Diagnostiek Kinderen (<12 jaar)

Doel diagnostiek

Het doel van de diagnostiek is:  

  • Vast te stellen of er sprake is van genderdysforie (GD) en/of andere problemen
  • Ouders/verzorgers en verwijzers te informeren of dit het geval is en hoe dit eventueel met andere problemen samenhangt
  • Advies te geven over het omgaan met het genderprobleem
  • Eventueel ook een psychologische behandeling of begeleiding te adviseren. Dit kan plaatsvinden bij het VUmc zelf of bij een instantie in de nabijheid van de woonplaats.

Voor aanvang van de puberteit vinden nooit hormonale en/of chirurgische behandelingen plaats.

Werkwijze

Ouders krijgen een bericht wanneer hun kind aan de beurt is voor de diagnostiek.

De eerste gesprekken zijn een intakegesprek met één van de kinderpsychologen en een gesprek met een kinderpsychiater van het team.

De diagnostische procedure wordt dan besproken en vragen worden beantwoord. Daarnaast worden de problemen, zoals die op dat moment bestaan, geïnventariseerd.

Soms blijkt een verder diagnostisch traject niet geïndiceerd en worden geen vervolgafspraken gemaakt.
 
De verdere procedure bestaat uit de volgende onderdelen:

  • Een of meer gesprekken met het kind
  • Afzonderlijke gesprekken met de ouder(s)/verzorger(s)
  • Psychologisch testonderzoek bij het kind
  • Een interview met de ouders over eventuele andere problemen dan de genderdysforie
  • Het invullen van vragenlijsten door ouders en school.  

Aan het eind van de diagnostische fase vindt een adviesgesprek plaats. Hierin wordt de uiteindelijke diagnose besproken.

Ook wordt er advies gegeven over hoe ouders en kind met de genderdysforie om kunnen gaan.

Daarnaast worden er afspraken gemaakt over eventuele verdere psychologische begeleiding en/of behandeling. Hiervoor kan het kind worden verwezen naar een behandelaar in de eigen regio.

printen