De Early Nutrition Study

Aan de 'Early Nutrition Study' deden bijna 400 pasgeborenen mee. Zij wogen bij geboorte minder dan 1500 gram en hun ouders gaven toestemming voor deelname. Behalve in VUmc te Amsterdam werd het onderzoek ook uitgevoerd op de neonatale intensive care units van het AMC-Emma Kinderziekenhuis te Amsterdam, het St. Radboud ziekenhuis te Nijmegen, het Erasmus MC-Sophia Kinderziekenhuis te Rotterdam, de Isala Klinieken in Zwolle en het UMCG-Beatrix Kinderziekenhuis in Groningen.

Direct na de geboorte werd geloot welke voeding de pasgeborene zou krijgen in de eerste 10 dagen na de geboorte indien er niet genoeg eigen moedermelk was. Dit was dus donormelk óf kunstvoeding. Om een zo eerlijk mogelijke vergelijking te kunnen maken tussen beide soorten voeding was de studie 'blind'. Dit betekent dat artsen, verpleegkundigen, ouders en onderzoekers niet wisten welke baby kunstvoeding kreeg en welke donormelk. De voeding werd dan ook in geblindeerde, oranje spuitjes toegediend, zodat niemand het verschil kon zien. Gedurende de eerste twee maanden na de geboorte werd bijgehouden of de kinderen een infectie kregen, of ze necrotiserende enterocolitis (een ernstige darmziekte) doormaakten en of ze kwamen te overlijden.

In augustus 2014 hadden we ons doel van bijna 400 deelnemende kinderen bereikt. Uit de resultaten bleek dat donormelk gedurende de eerste 10 dagen na geboorte geen voor- of nadelen had boven kunstvoeding. Dit betekent dat in beide groepen evenveel kinderen een infectie kregen, necrotiserende enterocolitis doormaakten of overleden.
Ons onderzoek bevestigde wel weer dat melk van de eigen moeder het allerbeste is: kinderen waarvan de voeding voor meer dan 50% uit eigen moedermelk bestond, maakten minder infecties en necrotiserende enterocolitis door en hadden minder kans op overlijden.

Er zijn verschillende redenen te bedenken waarom we geen verschil tussen donormelk en kunstvoeding konden aantonen. Allereerst kan het zo zijn dat er door de pasteurisatie en het invriezen en weer ontdooien van de melk te veel van de goede stoffen in de donormelk verloren gaan. Een andere mogelijkheid is dat donormelk minder is toegespitst op de behoeften van het individuele kind dan de melk van zijn/ haar eigen moeder. Tenslotte zou het kunnen dat we de donormelk niet lang genoeg gegeven hebben. Dit werd onlangs door een Canadees wetenschappelijk onderzoek bevestigd.

De resultaten van de 'Early Nutrition Study' zijn in juli 2016 gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrijft JAMA Pediatrics.

printen