Betrokken en zorgvuldig - Kennis maakt ons beter

Hypo's en hyper's

Hypoglykemie

Bij een hypoglykemie, ook wel  een "hypo" genoemd, is de bloedglucosewaarde lager dan 4 mmol/l. Dit gaat meestal gepaard met klachten. Veel voorkomende klachten zijn o.a. moeilijk concentreren, transpireren, beven, trillen en duizeligheid. Bij de huidige streefwaarden van de diabetesbehandeling zijn hypo's niet te vermijden. De streefwaarden worden scherp gesteld, vanwege het doel van de behandeling: de bewuste vermindering van de kans op complicaties in de toekomst. De te verwachten bijwerking van de behandeling is dan hypo's. Een tot twee keer per week een niet ernstige hypo (een hypo die men zelf gemakkelijk kan opvangen) wordt als acceptabel beschouwd. Een hypo kan worden veroorzaakt door bijvoorbeeld te laat eten, een maaltijd overslaan, extra veel beweging, of wanneer teveel insuline is gespoten.

Wat te doen bij een hypo?

Stoppen met alle bezigheden. De bloedglucose meten om zeker te weten dat er sprake is van een te lage bloedglucose. Wanneer de bloedglucose lager is dan 4 mmol/l dient de hypo direct te worden opgevangen. Als hypo-opvang wordt 20 gram glucose geadviseerd. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van:

  • 6-7 tabletten druivensuiker (dextro)
  • 1 groot glas frisdrank (geen light!) of sinaasappelsap van 200 ml.
  • 4-6 klontjes suiker bv. in koffie of thee

 

De waarde van de bloedglucose en het tijdstip kunt u in het diabetesboekje noteren. Ook kunt u eventueel de gevoelde verschijnselen hierbij opschrijven. Dit maakt het mogelijk in het vervolg de signalen, die het lichaam geeft bij een naderende hypo, eerder op te merken. Controleer na twintig minuten de bloedglucose nog eens. Als deze nog onder de 4 mmol/l is, wordt de hypo-opvang herhaald. Indien er niet binnen een uur een maaltijd wordt gebruikt, kan er nog een portie fruit of een boterham worden gegeten.  Dit is nodig omdat de druivensuiker snel werkt, maar ook weer snel is uitgewerkt. Er zou anders weer een hypo kunnen optreden. In het algemeen zal de bloedglucose door het innemen van 20 gram glucose stijgen met 3 mmol/l. Probeer tijdens de hypo de drang om heel veel te eten te weerstaan. De bloedglucose stijgt dan te veel en het vele eten leidt tot gewichtstoename.

Hypo-angst

Een sterke daling van de bloedglucose wordt door veel mensen met diabetes als onaangenaam ervaren en kan sterke gevoelens van angst oproepen. Redenen waarom mensen met diabetes bang zijn voor hypo's is dat men de controle over zichzelf kwijt kan raken, of dat een patiënt 'zomaar' buiten bewustzijn kan raken. Tijdens een hypo kunnen mensen anders reageren dan normaal, kunnen ze fouten maken. Dit kan er toe leiden dat omstanders de patiënt met 'rare' ogen bekijken. Dat kan vervolgens tot schaamtegevoelens leiden.
Het zelf meemaken van één of meerdere ernstige hypo's of getuige zijn van een ernstige hypo kan ervoor zorgen dat de angst ervoor grote vormen gaat aannemen. Zelfs zo groot dat de persoon met diabetes er alles aan doet om een hypo in de toekomst te voorkomen. Een dreigende hypo wordt dan bijvoorbeeld voorkomen door voorafgaand aan activiteiten extra (te) veel koolhydraten te eten, (veel) minder te spuiten of door minder activiteiten te ondernemen. De angst kan zodanig zijn dat iemand niet meer alleen buitenshuis durft te gaan.
Het is begrijpelijk dat er zorgen over een hypo kunnen ontstaan.  Als de angst voor hypo's de overhand krijgt en het leven voor een groot deel gaat bepalen, kan hulp van een psycholoog uitkomst bieden.

Hyperglykemie

Een hyperglykemie, ook wel een " hyper" genoemd, is een bloedglucosewaarde hoger dan 10 mmol/l, die gepaard gaat met klachten. Voorkomende klachten zijn bijvoorbeeld veel plassen, dorst, droge mond en moeheid. Bij veel mensen ontbreken deze klachten. Een matige hyperglykemie kan door middel van een aanpassing van de medicatie worden behandeld. Wanneer een patiënt, in geval van insulinegebruik, zelfregulatie heeft geleerd, kan dit door de patiënt zelf worden gedaan.
In zeer ernstige gevallen kan een bewusteloosheid (coma) optreden. Bij hele hoge bloedglucosewaarden is er een tekort aan insuline. Het lichaam gaat dan vetten verbranden om toch de benodigde brandstof te krijgen. De afbraakproducten van deze vetten, de ketonen, verzuren het lichaam. Men kan gaan braken, de ademhaling wordt diep en zwaar (Kussmaulse ademhaling) en de adem ruikt naar aceton. Men spreekt dan van en ketotisch coma, ofwel, keto-acidose. Een keto-acidose treedt vooral bij diabetes type 1 op. Bij type 2 treedt minder snel verzuring op, maar zeer hoge bloedsuikerwaarden kunnen tot ernstige uitdroging leiden. Deze uitdroging heeft sufheid en uiteindelijk (non-ketotisch) coma tot gevolg.

Wat te doen bij een hyper?

Bloedglucose meten om de twee uur, noteer de waarden en de verschijnselen. Veel water drinken. Insuline dosis verhogen of extra insuline bijspuiten (volgens zelfregulatieschema, of in overleg met arts/ diabetesverpleegkundige). Bij braken en/of acetongeur en/of sufheid dient altijd de arts te worden gewaarschuwd.
In overleg met de behandelend arts of diabetesverpleegkundige wordt bepaald bij welke bloedglucosewaarde er contact met het behandelteam moet worden opgenomen.
Een hyperglykemie kan bijvoorbeeld worden veroorzaakt door een infectie (griep, urine- of luchtweginfectie), of door vergeten insuline te spuiten. Een hyper ontwikkelt zich geleidelijker dan een hypo.  Men heeft gedurende een aantal uren de gelegenheid om maatregelen te nemen.

printen