Betrokken en zorgvuldig - Kennis maakt ons beter

De voordelen en valkuilen van de participatiemaatschappij voor ouderen

Kan je in het kort uitleggen wat je hebt onderzocht?
Voor mijn proefschrift heb ik onderzocht hoe de sociale participatie van ouderen veranderd is over de laatste twintig jaar. Ouderen van nu zijn niet meer hetzelfde als vroeger. Zij hebben bijvoorbeeld een hoger opleidingsniveau en zijn minder kerkelijk. Sociale ontwikkelingen als individualisering en een nadruk op een actieve ouderdom zorgen er ook voor dat jongere cohorten van ouderen anders in het leven staan. Ik bestudeerde deze ontwikkelingen vooral op basis van data van de Longitudinal Aging Study Amsterdam (LASA) waarin ouderen al sinds 1992 elke drie jaar worden ondervraagd naar hun fysieke, cognitieve, emotionele en sociale functioneren.

Wat zijn de belangrijkste resultaten/ kernboodschappen?
In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, blijkt dat individualisering niet leidt tot het afbrokkelen of een vermindering van sociale banden. In tegendeel! Ouderen van nu hebben meer banden met mensen buiten de familie als vrienden, kennissen etc., ook tot op zeer hoge leeftijd, en doen steeds vaker aan vrijwilligerswerk. Dit komt volgens mijn onderzoek mede door de toegenomen hulpbronnen in jongere cohorten, zoals een toegenomen opleidingsniveau en beter cognitief functioneren. Een andere reden hiervoor is dat ouderen van nu hun participatie waarschijnlijk beter kunnen laten aansluiten bij individuele voorkeuren, want er zijn nu veel meer mogelijkheden.

Wat betekenen de onderzoeksbevindingen voor de praktijk? 
We weten uit eerder onderzoek dat goede sociale relaties, en met name ook het hebben van goede relaties buiten de familie een belangrijke voorwaarde is voor een hoog welzijn en geluksniveau. Een risico is echter dat doordat er steeds minder familieleden zijn die de zorg op zich kunnen nemen er steeds meer ouderen zijn die wel een breed netwerk hebben, maar met weinig zorgpotentieel. Zeker met het oog op de huidige beleidsontwikkelingen is dit een risico.

Wat heeft je het meeste verrast in je onderzoek?
Dat de mythes die over ouderen en hun sociale leven bestaan (zoals dat zij vaak eenzaam zijn en weinig contacten hebben naast hun kinderen) helemaal niet kloppen en ook steeds minder kloppen. Jammer genoeg wordt er in de publieke arena en media nog steeds wel vaak op deze wijze over ouderen gesproken. Terugkijkend op de afgelopen jaren zou je iets anders hebben gedaan? Op zich ben ik heel erg blij met hoe het traject is verlopen. Na 3 jaar had ik alle vier empirische artikelen uit mijn proefschrift gepubliceerd in peerreviewed Engelstalige wetenschappelijke tijdschriften en was ik klaar. Dat kwam ook omdat mijn promotietraject een uitvloeisel is van een student-assistentschap en een stage die ik in mijn master had gedaan. Als ik iets anders had willen doen, dan is het meer focus aanbrengen in mijn onderzoek. Ik wilde graag alles weten over sociale veranderingen en sociale relaties, waardoor het onderzoek erg breed was en over veel verschillende typen van relaties ging. Soms kan je beter in diepte naar ťťn fenomeen kijken. Maar daar is in de komende jaren nog voldoende tijd voor!

printen