Vernieuwde gedragscode wetenschappelijke integriteit

3 oktober 2018

Op 1 oktober overhandigden de KNAW, NFU, NWO, TO2-federatie, Vereniging Hogescholen en de Vereniging van Universiteiten de vernieuwde Nederlandse gedragscode wetenschappelijke integriteit aan Arie Slob van OC&W. Op die dag ging officieel de nieuwe versie in van deze code. De verschillende partijen werkten intensief samen aan een grondige herziening en verbreding van de code, die al sinds 2004 bestaat. De code bevat duidelijke normen die onderzoekers van veel verschillende onderzoeksorganisaties kunnen toepassen in de dagelijkse praktijk.

Commissielid prof. dr. Lex Bouter: "Met deze code maken de aangesloten organisaties duidelijk dat integriteit voor hen een essentieel element van de onderzoekspraktijk is. We willen dat onderzoekers kunnen werken in een open omgeving waar zij zich verantwoordelijk en aanspreekbaar voelen. Alleen als mensen dilemma's kunnen delen en fouten kunnen bespreken, komt de wetenschap verder. Met deze code hebben we hier een bijdrage aan willen leveren."

Deze code is een gedragscode voor onderzoekers en instellingen in Nederland, die de kaders respecteert van internationale raamdocumenten. De code laat aan de ene kant ruimte aan de instellingen om tot een gebalanceerd oordeel te komen over potentiële schendingen van de wetenschappelijke integriteit, maar noemt de wegingscriteria die daarbij een rol spelen expliciet. Dit maakt duidelijk hoe de code gezien moet worden: als een handreiking die onderzoekers en instellingen zelf kunnen en zullen toepassen. Maar ook andere partijen binnen het wetenschapssysteem, zoals financiers van onderzoek (waaronder de overheid), uitgeverijen, tijdschriftredacties en maatschappelijke partners kunnen goede en integere wetenschapsbeoefening faciliteren of belemmeren.

Gedragscode NL
Gedragscode EN

 
Enkele opvallende elementen in deze code, ten opzichte van de vorige versie, zijn:

  • De nieuwe gedragscode kan van toepassing zijn op zowel het publieke als het publiek-private wetenschappelijk onderzoek in Nederland.
  • In de gedragscode wordt nadrukkelijk ruimte geboden voor samenwerking en multidisciplinariteit: de code houdt rekening met de verschillen tussen (onderzoeks)instellingen.
  • De zorgplichten voor de instellingen zijn nieuw in deze gedragscode. Hiermee tonen de onderzoeksorganisaties dat zij verantwoordelijk zijn voor het creëren van een werkomgeving waarbinnen goede onderzoekspraktijken worden bevorderd en geborgd.
  • De nieuwe gedragscode wetenschappelijke integriteit maakt onderscheid tussen schendingen van de wetenschappelijke integriteit, bedenkelijk gedrag en lichte tekortkomingen.
  • In het laatste hoofdstuk staat beschreven hoe een instelling om moet gaan met potentiële schendingen van de wetenschappelijke integriteit.
  • De code laat aan de ene kan ruimte aan de instellingen om tot een gebalanceerd oordeel te komen over potentiële schendingen van de wetenschappelijke integriteit, maar noemt de wegingscriteria die daarbij een rol spelen expliciet.

Het laatste punt maakt goed duidelijk hoe de code gezien moet worden: als een handreiking die onderzoekers en instellingen zelf kunnen en zullen toepassen.

Meer informatie over wetenschappelijke integriteit vindt u hier.

bron: Origineel

printen