Betrokken en zorgvuldig - Kennis maakt ons beter

Diagnose MS, update 2011

Artikel uit 2011 met de 2010 revisions van de diagnostische criteria: Ann neurol 2011; 69:292-302

Criteria van Poser

In 1983 publiceerde Poser de naar hem genoemde criteria (Tabel 1) die in feite ook van deze denkwijze uitgaan. Er waren 4 diagnostische categorieën, die werden gedefinieerd door klinische en paraklinische (evoked potentials, MRI) gegevens alsmede resultaten van liquoronderzoek te combineren.

Tabel 1. Voormalige Diagnostische Criteria volgens Poser (1983)

McDonald criteria

Mede geïnspireerd door de toenemende ervaring met MRI-onderzoek bij de diagnostiek van MS heeft in 2001 een panel van internationale deskundigen onder voorzitterschap van W. Ian McDonald nieuwe diagnostische criteria voorgesteld, waarbij de resultaten van MRI-onderzoek een meer integrale component werden ten opzichte van de Poser criteria. Doorgaans spreekt men sindsdien van de McDonald criteria. In 2005 en meer ingrijpend in 2010 werden deze criteria aangepast aan inmiddels gepubliceerde nieuwe inzichten, onder ander betreffende de wijze van aantonen van dissociatie in tijd met behulp van MRI (Tabel 2).

Tabel 2. McDonald Criteria voor de diagnose MS 2010

Dissociatie in plaats en tijd

Als voorheen blijft het mogelijk de diagnose MS puur op klinische gronden te stellen; doorgaans zal toch een MRI gemaakt worden, ter bevestiging, maar ook om alternatieve verklaringen uit te sluiten.

Dissociatie in plaats
Nog steeds berust de diagnose vooral op het aantonen van dissociatie in tijd en plaats van voor demyelinisatie verdachte afwijkingen. Indien er op klinische gronden niet van dissociatie in plaats kan worden gesproken, dan kan dat soms op radiologische gronden al wel. We gebruiken dan dus het MRI onderzoek om dissociatie in plaats aan te tonen. MRI afwijkingen moeten voldoen aan de volgende  voorgestelde criteria:

Tabel 3. Dissociatie in plaats

Dissociatie in tijd  

Voor het aantonen van dissociatie in tijd kan nog steeds worden gevaren op de klinische presentatie. Omdat is gebleken dat bij MRI-onderzoek het aantal nieuwe laesies veel sneller toeneemt dan het aantal klinische exacerbaties kan door herhaald MRI-onderzoek nu sneller dissociatie in tijd worden aangetoond. In de oorspronkelijke McDonald criteria was dit een ingewikkelde zaak. In de gereviseerde criteria is dit veel eenvoudiger geworden.

Tabel 4. Dissociatie in tijd

Primair progressieve MS

Voor de diagnose primair progressieve MS (PPMS) is in tegenstelling tot eerder gepubliceerde diagnostische criteria het vinden van liquorafwijkingen (verhoogde IgG-idex en/of oligoclonale bandjes) niet meer een absolute voorwaarde, hoewel het de diagnose nog steeds ondersteunt (Tabel 5: McDonald citeria).

Tabel 5. De diagnose primair progessieve MS

Differentiaal diagnose

Zoals bekend is de differentiaal diagnose van MS zeer uitgebreid. Bij een typische presentatie (een jonge patiënt met kenmerkende episoden van neurologische uitval) zal de diagnose echter weinig problemen opleveren en volstaat vaak een MRI ter bevestiging van de diagnose en ter uitsluiting van andere aandoeningen. Als de MRI de verwachte diagnose bevestigt, zal liquoronderzoek weinig toegevoegde waarde hebben.

Bij oudere patiënten (>40 jaar), bij patiënten met een atypische presentatie (bijvoorbeeld epilepsie, hemiparese of hoofdpijn) of bij patiënten met een langzaam progressief beeld verdacht voor PPMS maar met negatieve liquorbevindingen kunnen er echter wel diagnostische problemen ontstaan. Voor een uitgebreide behandeling van de differentiaal diagnose van MS is deze plaats niet geschikt en wordt verwezen naar de handboeken.

Differentiaal diagnoses tabellen:

Tabel 6:  symptomen en bevindingen, waarbij aan een veronderstelde diagnose MS getwijfeld moet worden

Tabel 7:  differentiaal diagnose ADEM en MS

Tabel 8:  differentiaal diagnose neuro- Behçet en MS

Tabel 9:  differentiaal diagnose neurosarcoidose en MS

Diagnostische criteria voor neuromyelitis optica (m. Devic)

International consensus diagnostic criteria for neuromyelitis optica spectrum disorders. Neurology. 2015; 85(2):177-89:  https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/26092914 

Complete tekst diagnose MS

Hier kunt u de complete tekst MS diagnose, 2011 van Bob van Oosten (neuroloog) downloaden


printen