Betrokken en zorgvuldig - Kennis maakt ons beter

Veel MS-onderzoek van VUmc in april nummer van MS Journal

16 mei 2018

Resultaten van wetenschappelijk onderzoek worden gepubliceerd in wetenschappelijk bladen. Voor onderzoekers is het na het insturen van hun artikel altijd spannend of het wel of niet geaccepteerd zal worden. Als het artikel, eventueel na aanpassingen, geaccepteerd wordt, is het afwachten tot het daadwerkelijk gepubliceerd wordt. In april 2018 kwam er een bijzonder nummer uit van het blad Multiple Sclerosis Journal, want er stonden maar liefst vijf artikelen in van onderzoekers van VUmc MS Centrum Amsterdam.

MSJAngst en depressie bij MS - commentaar op stelling
Brigit de Jong en Bernard Uitdehaag
In dit blad wordt elke maand een controversiële stelling besproken door twee groepen. In dit nummer was de vraag of angst belangrijker is bij MS dan depressie. Het ja-  en nee-artikel van internationale onderzoekers werd van commentaar gezien door twee VUmc neurologen: Brigit de Jong en Bernard Uitdehaag. Angst en depressie hebben beiden veel impact op de kwaliteit van leven van mensen met MS. Echter van depressie is het bekender dat het veel voorkomt. Ook wordt er naar het behandelen van een depressie bij MS meer onderzoek gedaan, dan naar angst bij MS. Beiden zijn behandelbaar en het zou ook meer bespreekbaar gemaakt moeten worden tijdens consulten met de neuroloog of MS-verpleegkundigen.   

Nieuwe biomarker voor het meten van progressie en het effect van medicatie
Cyra Leurs, Petar Podlesniy, Ramon Trullas, Lisanne Balk, Martijn Steenwijk, Arjan Malekzadeh, Fredrik Piehl, Bernard Uitdehaag, Joep Killestein, Jack van Horssen en Charlotte Teunissen
Mitochondriën zijn de energiecentrales van cellen. In de afgelopen jaren is er steeds meer erkenning gekomen voor een veranderende functie van mitochondriën in multiple sclerosis (MS) en dat ze een belangrijk rol hebben binnen de pathologie. Het DNA van mitochondriën (mtDNA) kan vrijkomen en is daardoor meetbaar in hersenvocht. De concentratie van het vrije mtDNA zou mogelijk een afspiegeling kunnen zijn van neurodegeneratie/neuroinflammatie in MS.
In dit onderzoek is bij 92 relapsing-remitting MS patiënten (RRMS), 40 progressieve MS  patiënten (PMS) en 50 controles (met andere neurologische ziektes) de concentratie vrije mtDNA gemeten in het hersenvocht. In deze studie werd onderzocht of mtDNA een potentiele biomarker zou kunnen zijn voor het identificeren van de verschillende MS subtypes en of de concentraties mtDNA beïnvloedt werd door het gebruik van fingolimod. Het blijkt dat de concentratie mtDNA hoger is in het hersenvocht van mensen met PMS vergeleken met de controles. Daarnaast daalden de concentraties van het mtDNA wanneer de RRMS patiënten werden behandeld met fingolimod. mtDNA concentraties kunnen misschien in de toekomst gebruikt worden als biomarker voor het effect van fingolimod.

Asymptomatische ruggenmerglaesies voorspellen niet de tijd tot het optreden van beperkingen
Iris Dekker, Madeleine Sombekke, Birgit Witte, Jeroen Geurts, Frederik Barkhof, Bernard Uitdehaag, Joep Killestein en Mike Wattjes
Ruggenmerglaesies komen veel voor bij mensen met MS. Soms zijn de laesies op de MRI-scan duidelijk gekoppeld aan symptomen, zoals bijvoorbeeld uitval van beenfunctie. Sommige laesies op de MRI-scan zijn niet in verband te brengen met symptomen, dit noemen we asymptomatische laesies. We hebben de MRI-data van 178 patiënten onderverdeeld in twee groepen. Groep één waren mensen met asymptomatische ruggenmerglaesies  (23,6%) en in de andere groep de mensen zonder ruggenmerglaesies of mensen met symptomatische ruggenmerglaesies (76,4 %). Het blijkt dat er geen verschil zit tussen de twee groepen in de tijd totdat mensen lichamelijke beperkingen ervaren.  Dat wil zeggen dat het hebben van asymptomatisch laesies vroeg in de ziekte waarschijnlijk niet voorspellend is voor de tijd totdat mensen lichamelijke beperkingen ondervinden of een tweede schub krijgen.

Metabolieten voorspellen ontstaan nieuwe laesie
Antoine Klauser, Oliver Wiebenga, Anand Eijlers, Menno Schoonheim, Bernard Uitdehaag, Frederik Barkhof, Petra Pouwels en Jeroen Geurts
Een groep van 59 mensen met MS kreeg over een periode van 18 maanden vier maal een MRI-scan waarbij met een speciale MRI-techniek (MR spectroscopie) naar veranderingen in de concentraties van metabolieten in de hersenen werd gekeken voor en na het ontstaan van nieuwe laesies. Het bleek dat een van deze metabolieten, glutamaat, al een toegenomen concentratie liet zien op de plaats waar op een later meetmoment een laesie zichtbaar zou worden. De metabolieten creatine en choline lieten een concentratie toename zien rond de periode van het ontstaan van een nieuwe laesie. Deze resultaten geven mogelijk nieuwe inzichten in de metabole processen die ten grondslag liggen aan het ontstaan van nieuwe MS laesies in de hersenen.

[89Zr]rituximab wordt niet opgenomen in de hersenen
Marloes Hagens, Joep Killestein, Maqsood M Yaqub, Guus AMS van Dongen, Adriaan A Lammertsma, Frederik Barkhof en Bart van Berckel
Rituximab is een medicijn tegen MS. Uit onderzoek is gebleken dat al vier weken na start van de behandeling het ontstaan van nieuwe MS-laesies wordt geremd. Een werking van rituximab is het uitschakelen van een specifiek type witte bloedcellen, de zogenaamde CD20 positieve B-cellen. Het is echter onduidelijk hoe dit al in vier weken een effect op de MS-laesies kan hebben. Een mogelijke verklaring zou kunnen zijn dat rituximab in MS-laesies binnen kan komen doordat de bloed-hersenbarrière in beginnende MS-laesies kapot is. Rituximab zou dan een remmend effect kunnen hebben op de ontsteking in de MS-laesie. In dit kleine pilot onderzoek is deze theorie onderzocht. Hiervoor is gebruik gemaakt van Positron Emissie Tomografie (PET). Een PET-scan werkt niet zoals een MRI-scan met magneten, maar met kleine hoeveelheden radioactiviteit. Hiervoor is het medicijn rituximab gebonden aan de radioactieve stof zirconium-89 (89Zr). Doordat de PET-scan deze radioactieve stof kan meten in de hersenen, kunnen we meten hoeveel [89Zr]rituximab er in de hersenen binnenkomt. Uit de resultaten van deze studie blijkt dat [89Zr]rituximab niet in de hersenen van mensen met MS wordt opgenomen. Met deze studieopzet is echter niet helemaal uitgesloten dat er wel een zeer kleine hoeveelheden ongebonden rituximab (dus niet-radioactief) de hersenen binnen zou kunnen komen.

Link naar journal 

bron: Origineel

printen