Hormoonbehandeling bij man-vrouw transgenders

Hormoontype

Voor de hormonale behandeling wordt gebruik gemaakt van het vrouwelijk hormoon oestradiol (tabletten of pleisters) en het anti-mannelijk hormoon cyproteronacetaat (tabletten).

In VUmc wordt bij de behandeling gebruik gemaakt van cyproteronacetaattabletten van 50 mg in combinatie met oestradioltabletten van 2 mg of oestradiolpleisters van 100 microgram.

  • Cyproteronacetaat wordt normaal gesproken eenmaal daags na een maaltijd ingenomen. Het heeft twee effecten: het verlaagt de concentratie van het mannelijk hormoon testosteron in het bloed en het zorgt ervoor dat testosteron in het lichaam minder effectief is.
  • Oestradioltabletten worden normaal gesproken tweemaal daags, verspreid over de dag, ingenomen.
  • Oestrogeenpleisters worden tweemaal per week opgeplakt op een plaats waar de haargroei gering is en waar de huid geen plooien vormt bij beweging. In de pleister is een kleine hoeveelheid oestradiol opgelost die langzaam via de huid aan de bloedbaan wordt afgegeven. De pleister leidt soms tot huidirritatie en daarom is het belangrijk om de toedieningsplaats af te wisselen. Soms kan de pleister voortijdig loslaten. Met de pleister kan worden gedoucht en gezwommen.

Belangrijkste effecten

Toediening van oestradiol in combinatie met cyproteronacetaat heeft als doel het lichaam zoveel mogelijk te vervrouwelijken.

De belangrijkste effecten zijn:

  • borstvorming,
  • vermindering van de lichaamsbeharing,
  • verandering van de spier/vetverhouding,
  • afname van het libido (de zin in seks),
  • verkleining van de zaadballen,
  • vermindering van de erecties en
  • verminderde vruchtbaarheid.

Het effect wisselt per persoon en is vooral afhankelijk van genetische aanleg en in mindere mate van de hoeveelheid of type oestradiol.

Beharing
De beharing op het gehele lichaam neemt langzaam af. Toch zal met hormonen alleen de mannelijke beharing niet geheel verdwijnen. Aanvullende behandelingen zoals scheren, harsen of laserbehandelingen zijn noodzakelijk. Het effect op de beharing wordt pas merkbaar na maandenlang gebruik van cyproteronacetaat en soms pas na jaren. Huid en haar kunnen droger worden omdat de talgafscheiding van de huid afhankelijk is van testosteron.

Lichaamsbouw en gewicht
Het onderhuids vet zal toenemen en de vetverdeling verandert, met relatief meer vet rond de heupen en minder vet op de buik. Daarnaast zal de spiermassa iets afnemen en worden onderhuidse bloedvaten worden minder goed zichtbaar. Het skelet, dat de typische mannelijke bouw veroorzaakt (brede schouders), zal in de regel niet veranderen. De lichaamslengte verandert niet, het lichaamsgewicht neemt meestal iets toe, vooral bij mensen die aanleg hebben zwaarder te worden.

Borstvorming
Oestradiol stimuleert de borstvorming. In eerste instantie zal dit leiden tot gevoelige en zelfs pijnlijke borsten en kan klierweefsel onder de tepel worden gevoeld. In de loop van maanden tot ongeveer 2 jaar zullen de borsten hun uiteindelijke grootte krijgen. De mate van borstvorming is sterk afhankelijk van de genetische aanleg en veel minder van het type of de dosis van de hormonen. In sommige gevallen kan tijdens de behandeling wat afvloed uit de tepel komen, dit wordt veroorzaakt door prolactine ookwel het borstvoedingshormoon genoemd.

Stem
De stem verandert niet en blijft dus laag en kan alleen met behulp van logopedie veranderen.

Libido/seksualiteit
Het libido (de zin in seks) staat onder invloed van testosteron en zal door de behandeling sterk afnemen. De mogelijkheid erecties te krijgen en tot een orgasme te komen zal afnemen. Deze effecten zijn al in de eerste weken van de behandeling merkbaar.

Verkleining van de zaadballen
De zaadballen (de bron van het testosteron bij de man) zullen gedurende de behandeling kleiner worden.

Vruchtbaarheid
De vruchtbaarheid neemt al in de eerste maanden van de behandeling af. Toch wordt bij eventueel seksueel contact met vrouwen betrouwbare anticonceptie wel geadviseerd!

Mogelijke bijwerkingen

Hoewel er relatief nog weinig onderzoek is gedaan naar de gevolgen van hormoonbehandeling bij man-vrouw transgenders wordt algemeen aangenomen dat de behandeling veilig is.

Wel is het risico op sommige aandoeningen mogelijk licht verhoogd:

  • galstenen,
  • leverstoornissen,
  • hart- en vaatziekten en
  • trombose en/of longembolieën.

Het risico op trombose en/of longembolieën is waarschijnlijk wat groter bij het gebruik van oestradioltabletten in vergelijking met de oestradiolpleisters.

Na de operatie

Na de operatie is de bron van het mannelijk hormoon weggenomen en kan de cyproteronacetaat worden gestaakt.

In het lichaam wordt dan door de bijnieren nog een kleine hoeveelheid testosteron aangemaakt (dat gebeurt bij biologische vrouwen ook) wat sporadisch aanleiding kan geven tot een milde vorm van overbeharing. In dat geval is een lage dosis cyproteronacetaat (1 maal daags 10 mg) vaak voldoende om dit te onderdrukken.

Oestradiol blijft na de operatie noodzakelijk om de vervrouwelijking te onderhouden maar ook om botontkalking te voorkomen. Het moet om die reden in ieder geval tot het 55e levensjaar (de leeftijd van de overgang bij natuurlijke vrouwen) worden gebruikt.

printen