MS-patiënten die zelf door een microscoop kijken naar laesies of vragen stellen aan jonge onderzoekers in het MS-kenniscafé. Het kon allemaal tijdens de info-doemarkt die het VUmc MS Centrum Amsterdam op 29 juni organiseerde. Ze konden ook in de huid kruipen van een onderzoeker. Met een laboratoriumjas aan en veiligheidsbril op voerden patiënten een experimentje uit.
De info-doemarkt maakte deel uit van de MS-patiëntendag, waar deelnemers informatie kregen over het onderzoek dat binnen het MS Centrum plaatsvindt. Verschillende onderzoekers gaven presentaties tijdens twee plenaire sessie. De reacties na afloop waren zeer enthousiast, dus het evenement zal ongetwijfeld een vervolg krijgen.
Hieronder volgen korte samenvattingen van de presentaties met een link naar de presentatie zelf.
Inleiding in MS(-onderzoek) - Prof.dr. Chris Polman
Het VUmc MS Centrum Amsterdam doet al ruim tien jaar onderzoek naar MS met veel goede resultaten. Zoals het verbeteren van het stellen van de diagnose en de komst van geneesmiddelen die het ziekteverloop gunstig beïnvloeden.
Het centraal zenuwstelsel is op te splitsen in witte en grijze stof. De grijze stof bestaat uit de cellichamen van de zenuwen. Via de witte stof (de zenuwbanen) worden taken vervoerd naar de spieren. De laatste jaren is het duidelijk geworden dat MS niet alleen een witte stof ziekte is, maar dat ook de grijze gebieden zijn aangedaan. De huidige geneesmiddelen zorgen ervoor dat mensen minder ontstekingen krijgen in de witte stof, maar doen niks aan de zenuwschade in de grijze delen. Onderzoek van de komende jaren richt zich op het voorkomen van schade in de grijze delen.
Om schade te voorkomen is het van belang beter te begrijpen hoe schade ontstaat. Hiervoor is nog veel onderzoek nodig. Hopelijk komen we met het onderzoek van de komende jaren, waaronder de drie voorbeelden in deze folder, tot een behandeling die de ziekte stopt.
Voorkomen dat MS-laesies ontstaan - Dr. Elga de Vries
De bloed-hersenbarrière is een beschermende laag tussen het bloed in de bloedvaten en het hersenweefsel. De voornaamste functie van de barrière is het tegenhouden van ontstekingscellen en schadelijke stoffen. Bij mensen met MS gaat iets fout bij deze barrière, waardoor ontstekingscellen wel de hersenen ingaan en het kwetsbare hersenweefsel beschadigen. De bloedvaten in de hersenen werken daardoor ook niet meer goed, waardoor de zenuwcellen te weinig voedingsstoffen en zuurstof krijgen, met de afbraak van zenuwcellen tot gevolg.
Wij onderzoeken waarom de bloed-hersenbarrière verandert bij MS en of er manieren zijn om dit te herstellen. Wij hopen zo in de toekomst tot medicijnen te komen die niet alleen de ontsteking verminderen maar ook de schade aan de zenuwcellen beperken.
Verloop Voorspellen - Dr.ir Hugo Vrenken
Onderzoek naar de snelheid van het hersenweefselverlies bij mensen met MS is zeer belangrijk. Zo is de mate van hersenweefselverlies vroeg in de ziekte waarschijnlijk bepalend voor de mate van invaliditeit op langere termijn. Door dit verder te onderzoeken zouden we in de toekomst al vroeg in de ziekte kunnen bepalen wat het ziekteverloop van een individuele patiënt is en kunnen we de beste behandeling voor deze patiënt selecteren. Uit onderzoek blijkt dat de mate van hersenweefselverlies en de hoeveelheid MS-laesies niet correleren. Dit willen we beter begrijpen. Daarnaast onderzoeken we hoe de samenwerking tussen verschillende hersengebieden verandert door MS en of de samenwerking verbetert bij het gebruik van medicijnen die de schade aan de hersenen afremmen.
MS: grijze of witte stof ziekte? - Dr. Jeroen Geurts
MS is niet alleen een ziekte van de witte stof, maar ook van de grijze stof. Beschadigingen in de grijze stof leiden tot problemen met denken, concentreren en onthouden. Het brein heeft echter een ‘reservecapaciteit’ waardoor het zichzelf kan repareren. In ons onderzoek zoeken we naar mogelijkheden om de reserves van de hersenen aan te spreken, zodat we het geheugenverlies beperken.
Resultaten CCSVI onderzoek - Dr. Bob van oosten
T.z.t. zal hier een link naar de presentatie van Dr. Bob van Oosten komen. We kunnen nu de presentaties nog niet publiceren, omdat we anders de resultaten niet meer in een wetenschappelijk tijdschrift mogen plaatsen. Dat zou niet goed zijn voor de wetenschappelijke discussie over dit onderwerp.
Om toch antwoord te geven op de meest gestelde vargen verwijzen we u naar het volgende artikel:
Tien vragen over CCSVI-onderzoek
