eNose studie

Introductie

De incidentie van NEC bij prematuren met een geboortegewicht <1500 gram is 7%, de mortaliteit als gevolg van NEC is tot 30%. Bij overlevenden van NEC wordt in 50% van de gevallen ernstige neurocognitieve en gastro-intestinale complicaties gezien.
Een belangrijke oorzaak voor de hoge mortaliteit en morbiditeit van NEC is het ontbreken van een biomarker om NEC in een vroeg stadium te detecteren.
In een recente proof-of-principle studie heeft onze onderzoeksgroep aangetoond dat fecale geuranalyse met een eNose potentie heeft als vroege biomarker voor detectie van NEC. Met een eNose worden Volatile Organic Compounds (VOC, vluchtige koolstofverbindingen) gemeten, afkomstig van metabole en microbiële processen. Vanaf drie dagen voor de (klinische) diagnose NEC werd gesteld kon reeds een significant verschillend in VOC-profielen worden waargenomen tussen prematuren die NEC ontwikkelen en een gematchte controlegroep.

Doelstelling studie

Identificatie van NEC-specifieke fecale VOC profielen op basis waarvan het optreden van NEC in een vroege fase kan worden voorspeld.

Opzet studie

In een prospectieve multicenterstudie, uitgevoerd in 9 NICU's (8 in Nederland, 1 in België), zullen van alle neonaten geboren bij een amenorroeduur < 30 weken dagelijks ontlastingsmonsters worden verzameld, tot een postnatale leeftijd van 28 dagen. Materiaal  wordt zo snel mogelijk na productie uit de luier geschept en verzameld in een vriezer op de afdeling. Naast eNose analyses worden Gaschromotografie-massaspectometrie (GC-MS) analyses verricht met als doel identificatie van 'NEC-specifieke' VOC's. Hiermee kan een 'geprimede' eNose worden ontwikkeld voor gebruik in de dagelijkse praktijk.


printen