Betere geneesmiddelenbewaking van middel natalizumab bij MS

Gepubliceerd op: 05-11-2019

Bij mensen met multiple sclerose die natalizumab gebruiken en de zeldzame complicatie progressieve multifocale leukoencefalopathie (PML) hebben, blijkt dat de grootte van de afwijkingen op MRI-beelden verband houdt met het aantonen van het JC-virus in het hersenvocht. PML kan, zo blijkt uit Martijns onderzoek, bij mensen met kleine afwijkingen op MRI niet betrouwbaar worden uitgesloten. Daarnaast heeft het onderzoek van Martijn er voor gezorgd dat een PML beter vroegtijdig te herkennen is op MRI-beelden. Martijn Wijburg promoveert op 8 november bij Amsterdam UMC.

Natalizumab is een middel voor de behandeling van multiple sclerose (MS) dat eenmaal per maand via een infuus wordt toegediend. In enkele gevallen kan bij gebruik van dit middel een ernstige infectie van de hersenen als bijwerking optreden, progressieve multifocale leukoencefalopathie (PML). Het vroeg ontdekken van PML is belangrijk voor het op tijd beginnen met de behandeling en geeft de patiënt een gunstigste prognose. Afwijkingen op MRI-beelden die veroorzaakt worden door PML, worden gemakkelijk verward met nieuwe afwijkingen die door MS veroorzaakt zijn. Door het onderzoek van Martijn Wijburg is nu beter bekend welke afwijkingen op MRI-beelden het beste bij een PML passen.

Laboratoriumtest

PML wordt veroorzaakt door het normaalgesproken onschuldige JC-virus dat bij meer dan de helft van de gezonde bevolking in het lichaam aanwezig is. Bij gebruikers van ontstekingsremmende middelen, zoals natalizumab, kan dit virus wél ziekte veroorzaken. De aanwezigheid van het JC-virus wordt gemeten in het hersenvocht van de patiënt met een laboratoriumtest. Martijn Wijburg heeft van 73 mensen met MS die natalizumab gebruikten en in de periode tussen 2007 en 2014 PML kregen, zowel de laboratoriumtest voor het aantonen van JC-virus in het hersenvocht als de MRI-beelden bestudeerd. Hij vond bij de 9 mensen waarbij het JC-virus initieel niet werd aangetoond in het hersenvocht kleinere afwijkingen op de MRI-scan, dan bij de 64 mensen bij wie het JC-virus wel werd aangetoond. Daarnaast blijken patiënten met grotere PML afwijkingen op de MRI meer JC-virus in het hersenvocht te hebben. Dit lijkt een voor de hand liggende bevinding, maar is van groot belang voor de diagnostiek van PML en toekomstig onderzoek.

Geneesmiddelenbewaking

Concluderend zegt Martijn dat voor het stellen van de diagnose PML het belangrijk is om de bij passende afwijkingen op de MRI te herkennen. Het goed trainen van radiologen en neurologen is hierbij belangrijk. Daarnaast is het belangrijk dat bij iemand met MS die natalizumab gebruikt en bij wie het vermoeden op PML bestaat, een negatieve JC-virus test in het hersenvocht voorzichtig moet worden geïnterpreteerd. Vooral bij mensen met kleine afwijkingen op de MRI-beelden. Dit is zeer belangrijke nieuwe informatie voor de geneesmiddelenbewaking van het medicijn natalizumab en kan tevens van belang zijn voor het doen van nieuwe onderzoeken naar de behandeling van PML

Gepubliceerd op: 05-11-2019