Met trots accepteerde het hoofd van de afdeling klinische farmacologie en apotheek Noortje Swart op 28 september het certificaat ter ere van de toekenning van de opleiding ‘Klinische farmacologie-overige’. De toekenning is een geweldige opsteker voor de afdeling, er is veel tijd en moeite ingestoken om de opleidingsbevoegdheid te krijgen, zo vertelt hoogleraar klinische farmacologie Theo de Vries.
"Klinisch farmacologen doen patiëntgebonden geneesmiddelonderzoek en
zij adviseren over de medicamenteuze behandeling van patiënten. Het
klinisch farmacologisch onderzoek bestaat uit vier fasen, waarbij elke
volgende fase alleen gestart wordt bij gunstige resultaten van de vorige
fase. Als een stof in het laboratorium dierexperimenteel is getest volgt
onderzoek bij de mens.
De eerste fase vindt plaats bij gezonde vrijwilligers. Bij hen wordt, onder
strikte veiligheidscondities, met name gekeken of het geneesmiddel toxisch
is of bijwerkingen geeft bij bepaalde doseringen. In de volgende fase wordt
het middel uitgetest bij een kleine groep patiënten. Hierbij wordt
vooral gekeken of het middel bij bepaalde doseringen werkzaam is bij de
aandoening waarvoor het is ontwikkeld, en welke bijwerkingen er optreden.
Bij de derde fase wordt hetzelfde gedaan maar dan op grotere schaal.
Hierbij wordt ook vaak gekeken of het nieuwe middel betere resultaten heeft
dan de gebruikelijke therapie.
Na deze fase kan het geneesmiddel worden geregistreerd en mag het worden
voorgeschreven. Dan wordt ook vaak gestart met de vierde fase: veelal
epidemiologisch onderzoek bij grote groepen patiënten. Bepaalde
effecten en bijwerkingen komen namelijk pas aan het licht indien het
geneesmiddel op grote schaal wordt gebruikt."
Drie varianten
De opleiding klinische farmacologie bestaat uit het doen van onderzoek en
het leren adviseren bij de medicamenteuze therapie van patiënten, maar
ook bij bijvoorbeeld formulariumcommissies (bepalen welk medicijn bij welke
aandoening voorgeschreven kan worden, EK) en het werk binnen de METC
(Medisch ETische Commissie). Er wordt speciale aandacht geschonken aan
bijzondere groepen patiënten zoals ouderen, kinderen en mensen met een
slechte nierfunctie.
Er zijn drie opleidingsvarianten: de opleiding klinisch farmacoloog
internist, klinisch farmacoloog ziekenhuisapotheker en klinisch farmacoloog
overige (overige artsen, apothekers etc). Dat is historisch zo gegroeid,
aldus De Vries. "Vanuit de achtergronden van de student zijn uiteindelijk
drie opleidingsvarianten ontstaan. Je kunt als internist of
ziekenhuisapotheker jezelf specialiseren als klinisch farmacoloog, maar bij
de variant 'overige' bijvoorbeeld ook als huisarts of openbaar apotheker.
Het doel is specialisten op te leiden met een extra deskundigheid op het
gebied van geneesmiddelen."
VUmc had al de opleiding tot klinisch farmacoloog-ziekenhuisapotheker en nu
dus ook die voor klinisch farmacoloog-overige. Swart kreeg het certificaat
uit handen van de voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Klinische
Farmacologie en Biofarmacie, professor Jan Schellens. VUmc heeft momenteel
zes klinisch farmacologen in dienst en vier in opleiding.
Edith Krab