|   English VUmc   |   Home VUmc   |   Intranet VUmc   |   GGZ inGeest   |   Route en contact VUmc   |  Lees voor
a  |  a  |  a

Zoeken

 
Betrokken en zorgvuldig - Kennis maakt ons beter visual

Adolescenten

Diagnostiek bij adolescenten (12 t/m 18 jaar)

Doel van de diagnostiek  

Het doel van de diagnostiek is:

  • Vast te stellen of er sprake is van een genderidentiteitsstoornis (GIS) en/of andere problemen
  • Ouders/verzorgers en de adolescent te informeren of er inderdaad sprake is van een GIS en hoe dit eventueel met andere problemen samenhangt
  • Advies te geven over het omgaan met het genderprobleem
  • Eventueel een psychologische behandeling of begeleiding te adviseren 
  • Vast te stellen of de adolescent in aanmerking komt voor een medische behandeling.

Werkwijze

 

Diagnostiek  

Momenteel is er een wachttijd voor deze diagnostische fase. Zodra de adolescent aan de beurt is worden ouders en kind opgeroepen door een kinderpsycholoog of kinderpsychiater. Tijdens het intakegesprek wordt de diagnostische procedure besproken en vragen worden beantwoord. Daarnaast worden de problemen, zoals die op dat moment bestaan, geïnventariseerd.

 

De verdere procedure bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Gesprekken met de adolescent (ongeveer 1 keer per maand)
  • Afzonderlijke gesprekken met de ouder(s)/verzorger(s)
  • Psychologisch testonderzoek bij de adolescent
  • Een gestructureerd interview met de ouders over mogelijke andere problemen dan de genderdysforie
  • Het invullen van vragenlijsten door ouders en school
  •  Een kinderpsychiatrisch onderzoek

Aan het eind van de diagnostische fase vindt een adviesgesprek plaats. Hierin wordt de uiteindelijke diagnose besproken. Als het team op basis van deze gegevens concludeert dat er wel problemen zijn maar er geen sprake is van transseksualiteit, dan wordt de adolescent doorverwezen naar een hulpverlener in de eigen regio. Als het team concludeert dat er wel sprake is van transseksualiteit, kan er ten vroegste rond het 12e jaar gestart worden met puberteitsremmers. Dit is feitelijk nog geen start van de geslachtsaanpassende behandeling. De bedoeling is dat de adolescent tijd wint om rustig na te denken over de geslachtsaanpassing. Voor de puberteitsremming wordt de adolescent verwezen naar de kinderendocrinologen van het team, maar regelmatige bezoeken aan de psycholoog/psychiater blijven verplicht.

 

Medische behandeling

 

De kinderendocrinoloog, een medisch specialist op het gebied van hormonen, doet een lichamelijk onderzoek. Als er geen gezondheidsproblemen zijn, en uw kind in de puberteit is, mag er gestart worden met puberteitsremmende hormonen. Tot aan het zestiende levensjaar moeten ouders officieel toestemming geven voor het starten van het gebruik van puberteitsremmers, maar medewerking van ouders wordt door het team ook na het zestiende jaar belangrijk gevonden. Wanneer de wens van de jongere om van geslacht te veranderen duidelijk aanwezig blijft en ouders en psycholoog deze wens ondersteunen, kan er vanaf 16 jaar gestart worden met de echte geslachtsaanpassing. Vanaf 16 jaar gaat het dan om de behandeling met cross-sex hormonen, vanaf 18 jaar om operaties. Er kan pas gestart worden met de geslachtsaanpassing na goedkeuring van het gehele team.

 

   

Copyright VU medisch centrum 2012 Privacy | Disclaimer | Copyright | Webredactie