Betrokken en zorgvuldig - Kennis maakt ons beter

Behandeling

Schub behandelen

 

Wat is een schub
Men spreekt van een schub bij het optreden van duidelijke nieuwe verschijnselen van uitval die in de loop van uren tot dagen ontstaan, minstens 24 uur duren en niet verklaard kunnen worden door een andere oorzaak, zoals slechter functioneren bij koorts.
Niet elke schub hoeft behandeld te worden. In het algemeen is het zinvol een behandeling te overwegen als de klachten al enkele dagen bestaan zonder tekenen van herstel en er problemen in het dagelijkse functioneren zijn.

Methylprednisolon kuur
De behandeling bestaat uit een hoge dosering ontstekingsremmende stof (methylprednisolon) die gedurende drie of vijf dagen per infuus wordt toegediend. Het belangrijkste resultaat hiervan is dat de schub-verschijnselen sneller afnemen,  het uiteindelijk herstel van de schub is niet anders dan bij onbehandelde patiënten.
De bijwerkingen van een methylprednisolon kuur vallen in het algemeen mee en lijken niet op de bijwerkingen die optreden bij chronisch gebruik van prednisolon. Veel patiënten ervaren een wat opgejaagd gevoel en kunnen slecht slapen tijdens de behandeling. Ook ervaren velen een metaalachtige smaak in de mond. Soms treden hartkloppingen op.

Meer over Methylprednisolon kuur kunt u hier   downloaden.

 

Ziekteverloop beïnvloeden

 

Inleiding
Sinds 1995 is er een aantal middelen beschikbaar (interferon-beta en glatirameer-acetaat) dat de kans op nieuwe schubs verkleint en mogelijk ook de kans op verdere blijvende verslechtering. Bij patiënten, die ondanks deze middelen veel aanvallen houden en/of snel verslechteren, wordt natalizumab of fingolimod  voorgeschreven. In zeldzame gevallen worden ook nog andere middelen ingezet, maar die worden hier niet besproken. Of natalizumab en fingolimod de kans op blijvende invaliditeit kunnen verkleinen of uitstellen, is geen uitgemaakte zaak. Er zijn echter aanwijzingen dat dit wel het geval is.

Interferon-beta   
Interferon-bèta is een lichaamseigen eiwit, dat in iets gewijzigde vorm in drie verschillende preparaten beschikbaar is (Avonex, Betaferon, Rebif). Het beïnvloedt de werking van het afweersysteem en het ontstaan van ontstekingen in de hersenen. De onderlinge verschillen in werkzaamheid zijn gering. Gemiddeld genomen neemt het aantal schubs met 30% af. Ook mét interferon krijgen veel patiënten nog schubs.
Alle drie de preparaten worden per injectie toegediend. Hoe vaak de injecties moeten worden gegeven en op welke wijze (onderhuids of in een spier) verschilt per middel. Veel patiënten krijgen een geïrriteerde huid rond de injectieplaats. Na de injectie hebben veel patiënten enige tijd last van een 'griepachtig beeld' met hoofdpijn, rillerigheid (soms koorts), minder energie en spierpijn. In het algemeen treden deze bijwerkingen na enkele weken tot maanden steeds minder vaak op. Bij sommige patiënten maakt het lichaam antistoffen tegen interferon-bèta aan, waardoor deze minder goed werkt. Dit gebeurt meestal pas nadat interferon-bèta meer dan een jaar gebruikt wordt. Een bloedonderzoek kan uitwijzen of iemand deze antistoffen heeft.

Glatirameeracetaat
Glatirameeracetaat is verkrijgbaar onder de naam Copaxone. Het is een mengsel van kleine eiwitten, dat vermoedelijk de werking van het afweersysteem beïnvloedt en daarmee de kans op ontstekingen in de hersenen vermindert. Gemiddeld genomen neemt het aantal schubs met 30% af. Het wordt dagelijks per onderhuidse injectie toegediend. Rond de injectieplaats kan irritatie van de huid ontstaan. De 'griepachtige verschijnselen', zoals die bij interferon-bèta worden gezien, treden niet op. Wel ervaart een deel van de gebruikers na de injectie soms verschijnselen die lijken op een opvlieger. Voor zover bekend is de kans klein dat het lichaam antistoffen aanmaakt.

Natalizumab   
Natalizumab is in 2006 onder de naam Tysabri in Europa goedgekeurd voor de behandeling van MS. Het werkt waarschijnlijk door de hersenen af te sluiten voor ontstekingscellen uit de bloedbaan. Gemiddeld genomen neemt de kans op schubs af met 68%; het lijkt er dus op dat het effect van natalizumab sterker is dan dat van interferon-bèta en glatirameeracetaat. Het wordt eens per vier weken per infuus toegediend. Ondanks het goede effect wordt het middel niet direct bij alle patiënten met MS aangeraden. Dit is vanwege de kans op een ernstige virusinfectie van de hersenen: progressieve multifocale leukoencefalopathie (PML). Deze infectie wordt veroorzaakt door het bij meer dan de helft van de gezonde bevolking ook in het lichaam aanwezige JC-virus. Bij gebruikers van Tysabri kan dit normaalgesproken onschuldige virus wél ziekte veroorzaken. Daarom wordt voor een behandeling met Tysabri gekeken of het JC-virus in het lichaam aanwezig is. Als dat niet het geval is, dan is de kans op PML bij behandeling met Tysabri extreem laag. Als dat wel het geval is, dan kan de kans op PML oplopen tot 4% bij een behandelduur van meer dan twee jaar. PML leidt bij gebruikers van Tysabri in de meerderheid van de gevallen tot ernstige neurologische uitvalsverschijnselen, en in ongeveer 20% tot overlijden. De voor- en nadelen van deze behandeling bij dragers van het JC-virus moeten dan ook zeer nauwkeurig worden afgewogen, en ook zal de neurologische controle tijdens de behandeling intensief moeten zijn.

Fingolimod   
Sinds 2012 kan fingolimod onder de naam Gilenya worden voorgeschreven voor relapsing-remitting MS. Het is de eerste behandeling voor MS die in tabletvorm kan worden gegeven. Het middel zorgt ervoor dat ontstekingscellen minder geneigd zijn  de hersenen binnen te dringen. Gemiddeld genomen neemt de kans op schubs hiermee af met 54%. Soms ontstaat een vertraging van de hartslag bij inname van de eerste tablet. Daarom vindt de eerste inname onder bewaking met een monitor plaats. Bij volgende tabletten lijkt dit geen probleem meer te zijn. Na enkele  maanden behandeling is onderzoek door een oogarts noodzakelijk, wegens in zeldzame gevallen voorkomend 'macula-oedeem', vochtophoping achter het netvlies in het oog. Dit kan reden zijn de behandeling te stoppen. Voor zover bekend zijn geen gevallen van PML gemeld bij behandeling met Gilenya. Vooralsnog wordt behandeling met Gilenya alleen vergoed als eerdere behandeling met interferon-beta én glatirameeracetaat onvoldoende resultaat hadden.

 

Gevolgen van MS verzachten 

 

Inleiding
Ondanks de eerder genoemde behandelmogelijkheden zullen veel mensen met MS in de loop van de ziekte blijvende klachten krijgen. In veel gevallen is het mogelijk deze te behandelen, bijvoorbeeld met medicijnen, fysiotherapie, ergotherapie of logopedie. In sommige situaties kan een meer of minder uitgebreid revalidatieprogramma nuttig zijn. Een paar veel voorkomende klachten staan hier genoemd.

Spierkrampen   
Voor de behandeling van spierkrampen (spasticiteit) zijn er verschillende mogelijkheden. Fysiotherapie kan helpen, maar vaak zijn ook medicijnen nuttig. Meestal kunnen die in tabletvorm worden ingenomen. Niet altijd is dit afdoende. Soms kunnen de medicijnen dan via een onderhuidse pomp en slang naar het ruggenmerg worden gebracht.

Overprikkelbare blaas
Veel mensen met MS hebben last van een overprikkelbare blaas. Soms berust dit op een blaasontsteking die behandeld moet worden, maar vaak is dit niet zo. Afhankelijk van de precieze aard van de klacht zijn er verschillende medicijnen die kunnen helpen. Soms is het nuttig een blaasscan te maken met een ECHO-apparaat om te zien wat de beste behandeling is. Soms is de blaas te weinig actief en raakt deze overvuld. Dan kan het zelf leren catheteriseren (een dunne slang via de urinewegen naar de blaas leiden, zodat de urine kan aflopen) belangrijk zijn.

Vermoeidheid
Een groot deel van de mensen met MS heeft last van vermoeidheid. Vermoeidheid heeft vaak grote invloed op het dagelijks leven van mensen met MS. De oorzaak van vermoeidheid bij MS is niet duidelijk. Het multidisciplinaire MS-team heeft een zorgproramma voor vermoeidheid opgesteld.

Lees meer over zorgprogramma vermoeidheid

Psychische klachten
MS veroorzaakt niet alleen lichamelijke problemen. Bij veel mensen met MS zijn er (tijdelijk) problemen met de psychische verwerking en is er een verhoogde kans op depressie. Begeleiding door de MS-verpleegkundige of psycholoog kan dan helpen. Soms is psychiatrische begeleiding nodig.

Maatschappelijke klachten
Voor advisering over maatschappelijke gevolgen van MS (werk, relaties, uitkeringen) kan de hulp van de maatschappelijk werker worden ingeroepen.

Complete tekst downloaden

U kunt hier de complete tekst 'Behandeling' downloaden

printen