|   English VUmc   |   Home VUmc   |   Intranet VUmc   |   GGZ inGeest   |   Route en contact VUmc   |  Lees voor
a  |  a  |  a

Zoeken

 
Betrokken en zorgvuldig - Kennis maakt ons beter visual

Borstamputatie

Subcutane mastectomie (borstamputatie)

De subcutane mastectomie (borstamputatie)

Borstamputatie:
De borsten worden meestal in een afzonderlijke operatie geamputeerd. Er zijn grofweg drie technieken om dat te doen. Alle technieken hebben met elkaar gemeen dat het borstklierweefsel en overtollige huid wordt weggenomen maar de tepel en tepelhof in tak blijven. Bij elk van de operaties kunnen het tepelhof en de tepel zonodig worden verkleind. Welke techniek gekozen wordt hangt af van de grootte en de mate waarin de borsten “hangen”. Hoe groter de borsten, hoe groter de littekens worden.

Technieken:

  1. Donut-procedure:
    Enkel geschikt voor hele kleine borsten die niet hangen met een stevige, elastische huid. Hierbij wordt via een circulaire snede rondom het tepelhof het. Het tepelhof en de tepel blijven “leven” op een onderhuidse weefselbrug. Deze procedure geeft het kleinste litteken (namelijk rondom het tepelhof)
  2. Sous-mammaire benadering met gesteelde tepel:
    Geschikt voor grotere borsten die weinig/een beetje hangen. Hierbij wordt via een snede die in lijn ligt met de grote borstspier het klierweefsel en overtollige huid verwijderd. Het tepelhof en de tepel blijven  “leven” op een onderhuidse weefselbrug. Het litteken ligt aan de buitenrand van de grote borstspier en rondom het tepelhof.
  3. Sous-mammaire benadering met vrij tepeltransplantaat:
    Geschikt voor grote en hangende borsten. De techniek is identiek aan bovengenoemde, echter het tepelhof en de tepel worden als een vrij transplantaat van de borst genomen en nadat het klierweefsel en overtollige huid zijn verwijderd teruggeplaatst.

Complicaties:

nabloeding:
dit kan optreden de eerste dagen na de operatie. De borst wordt dik en blauw en is pijnlijk. Meestal is dit een reden om met spoed opnieuw te worden geopereerd om de bloeding te stelpen en de bloedstolsels te verwijderen.
(deels) afsterven van de tepel:
De kans hierop is groter na een nabloeding, bij het gebruik van een vrij tepeltransplantaat en als u rookt. Dit behoeft geen spoedingreep. Meestal wordt er afgewacht. Eventueel kan er in tweede instantie een correctie worden uitgevoerd.

Post-operatieve zorg

Tijdens de operatie wordt aan beide kanten een wonddrain geplaatst die de eerste dagen het bloed en wondvocht laten aflopen. Ook wordt er vanaf de operatiekamer een stretch-corset (tubigrip) aangedaan om wat druk op de wonden te geven. Deze zal tot 4 weken na de operatie moeten worden gedragen. Voor alle technieken geldt ongeveer een ligduur van 3-4 dagen, afhankelijk van hoelang de drains produceren. De eerste 6 weken na de operatie wordt er geadviseerd om geen zware lichamelijk arbeid te verrichten i.v.m. een vergrootte kans op nabloedingen of blauwe plekken. De eerste poliklinische controle zal plaatsvinden ongeveer twee weken na de operatie. Eventuele hechtingen worden dan verwijderd. Daarna volgt nog een controle na 4 tot 6 weken.

Opmerkingen

  • U wordt geadviseerd om drie weken voor de operatie te stoppen met roken. Roken geeft meer kans op wondinfecties, vertraagde genezing en afsterven van de tepel en daardoor uiteindelijk lelijkere littekens
  • Des te slanker u bent des te beter het resultaat. Bij dikkere mensen is met name de overgang naar de zijkant/rug minder vloeiend te maken.
  • De littekens zullen in de loop van de tijd wat breder kunnen worden.
  • Eventuele secundaire correcties worden niet eerder dan na 6 maanden uitgevoerd.

Copyright VU medisch centrum 2012 Privacy | Disclaimer | Copyright | Webredactie