Betrokken en zorgvuldig - Kennis maakt ons beter

Programmasubsidie

MS stoppen door meer kennis over de progressie van de ziekte

Het VUmc MS Centrum Amsterdam is op 1 januari 2015 gestart met een nieuwe programmasubsidie waarbij het vergaren van meer kennis over de progressie van MS centraal staat. Het doel is om te komen tot therapieën die de progressie stoppen, zodat zowel de fysieke achteruitgang als problemen met het denkvermogen voorkomen worden. Deze programmasubsidie heeft het centrum toegewezen gekregen door Stichting MS Research. Met de subsidie van 1,5 miljoen euro kunnen vijf promovendi vier jaar lang aan de slag om samen tot een oplossing te komen voor de progressie van de ziekte.

Professor Bernard Uitdehaag, directeur van VUmc MS Centrum Amsterdam: "Mensen met MS gaan in de loop van de tijd fysiek steeds verder achteruit, daarnaast kunnen ze problemen krijgen met hun denkvermogen (cognitie). Beide kenmerken van MS hebben grote impact op hun kwaliteit van leven en hun deelname aan de maatschappij. De steeds verdergaande verslechtering van mensen met MS noemen we de progressie van de ziekte. Er zijn nog geen behandelingen die de progressie kunnen stoppen. De afwezigheid van een werkzame therapie komt door een gebrek aan kennis van het onderliggende ziekteproces. We hebben een onderzoeksprogramma geschreven om juist hier meer over te weten te komen."

Ontsteking vs afbraak van zenuwen
In de afgelopen 20 jaar is er veel vooruitgang geboekt in het sneller en beter kunnen diagnosticeren van MS. Daarnaast was er 20 jaar geleden nog geen enkele behandeling voor MS en nu zijn er medicijnen die een deel van de mensen voor een bepaalde tijd goed kunnen helpen. Bij de meeste mensen met MS lijkt het of de ziekte in aanvallen komt. Zo'n aanval wordt ook wel schub genoemd. Bij ongeveer 85 procent van de MS-patiënten begint MS op deze manier, dit is relapsing-remitting MS (RRMS). Deze aanvallen worden veroorzaakt door ontstekingen in het centrale zenuwstelsel. De huidige medicijnen remmen de ontstekingen in het centrale zenuwstelsel (hersenen en ruggenmerg). Het probleem is dat ondanks deze medicijnen de progressie van de ziekte voortschrijdt. Bij een deel van de MS-patiënten gaat de RRMS vorm over in secundair progressieve MS (SPMS). Bij deze vorm van MS vindt er een geleidelijke achteruitgang plaats zonder duidelijke periodes van aanvallen en herstel. Bij 10-15 procent vindt er vanaf het begin verslechtering plaats zonder periodes van herstel, dit wordt primair progressieve MS (PPMS) genoemd. De progressie van de ziekte komt bij deze vormen van MS waarschijnlijk niet (meer) hoofdzakelijk door ontstekingen, maar vooral door de afbraak van zenuwen. We willen de progressie van MS stoppen om zo MS te genezen.

Onderzoeksprogramma
Het onderzoeksprogramma bestaat uit vier projecten die het probleem vanuit vier invalshoeken benaderen. De eerste twee projecten richten zich op het in kaart brengen van de problemen en het beter kunnen voorspellen van het verloop van de ziekte. De andere twee zoeken naar de onderliggende ziekteprocessen op cel- en weefsel niveau. De verschillende projecten zijn onderling zeer sterk met elkaar verbonden. Er zal dan ook continue uitwisseling zijn van elkaars resultaten. De vier afzonderlijke projecten zijn:
1/ meer weten over de fysieke beperkingen;
2/ meer weten over de cognitieve problemen;
3/ meer weten over de cel- en weefselveranderingen;
4/ meer weten over het ziektemechanisme.

1/ Fysieke beperkingen
Door gebruik te maken van drie grote internationale klinische studies zoeken we in dit project naar voorspellende maten voor progressie. Gegevens van ruim 500 mensen met MS worden gecombineerd en uitgebreid met nieuw klinisch onderzoek, zoals: MRI-scans, psychologische tests en bloed afnames. Er wordt gezocht naar klinische en radiologische maten en/of een bloedmarker die kunnen voorspellen wanneer RRMS over gaat naar SPMS. Als we dit weten kunnen we bestuderen of deze maat bij PPMS ook voorspellend is voor het verloop van de ziekte. Daarnaast hopen we nieuwe uitkomstmaten te ontdekken waarmee in klinische studies sneller de effectiviteit van nieuwe middelen bepaald kunnen worden. Ten slotte hopen we de lange termijn effectiviteit van behandelingen te kunnen bepalen.
Dit deel wordt begeleid door Dr. Mike wattjes (afdeling Radiologie) en Joep Killestein (afdeling Neurologie)
Promovendus Iris Dekker is op 1 juli 2015 begonnen
Promovendus Cyra Leurs is op 1 januari 2015 begonnen

2/ Cognitieve problemen
In dit project worden dezelfde klinische studies gebruikt als in het onderzoek naar uitkomstmaten voor fysieke beperkingen alleen ligt hier de focus op maten voor cognitieve achteruitgang. Er wordt gekeken welke hersenstructuren meer of minder aangedaan zijn en ook welke veranderde neurale netwerken zorgen voor cognitieve problemen bij MS. Zo proberen we specifieke cognitieve fenotypes te beschrijven.
Dit deel wordt begeleid door Dr. Menno Schoonheim (afdeling Anatomie en neurowetenschappen)
Promovendus Eijlers op 1 februari 2015 begonnen

3/ Cel- en weefselveranderingen
Voor het beter begrijpen van de ziekteprocessen wordt in dit project gebruik gemaakt van hersenmateriaal van overleden MS-patiënten. Via speciale kleuringen kunnen we zien welke cellen en eiwitten betrokken zijn bij de schade aan het hersenweefsel.  De microscopische beelden worden vergeleken met MRI-beelden van het hersenmateriaal. We willen zo niet alleen ontdekken welke cel- en weefselprocessen ten grondslag ligt aan de fysieke en cognitieve achteruitgang bij MS. We hopen ook dat we schade aan het weefsel via verbeterde MRI-technieken bij de mensen met MS beter in beeld kunnen brengen.
Dit deel wordt begeleid door Dr. Geert Schenk (afdeling Anatomie en neurowetenschappen)
Promovendus Svenja Kiljan is op 1 mei 2015 begonnen

4/ Ziektemechanisme
In dit project wordt gekeken naar de cel-cel interacties die verantwoordelijk zijn voor schade aan zenuwen. Door gebruik te maken van celkweken proberen we bepaalde ziekteprocessen van MS na te bootsen. Er worden geavanceerde kweekmodellen gebruikt waardoor we goed de interactie tussen zenuwuitlopers en hersensteuncellen, de zogenoemde gliacellen, kunnen bestuderen. Daarnaast kunnen we in deze kweekmodellen het effect van potentiële nieuwe therapieën testen.
Dit deel wordt begeleid door Prof.dr. Elga de Vries (afdeling Immunologie en moleculaire celbiologie)
Promovendus Alwin Kamermans  is op 1 januari 2015 begonnen

Vijf promovendi
De vijf promovendi zullen onder begeleiding van verschillende MS-experts werkzaam zijn op het gebied van: klinische neurologie, biomarkers/immunologie, neuropsychologie/MRI, pathologie en neuroimmunologie. Er zal intensief samengewerkt worden. Een eerste kennismakings bijeenkomst heeft in juni 2015 plaats gevonden.

printen