Afscheidsrede farmacoloog Peters: “Kan niet bestaat niet”

20 april 2018

Frits Peters neemt na 35 jaar afscheid van VUmc/ Cancer Center Amsterdam waar hij werkte als Hoofd Laboratorium bij Medische Oncologie. Op 20 april houdt professor dr. G.J. Peters zijn rede bij zijn afscheid.

Iedere wetenschapper krijgt regelmatig te horen dat iets niet kan, niet mag of onmogelijk is. Vaak komt dit van een subsidiegever, congresorganisatie, tijdschrift, leidinggevende, manager of gewoon een collega. Enige uitleg over het waarom wordt meestal niet gegeven. De ene wetenschapper zal zich erbij neerleggen, een ander zal uitleg vragen en er is een groep die 'kan niet' negeert. Peters zag 'kan niet' als een uitdaging; enerzijds om te zien of iets echt niet kan, anderzijds om ideeën uit te voeren die door anderen als 'onmogelijk' werden beschouwd. Peters: "Een voorbeeld hiervan was het verzamelen van tumorbiopten in het begin van mijn carrière na het toedienen van een geneesmiddel. Dat werd toen als 'onmogelijk' beschouwd; nu is dit de normaalste zaak van de wereld."

'Kan niet' wordt te vaak als een stopwoord gebruikt. Het leidt ertoe dat de wetenschappelijke curiositeit in de doofpot belandt. Dit is funest voor een creatieve onderzoeker. Een onderzoeker dient niet gehinderd te worden door onnodige belemmeringen. Dit wil niet zeggen dat alles dan maar moet kunnen. Binnen de grenzen van wetenschappelijke integriteit is echter vaak veel mogelijk. Dit betekent ook dat onderzoek niet in een bepaald hokje moet worden geplaatst, wat de interactie met ander onderzoek of benaderingen alleen maar belemmert. Er moet ruimte zijn om dat ene onorthodoxe idee wat misschien buiten het onderzoeksplan valt, toch te kunnen uitvoeren.

Daarvoor hebben wetenschappers ook een vast budget nodig, waar niet ieder jaar op gekort wordt. De huidige beoordelingsprocedure voor nieuwe projecten beperkt een onderzoeker. Het komt er bijna op neer dat er wekelijks een werkplan gepresenteerd moet worden. Dit kan niet. Prof. Peters pleit er voor het aantal regels voor onderzoeksprojecten te vereenvoudigen, zodat er minder tijd nodig is om het plan te schrijven en meer om het uit te voeren.

Ook de samenstelling van beoordelingscommissies dient een heroverweging, omdat te vaak commissieleden elkaars projecten beoordelen. Peters: "Dit kan eenvoudig opgelost worden doordat minimaal de helft van de commissieleden buitenlanders zou moeten zijn. Een voorbeeld is FWO, de Vlaamse zusterorganisatie van NWO, waar dit standaard is."

bron: Origineel

printen