|   English VUmc   |   Home VUmc   |   Intranet VUmc   |   GGZ inGeest   |   Route en contact VUmc   |  Lees voor
a  |  a  |  a

Zoeken

 
Betrokken en zorgvuldig - Kennis maakt ons beter visual

Tweede opleiding klinische farmacologie toegekend

11 oktober 2007

Met trots accepteerde het hoofd van de afdeling klinische farmacologie en apotheek Noortje Swart op 28 september het certificaat ter ere van de toekenning van de opleiding ‘Klinische farmacologie-overige’. De toekenning is een geweldige opsteker voor de afdeling, er is veel tijd en moeite ingestoken om de opleidingsbevoegdheid te krijgen, zo vertelt hoogleraar klinische farmacologie Theo de Vries.

"Klinisch farmacologen doen patiëntgebonden geneesmiddelonderzoek en zij adviseren over de medicamenteuze behandeling van patiënten. Het klinisch farmacologisch onderzoek bestaat uit vier fasen, waarbij elke volgende fase alleen gestart wordt bij gunstige resultaten van de vorige fase. Als een stof in het laboratorium dierexperimenteel is getest volgt onderzoek bij de mens.
De eerste fase vindt plaats bij gezonde vrijwilligers. Bij hen wordt, onder strikte veiligheidscondities, met name gekeken of het geneesmiddel toxisch is of bijwerkingen geeft bij bepaalde doseringen. In de volgende fase wordt het middel uitgetest bij een kleine groep patiënten. Hierbij wordt vooral gekeken of het middel bij bepaalde doseringen werkzaam is bij de aandoening waarvoor het is ontwikkeld, en welke bijwerkingen er optreden. Bij de derde fase wordt hetzelfde gedaan maar dan op grotere schaal. Hierbij wordt ook vaak gekeken of het nieuwe middel betere resultaten heeft dan de gebruikelijke therapie.
Na deze fase kan het geneesmiddel worden geregistreerd en mag het worden voorgeschreven. Dan wordt ook vaak gestart met de vierde fase: veelal epidemiologisch onderzoek bij grote groepen patiënten. Bepaalde effecten en bijwerkingen komen namelijk pas aan het licht indien het geneesmiddel op grote schaal wordt gebruikt."

Drie varianten
De opleiding klinische farmacologie bestaat uit het doen van onderzoek en het leren adviseren bij de medicamenteuze therapie van patiënten, maar ook bij bijvoorbeeld formulariumcommissies (bepalen welk medicijn bij welke aandoening voorgeschreven kan worden, EK) en het werk binnen de METC (Medisch ETische Commissie). Er wordt speciale aandacht geschonken aan bijzondere groepen patiënten zoals ouderen, kinderen en mensen met een slechte nierfunctie.
Er zijn drie opleidingsvarianten: de opleiding klinisch farmacoloog internist, klinisch farmacoloog ziekenhuisapotheker en klinisch farmacoloog overige (overige artsen, apothekers etc). Dat is historisch zo gegroeid, aldus De Vries. "Vanuit de achtergronden van de student zijn uiteindelijk drie opleidingsvarianten ontstaan. Je kunt als internist of ziekenhuisapotheker jezelf specialiseren als klinisch farmacoloog, maar bij de variant 'overige' bijvoorbeeld ook als huisarts of openbaar apotheker. Het doel is specialisten op te leiden met een extra deskundigheid op het gebied van geneesmiddelen."
VUmc had al de opleiding tot klinisch farmacoloog-ziekenhuisapotheker en nu dus ook die voor klinisch farmacoloog-overige. Swart kreeg het certificaat uit handen van de voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Klinische Farmacologie en Biofarmacie, professor Jan Schellens. VUmc heeft momenteel zes klinisch farmacologen in dienst en vier in opleiding.

Edith Krab

bron: Tracer
Copyright VU medisch centrum 2012 Privacy | Disclaimer | Copyright | Webredactie