Column Kristien Hemmerechts

Weinig relaties zijn zo intiem als die tussen arts en patiënt, al wordt het intieme karakter ervan niet altijd erkend. Het is een intimiteit die zich hult in de jas van professionalisme. Het is ook een opgelegde intimiteit, opgelegd door de ziekte die vereist dat een lichaam wordt onderzocht en indiscrete vragen worden gesteld. De intimiteit is niet wederzijds. De patiënt kan niet bij de arts doen wat de arts bij hem of haar doet. In tijden waarin gelijkwaardigheid gekoesterd wordt, is die asymmetrie lastig. Voor beide partijen is ze dat.

Een arts vertrouwde me ooit toe dat het hem almaar meer moeite kostte om zijn patiënten te onderzoeken. Lichamen boezemden hem een groeiende afkeer in en hij had al helemaal geen zin om ze aan te raken. Bij die mogelijkheid had ik nooit stilgestaan, en zo staan artsen misschien te weinig stil bij wat het betekent om patiënt te zijn. Wij, mensen, leven toch vooral in ons eigen verhaal, in onze eigen ervaring.

Ik ben niet graag patiënt. Helaas is het bijzonder moeilijk om in een ziekenhuis niet als patiënt te worden behandeld, althans in een Belgisch ziekenhuis. Een citaatje uit Er gebeurde dit, er gebeurde dat: 'In een ziekenhuis zijn er twee regimes: dat van het gesprek waarbij alle tijd voor jou wordt genomen en je alle aandacht krijgt, meer tijd en aandacht dan je lief is, en dat van de behandeling waarbij je een auto wordt waarvan een aantal onderdelen moet worden vervangen of hersteld. In regime 1 ben je een subject, in regime 2 een object.'

Als object moet je in het gareel lopen, of vaker: liggen. En ik loop niet graag in het gareel, en al helemaal lig ik er niet graag. Ik ben niet goed in onderwerping, in me onderwerpen aan het ziekenhuisregime. Ik zou een ramp zijn als gevangene. Ik ben een weerbarstige, tandenknarsende patiënt, omdat - zo vermoed ik - ik graag de controle bewaar. En ik bewaar ook graag mezelf. Bij de ene arts ben je al wat meer patiënt dan bij de andere. Zo was ik bij mijn oncoloog uiteraard een patiënt, maar ik bleef tegelijkertijd Kristien, een vrouw, een docente, een schrijfster, iemand met hersenen, die over dingen kon nadenken, iemand met een leven buiten het ziekenhuis en de consultatiekamer, iemand die meer was dan die tumor in haar borst.

 Is dat het belangrijkste wat een arts een patiënt kan geven? Nee. Een arts moet in de eerste plaats efficiënt zijn, en krachtdadig, en moedig, opdat de patiënt hem of haar zou kunnen vertrouwen. Ik vermoed dat de meeste mensen van nature geneigd zijn een arts hun vertrouwen te schenken, maar misschien is dat naïef, zoals ik een aantal keer tot mijn scha en schande heb ondervonden. Ik zal u met die voorvallen niet vervelen, maar ze hebben me wel geschokt. Misschien zijn slechte ervaringen even onvermijdelijk als goede: een arts is ook maar een mens, die een slechte dag kan hebben, of zich door winstbejag kan laten leiden, of door overmoed. Net zoals de arts niet mag vergeten dat de patiënt een mens is, mag de patiënt dat niet uit het oog verliezen bij de arts.

Het idee dat je blindelings je lot in de handen van je arts legt is trouwens achterhaald. Bij die evolutie heeft het internet een grote rol gespeeld. Zo kun je bijvoorbeeld googelen welke bijwerkingen je van radiotherapie kunt verwachten. De artsen leggen je die bijwerkingen wel uit, maar het is prettig om het ook uit een andere bron te vernemen. Artsen zijn er zich trouwens goed van bewust dat de meeste patiënten het internet afschuimen op zoek naar informatie over hun ziekte en behandeling. Ik kan me ook voorstellen dat ze daar gemengde gevoelens én ervaringen bij hebben, dat ze denken: wie is hier de arts, jij of ik?

Uiteindelijk moet je als patiënt de controle uit handen kunnen geven, al was het maar vanwege de narcose. Dat is het moment suprême van overgave én van vertrouwen in de expertise van de mensen die rond de operatietafel staan. Waarschijnlijk gaat het tussen arts en patiënt precies zoals in de liefde: vertrouw je partner/je arts, maar bewaar een gezond vleugje achterdocht. Bedenk dat hij of zij niet alleen je partner/je arts is, maar ook een mens met alles wat daarbij hoort. Je geliefde is geen god of godin, en ook de artsen zijn dat niet, al zou je dat als patiënt soms wel willen, een onfeilbare god in wiens veilige handen je rust; die alle problemen voor je oplost, alle zorgen wegneemt.

Als ik aan het hoofd van een bedrijf zou staan, of het nou een supermarkt is, of een ziekenhuis, zou ik mijn medewerkers motiveren om nooit te vergeten dat ze er voor de klanten zijn en/of de patiënten of cliënten, of hoe je hen ook wil noemen. Het is niet prettig voor hen, zou ik zeggen, als jullie onder elkaar zitten te kletsen, als jullie meer door elkaar in beslag worden genomen dan door hen, of wanneer jullie muziek opzetten die jullie graag horen maar de cliënten/patiënten misschien niet, wanneer jullie onvriendelijk zijn of bazig of hard of bot.

Wanneer ik lesgeef, hou ik het ook mezelf voor: ik ben er voor de studenten. Lesgeven vergt veel energie, veel meer dan de studenten beseffen, en zo vergt het werk in een ziekenhuis vast veel meer energie dan patiënten beseffen. Voor die energie en betrokkenheid en aandacht en expertise wil deze onwillige patiënt hen uit de grond van haar hart bedanken.

Kristien Hemmerechts

printen