In de zoektocht naar nieuwe medicamenteuze therapieën voor multiple sclerose (MS) wordt gebruik gemaakt van uitkomstmaten voor de optimale detectie van behandelingseffecten. Ivo van den Elskamp bestudeerde in zijn promotieonderzoek de statistische power van zowel conventionele als niet conventionele MRI uitkomstmaten en onderzocht de haalbaarheid van het toepassen van deze maten in klinische trials in MS.
MS-laesies (afwijkingen) in de hersenen en ruggenmerg kunnen zichtbaar gemaakt worden door middel van MRI ('Magnetic Resonance Imaging'). Een onderzoeksmethode met behulp van een magneetveld en radiogolven. Op de MRI-beelden kunnen naar verschillende parameters gekeken: aantal laesies, totale volume van alle laesies en aantal laesies na substractie. Bij subtractie worden twee MRI-scans van dezelfde persoon van twee verschillende tijdstippen van elkaar afgetrokken. Uit het onderzoek van Ivo van den Elskamp blijkt dat het totale volume van de aankleurende laesies en het aantal laesies na subtractie een goede uitkomstmaat is voor de detectie van ontstekingsremmende behandelingseffecten. Door gebruik te maken van deze twee uitkomstmaten zijn er significant minder patiënten nodig voor het aantonen van een behandeleffect, vergeleken met de conventionele uitkomstmaat: het aantal aankleurende laesies.
Voor het meten van zenuwschade kan er gekeken worden naar het aantal gebieden waar zenuwcelverlies is, de zogenoemde 'black holes' op MRI-beelden. Ook kan er gekeken worden of de hoeveelheid hersenweefsel is afgenomen. Dit verschijnsel staat bekend als atrofie. Van den Elskamp heeft in zijn onderzoek laten zien dat het effect van medicijnen die zenuwschade moeten voorkomen het beste met deze twee uitkomstmaten gemeten kan worden.
De resultaten van het onderzoek van Van den Elskamp dragen in de toekomst bij aan de efficiënte uitvoering van klinische trials in MS.