met de geneeskunde in de praktijk, maar krijgen ook zicht op competenties als communiceren en samenwerken.
Stageperiode
De studenten komen zes dagen naar de praktijk in de periode oktober tot en met mei. Ze wonen spreekuren bij en zien zelf ook patiënten. Zes dagdelen, op een vaste dag (maandag, donderdag of vrijdag) zijn ze niet-spreekuurgebonden bezig. Het heeft de voorkeur dat de studenten in tweetallen werken omdat zij elkaar kunnen observeren en feedback kunnen geven bij het uitvoeren van de opdrachten. De invulling van de stage kan in iedere praktijk anders verlopen, afhankelijk van de praktijksituatie (extra spreekkamer) en of het gaat om een koppel of één student.
Praktijkopdrachten
- Observeren van de huisarts.
- Afnemen van intake en anamnese bij nieuwe en controle patiënten.
- Gericht lichamelijk onderzoek doen bij patiënten. De studenten zijn hierin getraind.
- In kaart brengen van de praktijkorganisatie.
- In kaart brengen van de gevolgen van een chronische ziekte voor de patiënt.
- Oriëntatie op kleine kwalen in de praktijk.
- Kennismaken met andere eerstelijnsdiciplines.
- Geriatrische screening.
- Farmacotherapie opdracht.
In het derde jaar draagt de afdeling Huisartsgeneeskunde bij aan competentiepractica die door andere afdelingen worden verzorgd, waaronder Medische Communicatie en Medische Ethiek.
Door het hele derde jaar van de bacheloropleiding heen, levert de afdeling een beperkte bijdrage aan de bespreking van klinische problemen vanuit huisartsgeneeskundig perspectief.
Het wetenschappelijk focusonderwijs aan het einde van het laatste bachelorjaar is een aangepaste voortzetting van het keuzevak Huisartsgeneeskunde/Epidemiologie in het curriculum van 1991.