De subcutane mastectomie (borstamputatie)
Borstamputatie:
De borsten worden meestal in een afzonderlijke operatie geamputeerd. Er
zijn grofweg drie technieken om dat te doen. Alle technieken hebben met
elkaar gemeen dat het borstklierweefsel en overtollige huid wordt
weggenomen maar de tepel en tepelhof in tak blijven. Bij elk van de
operaties kunnen het tepelhof en de tepel zonodig worden verkleind. Welke
techniek gekozen wordt hangt af van de grootte en de mate waarin de borsten
“hangen”. Hoe groter de borsten, hoe groter de littekens
worden.
Technieken:
Complicaties:
nabloeding:
dit kan optreden de eerste dagen na de operatie. De borst wordt dik en
blauw en is pijnlijk. Meestal is dit een reden om met spoed opnieuw te
worden geopereerd om de bloeding te stelpen en de bloedstolsels te
verwijderen.
(deels) afsterven van de tepel:
De kans hierop is groter na een nabloeding, bij het gebruik van een vrij
tepeltransplantaat en als u rookt. Dit behoeft geen spoedingreep. Meestal
wordt er afgewacht. Eventueel kan er in tweede instantie een correctie
worden uitgevoerd.
Post-operatieve zorg
Tijdens de operatie wordt aan beide kanten een wonddrain geplaatst die de
eerste dagen het bloed en wondvocht laten aflopen. Ook wordt er vanaf de
operatiekamer een stretch-corset (tubigrip) aangedaan om wat druk op de
wonden te geven. Deze zal tot 4 weken na de operatie moeten worden
gedragen. Voor alle technieken geldt ongeveer een ligduur van 3-4 dagen,
afhankelijk van hoelang de drains produceren. De eerste 6 weken na de
operatie wordt er geadviseerd om geen zware lichamelijk arbeid te
verrichten i.v.m. een vergrootte kans op nabloedingen of blauwe plekken. De
eerste poliklinische controle zal plaatsvinden ongeveer twee weken na de
operatie. Eventuele hechtingen worden dan verwijderd. Daarna volgt nog een
controle na 4 tot 6 weken.
Opmerkingen