Moeheid is een van de meest gepresenteerde klachten in de huisartspraktijk, en het is een aspecifieke klacht die kan resulteren in veel verschillende diagnosen. Kennis over het beloop van moeheid en de factoren die dat beloop in de eerste lijn bepalen is onvolledig, en de opbrengst van het diagnostisch onderzoek door de huisarts is onvoldoende bekend. Tijdige identificatie van patiënten met grote kans op een ongunstig beloop van de moeheid is nodig voor een gerichte interventie of verwijzing naar de tweede lijn.
In het Moeheidsonderzoek Eerstelijn (MOE) willen we de
volgende vragen beantwoorden:
1. Hoe is het beloop van een nieuwe episode van de klacht moeheid die als
hoofdklacht wordt gepresenteerd aan de huisarts?
2. Welke factoren beïnvloeden dat beloop?
3. Welke diagnostische elementen hebben huisartsen toegepast bij de klacht
moeheid en wat is de opbrengst daarvan?
4. Welke einddiagnosen zijn na een jaar follow-up gesteld die geassocieerd
zijn met de klacht moeheid?
Om deze vragen te beantwoorden hebben we een prospectief, observationeel cohortonderzoek opgezet in 130 huisartspraktijken, waarbij volwassen patiënten met een relatief nieuwe episode van moeheid als hoofdklacht in aanmerking kwamen voor deelname, tenzij ze onder behandeling waren voor kanker, zwanger of kortgeleden bevallen.
Projectleider: Henriëtte van der Horst
Onderzoeker: Iris Nijrolder
Startdatum: september 2003
Einddatum: mei 2008
E-mail contactpersoon: i.nijrolder@vumc.nl