Arthur: "Ik kan me van de meeste operaties nauwelijks wat herinneren, daar
was ik veel te klein voor. Alleen dat kapje over mijn mond en neus voor de
narcose, daar kreeg ik het benauwd van. Later ging dat gewoon via een prik
in mijn arm, daar merkte ik niets van."
Arthur: "Ik was ongeveer 4 jaar toen ik in de spiegel keek en aan mijn
moeder vroeg wat er eigenlijk met mijn mond was. Pas in de middenbouw (6-7
jaar) vroegen veel kinderen wat ik had. Ze plaagden me niet. Ik vertelde
gewoon wat het was, en dat was dat. Maar ik kreeg er wel genoeg van om
honderd keer hetzelfde verhaal te vertellen."
Arthur: "Toen ik 9 was, werd er een stukje bot uit mijn heup genomen om
mijn kaak dicht te maken. De kinderen uit mijn klas hadden een brief aan
mij geschreven. Ik was alweer uit het ziekenhuis voor ze hem konden
versturen. De vierde dag mocht ik al naar huis en ben ik heel even langs
school gegaan. Toen hebben ze de brief gewoon aan mij gegeven. Toen ik twee
weken later voor controle naar dr. Baart ging, vond hij het niet zo handig
dat ik mijn skipak aanhad. Daar had ik niet bij nagedacht. Ik wilde na de
controle zo gauw mogelijk weer doorgaan met schaatsen."
Sean tekende zijn babybroertje Jim, die geboren is met een schisis. Sean
dacht dat de schisis pijn deed en dat Jim daarom veel huilde. Veel
broertjes en zusjes denken dat een schisis pijn doet, maar gelukkig is dat
niet zo.