Betrokken en zorgvuldig - Kennis maakt ons beter

Meten

MS verloopt bij elke patiënt anders. De één heeft veel aanvallen, maar herstelt snel. De ander heeft geen aanvallen, maar gaat langzaam achteruit. MS is dus een heterogene ziekte en vertoont zich in verschillende vormen (subtypen). We ontwikkelen verschillende meetmethodes om verschillende onderzoeksvragen te beantwoorden: Kunnen we de verschillende MS-subtypen herkennen? Kunnen we per individu het verloop van de ziekte voorspellen? Kunnen we bepalen welke behandeling bij een bepaalde persoon effectief zal zijn? Kunnen we sneller bepalen of een nieuwe therapie effectief is?

Meten met geavanceerde MRI-technieken
Er zijn verschillende technieken om MRI-beelden te maken, maar ook om de beelden te analyseren. We meten met MRI verschillende aspecten van MS, zoals:
a. Zenuwafbraak/atrofie, ofwel het krimpen van de hersenen is zichtbaar door vergroting van de hersenholten en verwijding van de windingen in de buitenste laag (hersenschors of grijze stof).
b. Wittestofafwijkingen zijn actieve MS-ontstekingen en littekens van oude ontstekingen. Er zijn ook afwijkingen, de zogenaamde haardvormige en diffuse afwijkingen, waarvan we nog niet precies weten wat deze zijn.
c. Grijzestofafwijkingen zien er heel anders uit dan die in de witte stof. In de grijze stof is bijvoorbeeld veel minder ontsteking zichtbaar.
d. Microschade in zenuwbanen, dat is schade die op een normaal MRI beeld niet kan worden gezien. Zenuwbanen kunnen in beeld gebracht worden. De illustratie geeft in geel de zenuwbanen weer waar MS-patiënten met cognitieve klachten meer microschade hebben dan MS-patiënten zonder deze klachten.
e. Hersenfunctie, bijvoorbeeld welke hersengebieden actief zijn bij het doen van een geheugentaak. De MRI-beelden van mensen met geheugenproblemen vergelijken we met de beelden van mensen zonder geheugenproblemen.
Zo zien we of de hersenfunctie is veranderd. Bij het meten van de hersenfunctie gebruiken we ook magneto-encefalografie (MEG).

Meten via de ogen
Met optical coherence tomography (OCT)-apparatuur kunnen we de zenuwen in het oog in beeld brengen. Dit is de enige plek waar we de hersenen ‘van buiten’ kunnen zien. Met de OCT wordt de achterkant van het oog (netvlies – linker paatje) in beeld gebracht. De dikte van de zenuwlaag in het netvlies wordt gemeten. We onderzoeken of zenuwverlies in het oog een goede maat is voor atrofie in het brein. Het uitvoeren van een OCT-scan duurt minder dan een minuut voor beide ogen en doet geen pijn. We hopen daardoor het gebruik van de MRI-scan te verminderen.

In bloed meten
We zoeken naar stoffen (biomarkers) in het bloed die aangeven welke biologische ziekteprocessen zich in de hersenen van een patiënt afspelen. Biomarkers geven een beeld van de processen die zich op het moment van de bloedafname afspelen. Uiteindelijk willen we panels van biomarkers ontwikkelen die gebruikt kunnen worden voor de diagnose, het voorspellen van het ziektebeloop en het voorspellen van de effectiviteit van een behandeling.

Vragenlijsten
We gebruiken bij het meten van het ziektebeloop verschillende vragenlijsten. Het is belangrijk om de verschillende vragenlijsten te testen op hun nut en gebruiksvriendelijkheid. We ontwikkelen een computergestuurde vragenlijst. Het oordeel hiervan is dat men alleen die vragen hoeft in te vullen die van toepassing zijn op de eigen situatie. Aan de hand van een beperkt aantal vragen kan relatief snel worden bepaald welke beperkingen er op dat moment ervaren worden. Deze methode is minder belastend dan het invullen van een lange vragenlijst op papier.

Gevolgen van MS
In het project NEURONED (NEUrologie Registratie Onderzoek NEDerland naar multipele sclerose) worden de fysieke, psychologische en sociale gevolgen van MS gemeten. Alle mensen met MS in de provincie Noord-Holland worden over langere tijd gevolgd. We inventariseren wat de last is die mensen ervaren door hun MS.

printen