De groei van het gelaat bij aanwezigheid van een complete lip-, kaak- en/of verhemeltespleet (schisis) wordt bepaald door het defect zelf, door problemen met door de neus ademen en door een strakke bovenlip na lipsluiting. De groeiproblemen zijn voornamelijk beperkt tot de bovenkaak. Tandheelkundige problemen komen vaak voort uit de grootte van alle gebitselementen; de vorm, positie en grootte van de gebitselementen zijn afwijkend. Verder is de gebitsontwikkeling soms vertraagd en is de kwaliteit van het glazuur van de tanden naast de spleet niet optimaal.
Op de stafkliniek kindertandheelkunde van het Academisch Centrum
Tandheelkunde Amsterdam (ACTA) komen kinderen die om diverse redenen niet
behandeld kunnen worden door de eigen huistandarts. Kinderen met een
schisis worden hier ook behandeld. Het is duidelijk dat deze kinderen
een verhoogde kwetsbaarheid van het gebit hebben en door de
overprikkelbaarheid van het mondgebit of door een afwijkende tandstand
meer professionele aandacht verdienen. In het blijvende gebit zijn bij
ca. 50% van de kinderen met een schisis bovendien niet alle
gebitselementen aangelegd.
Allemaal redenen om een verhoogde tandheelkundige aandacht in te
stellen.
Er wordt altijd begonnen met een wensessie, waarin met het kind wordt
gekletst, wordt gespeeld met de tandartsstoel, allerlei instrumenten worden
gedemonstreerd en waarin wordt gepolijst (oftewel "gepoetst met een
elektrische tandenborstel"). Daarna wordt in een aantal sessies het gebit
van het kind gesaneerd. Er wordt veel aandacht besteed aan
mondhygiëne. Een schone en gezonde kindermond is het uiteindelijke
streven van de stafkliniek kindertandheelkunde.
Standaard nodigen wij uw zoon of dochter uit voor een controle op twee- en
vierjarige leeftijd. Het doel is begeleiding, verhoogde aandacht en zo
nodig behandeling van het kindergebit met name in de periode van doorbraak
en wisseling.
Vroeger werden kinderen met een schisis behandeld met een plaat in de
bovenkaak, een soort prothese voor de eerste operatie. Dit wordt nu alleen
toegepast in het geval van een dubbele lip-, kaak- en verhemeltespleet.
Onderzoek heeft uitgewezen dat kinderen met een eenzijdige lip-, kaak- en
verhemeltespleet geen profijt hebben van de behandeling met een plaat. Het
heeft geen effect op de voeding, de groei van de bovenkaak, het resultaat
van de operaties en de tevredenheid van de moeders met de gang van
zaken.
Het opvullen van de kaakspleet met bot van de patiënt zelf vindt
plaats na het wisselen van de melktanden. Door bot aan te brengen in
de kaakspleet wordt botondersteuning verkregen voor de tanden naast de
spleet en voor de hoektand die soms in de spleetregio doorbreekt (meer
informatie over deze ingreep vindt u op de website van de afdeling
Mondziekten
en Kaakchirurgie, onder "info over behandelingen"). Hierdoor wordt
de eventuele orthodontische behandeling vergemakkelijkt.
Zoals hierboven beschreven, zijn bij kinderen met een schisis ook vaker
tanden niet aangelegd. Met name de kleine voortand aan de spleetzijde is
vaak afwezig. Bij de orthodontische behandeling dient vooraf te worden
bepaald hoe men dit probleem oplost, zou dit zich voordoen. Het toepassen
van een implantaat ter afsluiting van een behandeling kan een goede
oplossing zijn. Daarbij dient u zich te realiseren dat een implantaat pas
op de leeftijd van 18 jaar kan worden geplaatst.
De orthodontist, mevr prof dr B Prahl, praat op de poli met een
schisispatient en zijn moeder
Een extreem geremde groei van het middengezicht kan een operatie noodzakelijk maken waarbij de bovenkaak naar voren wordt verplaatst en gefixeerd. Deze operatie vindt ook pas plaats als het kind circa 18 jaar oud is. Na deze operatie is soms een operatieve correctie van neus en lip wenselijk. Redenen voor minder goede resultaten moeten worden gezocht in het afwijkende groeipatroon van de bovenkaak en de onvoorspelbaarheid van het gedrag van littekenweefsel.
Multidisciplinaire behandeling van schisispatiënten leidt tegenwoordig tot bevredigende resultaten. Dit alles openbaart zich echter pas na jaren. Het vraagt veel geduld van de patiënt en zijn omgeving, maar ook van de behandelaars. Het blijft een taak voor het schisisteam om het lange termijndoel steeds in het oog te houden en de behandelingplanning over de jaren heen te bewaken. Waarschijnlijk is de meest belangrijke ontwikkeling op het terrein van schisis dat uit onderzoek is komen vast te staan dat alleen bij voldoende ervaring met de behandeling van schisispatiënten een goed resultaat kan worden bereikt. Het is daarom van belang dat ouders zich ervan vergewissen dat hun kind wordt behandeld in een team met ervaring.