Betrokken en zorgvuldig - Kennis maakt ons beter

Diagnose MS: sneller en even betrouwbaar

24 januari 2018

Een internationale groep MS-deskundigen heeft de richtlijnen uit 2010 voor het stellen van de diagnose MS bijgewerkt op basis van wetenschappelijk onderzoek van de afgelopen jaren. De nieuwe richtlijn moet het in een vroeger stadium stellen van de diagnose MS mogelijk maken, met behoud van de betrouwbaarheid. Twee hoogleraren van VUmc MS Centrum Amsterdam: professor Bernard Uitdehaag (neuroloog) en professor Frederik Barkhof (radioloog) maakten deel uit van deze deskundigen. De nieuwe versie van de diagnostische criteria onlangs gepubliceerd in het gerenommeerde blad The Lancet Neurology.

Bernard_FrederikHet doel van de diagnostische criteria is de diagnose MS snel en betrouwbaar te stellen. Een snelle  diagnose is belangrijk, omdat een tijdige behandeling nieuwe ontstekingen  en dus schade aan de hersenen kan voorkomen. De mogelijke behandelingen voor MS zijn echter kostbaar en geven vaak bijwerkingen. De betrouwbaarheid van de diagnose is dus even belangrijk als het snel kunnen stellen ervan, want we moeten voorkomen dat mensen onnodig deze behandelingen gebruiken.

McDonald criteria
De diagnostische criteria dragen de naam van de voorzitter van het deskundigenpanel die de richtlijn in 2001 opstelde, Ian McDonald, ook na de laatste revisie in 2017, omdat de basisgedachte  altijd hetzelfde is gebleven. De diagnose relapsing remitting MS (RRMS) wordt gesteld als er meerdere episodes of "Schubs" van lichamelijke klachten zijn (= spreiding in tijd), die afkomstig moeten zijn van minimaal twee plaatsen in de hersenen, ruggenmerg of oogzenuw (= spreiding in plaats). De vereisten van spreiding in tijd en plaats  vormen dus de basis voor de diagnose MS. Voor de diagnose primair progressieve MS (PPMS) gelden dezelfde principes, al is de toepassing wat anders door het ontbreken van duidelijke episodes. Wat ook hetzelfde is gebleven, is dat de neuroloog op basis van het verhaal van de patiënt en het lichamelijk onderzoek wel of niet denkt dat het MS is. Bevindingen van testen, zoals bloed-, hersenvloeistof- of MRI-onderzoek kunnen de verdenking bevestigen of juist niet.

Aanpassingen van de 2017 versie
Er zijn drie belangrijke veranderingen in de nieuwe versie van de McDonald criteria.

  1. Als er bij iemand spreiding in plaats is (de klachten komen uit verschillende gebieden van de hersenen of er zijn bij MRI-onderzoek afwijkingen in meerdere gebieden), maar er is slechts één episode met klachten geweest, dan kon tot 2017 de diagnose MS niet gesteld worden: geen spreiding in tijd. In de nieuwe criteria is het vinden van bij MS horende afwijkingen in de hersenvloeistof dan voldoende voor het stellen van de diagnose, omdat het vinden hiervan in dat geval een nieuwe episode in de toekomst erg waarschijnlijk maakt.
  2. Het vinden van MRI-afwijkingen die die de oorzaak zijn van de klachten die de patiënt op dat moment heeft, telde eerder niet mee voor spreiding in tijd en plaats. Dat mag in de nieuwe criteria wel.
  3. Verder tellen in de nieuwe criteria bij MRI-onderzoek gevonden afwijkingen in de buitenste laag van de hersenen, de hersenschors, ook mee.

Al met al is zo gemakkelijker spreiding in plaats en tijd aan te tonen en kan de diagnose dus sneller gesteld worden. Uit onderzoek blijkt, dat ondanks deze aanpassingen de diagnose even betrouwbaar blijft.


Diagnosis of multiple sclerosis: 2017 revisions of the McDonald criteria
AJ Thompson et al.
The lancet Neurology, Volume 17, No. 2, p162-173, February 2018

bron: Origineel

printen