Hieronder worden een aantal ziektebeelden en de kaakchirurgische behandeling ervan beschreven. Uitgangspunt is een poliklinische behandeling onder lokale verdoving bij de kaakchirurg van een ziektebeeld dat relatief veel voorkomt en betrekkelijk eenvoudig is te behandelen. In de allerdaagse praktijk wordt wel gesproken van "dento-alveolaire chirurgie". Hoewel het gaat om relatief eenvoudige kaakchirurgie is de betekenis voor de patiënt (jonge kind, puber of volwassenen) vaak groot. Achtereenvolgens komen aan bod: verstandskies in onder- en bovenkaak, wortelrest. De geïmpacteerde bovenhoektand en mesiodens. Apexresectie, dentogene ontstekingen en cysten. U kunt ook de folder downloaden.
Rond de leeftijd van 12 jaar is de wisseling van het gebit voltooid en hebben we alle blijvende tanden en kiezen, behalve onze verstandskiezen. Meestal zijn dat er vier die doorbreken als we ongeveer 20 jaar zijn. Dit gaat vaak met problemen gepaard, met name bij de verstandskiezen in de onderkaak. Doorbraak van de 38 of 48 leidt tot een ontsteking (pericoronitis), tot schade aan het steunweefsel van de kies ervoor, tot cariës en een slechte mondhygiëne, tot een bacteriële vorm voor tandvleesontsteking e.d. In deze gevallen is er een goede reden de verstandskies in de onderkaak te verwijderen. Afhankelijk van de ervaring van de tandarts en de ligging van de verstandskies geschiedt verwijdering bij de tandarts of de kaakchirurg. De zorgverzekering vergoedt deze behandeling bij de kaakchirurg inclusief de daarvoor noodzakelijke röntgenfoto.
Hoewel de behandeling meestal snel en vakkundig geschiedt, ondervindt de patiënt toch een aantal dagen veel last van de ingreep. Met rust en pijnstillers zijn de nabezwaren meestal voldoende te bestrijden.
Moeilijker ligt de indicatie tot verwijdering van de 38 of 48 bij patiënten die nog geen last hebben of ook nooit last hebben gehad. Hier wordt gesproken van een preventieve verstandskiesverwijdering. In het algemeen zijn kaakchirurgen terughoudend met het preventief (profylactisch) verwijderen van (onder)verstandskiezen, tenzij hiervoor een overtuigende indicatie bestaat. Het is belangrijk dat de tandarts, eventueel de orthodontist, goed overleggen met patiënt en kaakchirurg alvorens te besluiten een dergelijke, asymptomatische verstandskies te verwijderen.
Rond de leeftijd 20-25 jaar breekt meestal de bovenverstandskies zonder problemen door. Wanneer de onderverstandskies verwijderd moet worden, is het soms aantrekkelijk om in dezelfde behandeling ook de bovenverstandskiezen te extraheren. Dit leidt niet tot meer postoperatieve bezwaren en verwijdering van de functieloze bovenverstandskies betekent een betere parodontale conditie van de kies ervoor. In een enkel geval is de ligging van de bovenverstandskies zo ongunstig dat de kies ervoor wordt bedreigd. In overleg met de kaakchirurg kan dan een afweging worden gemaakt tegen elkaar de voordelen en risico's van een preventieve verwijdering van de bovenverstandskies opwegen. Zelfs een preventieve, operatieve bovenverstandskiesverwijdering leidt in het algemeen niet tot ernstige postoperatieve bezwaren.
Door voortgaande cariës van een tand of kies kan uiteindelijk alleen de wortel nog overblijven die niet eenvoudig is te trekken door de tandarts. Hetzelfde geldt voor een tand of kies, die door de tandarts wordt getrokken en waarbij (veelal onvermijdelijk) een stuk wortel achterblijft in de kaak. De vraag is dan of de wortel moet worden verwijderd, op welke termijn en door wie.
Wanneer het handelt om een grote wortelrest, bijvoorbeeld meer dan 3-5 mm, dan is verwijdering (eventueel op termijn) verstandig. Hiermee wordt een vervelende kaakontsteking voorkomen.
Wanneer het gaat om een wortelrest met een dode zenuw, is verwijdering ook aan te raden onafhankelijk van de wortellengte. Bij een kleine, vitale wortelrest moet (door de kaakchirurg) een afweging worden gemaakt of verwijdering zinvol is en niet leidt tot onnodig ongemak en risico van de patiënt. Verwijdering van wortelrest door de kaakchirurg, inclusief de daarbij horend röntgenonderzoek, wordt vergoed door de zorgverzekeraar.
Bij ongeveer 3 op de 100 jongens en meisjes van 12 jaar en ouder breekt de bovenhoektand niet spontaan door. De orthodontist, of eventueel de orthodontistisch geschoolde tandarts, besluit dan tot afwachten of tot actieve behandeling over te gaan. Veelal wordt dan aan de kaakchirurg gevraagd de bovenhoektand, die zich meestal in het verhemelte bevindt, vrij te leggen en eventueel te voorzien van een gouden kettinkje (dat aan de beugel wordt bevestigd). De orthodontische behandeling kan hiermee tot ¾ jaar worden verminderd. Een dergelijke behandeling is voor een 12-jarige natuurlijk niet leuk en een verhemelteprik is nogal gevoelig, maar in handen van een (kindvriendelijke) kaakchirurg heel goed te doen. Postoperatief is er wat ongemak gedurende 2 of 3 dagen. De kaakchirurgische behandeling inclusief de eventuele röntgenfoto wordt door de zorgverzekeraar vergoed.
Bij sommige kinderen wordt, vaak bij toeval bijvoorbeeld op een röntgenoverzichtsfoto van de orthodontist, een of meer extra of overtallige elementen ontdekt. De meest voorkomende overtallige tand bevindt zich aan de achterzijde van de voortanden in de bovenkaak (mesiodens). Soms is er sprake van 2 overtallige tanden. In overleg met de orthodontist of eventueel de tandarts wordt besloten of deze overtallige tand moet worden verwijderd. Wanneer dit het geval is, wordt vervolgens met de ouders en het kind een keuze gemaakt uit behandeling onder lokale anesthesie of in dagchirurgie met narcose. In sommige gevallen leidt een dergelijke overtallige tand tot een doorbraakstoornis van een blijvende tand in de buurt. Verwijdering van de mesiodens kan dan worden gecombineerd met vrijleggen en ligeren van de blijvende tand die niet doorbreekt. Voor overtallige andere gebitselementen, bijvoorbeeld extra premolaren in onder- of bovenkaak, geldt een zelfde beleid. Kaakchirurgische behandeling van extra gebitselementen en de gevolgen daarvan wordt vergoed door de zorgverzekeraar.
Een kanaalbehandeling (zenuwbehandeling, endodontische behandeling) bij de tandarts leidt in ongeveer 70% van de gevallen tot een ontstekings- en klachtenvrije vervolgperiode van vele jaren. Bij gebitselementen met een kanaalbehandeling en toch (later) nog klachten kan worden besloten tot herbehandeling van het wortelkanaal, al dan niet door een tandarts-endodontoloog of tot een apexresectie. Deze laatste behandeling is een operatieve ingreep door de kaakchirurg, die de wortelpuntontsteking wegneemt en zo nodig een nieuwe kanaalvulling aanbrengt. Wanneer een herbehandeling van het wortelkanaal goed mogelijk is, verdient dit de voorkeur boven een (operatieve) apexresectie. De zorgverzekeraar vergoedt een apexresectie bij de kaakchirurg.
Ontstekingen van de kaken en omgevende structuren veroorzaakt door de aanwezigheid van (slechte) tanden of kiezen worden dentogene ontstekingen genoemd. De oorzaak van (zo'n uitbreiding van) een dentogene ontsteking is gelegen in een wortelpuntontsteking door een dode tand of kies, een tandvleesontsteking of een ontsteking uitgaande van een ten dele doorgebroken (verstands)kies. In het algemeen is het voldoende de oorzaak van een dergelijke ontsteking (kanaalbehandeling, extractie, tandvleesbehandeling) aan te pakken. Wanneer sprake is van een ver gevorderde ontsteking met pusvorming (abces) is het goed het abces te openen en te draineren en daarnaast of daarna de oorzaak te bestijden. In de meeste gevallen is het niet nodig een antibioticum voor te schrijven.
Dentogene cyste zijn holten in de kaak die ontstaan door de aanwezigheid van een tand of kies. De meest voorkomende dentogene cyste is de radiculaire cyste, een blaasvormige ontsteking aan de wortelpunt van een dode tand of kies. Een dergelijke cyste kan een flink volume van de kaak innemen en ook ontstoken raken. De behandeling bestaat uit een kanaalbehandeling met gelijktijdig of eventueel later verwijdering van de cyste bij de kaakchirurg. Een dergelijke behandeling wordt door de zorgverzekeraar vergoed.
Een ander veel voorkomende cyste is een folliculaire cyste, uitgaande van het vlies dat over de tand/kieskroon ligt wanneer deze nog niet is doorgebroken. Dit is het geval bij verstandskiezen die niet doorbreken in de mond. Ook een dergelijke cyste kan ontstoken raken en zelfs buurkiezen aantasten. Behandeling bij de kaakchirurg bestaat uit verwijdering van de tand of kies inclusief de cyste. Deze ingreep wordt vergoed door de zorgverzekeraar.