“De beste manier van leren is door het zelf te onderwijzen.”

5 september 2017

studentenpoli1

Traditioneel wordt de geneeskunde onderwezen volgens het 'leermeester -gezel' principe. Dat werd later 'see one, do one, teach one'. Tegenwoordig is het meer 'learning by doing' en 'near-peer teaching'. Het onderwijs wordt hierdoor veel meer student-centraal dan docent-centraal en dat is goed. Tenminste als we Dr. Michiel van Agtmael, internist-infectioloog en klinisch farmacoloog, docent en hoofd farmacotherapie binnen de afdeling interne geneeskunde van VUmc moeten geloven. Waarom? "Omdat vroeg in de opleiding leren in de praktijk én met verantwoordelijkheid motiveert. Daarnaast is iets uitleggen aan een ander een goede prikkel om te studeren.  Daarom denk ik dat  leren aan elkaar activeert. Dat merken studenten en dat merken wij als docenten."

Tell me and I forget, teach me and I may remember, involve me and I learn. De uitspraak van Benjamin Franklin moet zo'n beetje de lijfspreuk zijn van Van Agtmael. Hij gelooft dat een student pas echt goed leert als je hem actief betrekt in het onderwijs. Enerzijds door hem direct praktijkervaring op te laten doen, anderzijds door hem te laten leren van peers én hem zelf te laten onderwijzen. Van Agtmael: "Verantwoordelijkheid en zelfstandigheid zijn de essentie. Dat maakt dat ze gemotiveerd zijn. Niet op een krukje naast een dokter zitten en kijken wat ie doet. Ik heb het weleens 'student-led education' genoemd waarop een student tegen me zei: dan hoeven we zeker geen collegegeld meer te betalen? De truc zit hem echter in goede begeleiding door een docent."

Agtmael

Michiel van Agtmael

Hobbel
Sinds 2013 steekt Van Agtmael als hoofd van de sectie farmacotherapie bij de afdeling interne geneeskunde, veel energie in het verbeteren van het onderwijs. "Ik geef veel les en denk graag na over nieuwe onderwijsmethoden. En ik zoek altijd naar manieren om een onderwerp spannender te maken."

Van Agtmael is voorstander van near-pear-teaching, waarbij studenten van én aan elkaar leren. "Als je leert van mensen van eenzelfde generatie met een vergelijkbaar denkraam, dan komt informatie het beste binnen. Bovendien is zelf onderwijs geven, door de voorbereiding die het vergt, eigenlijk de beste manier om iets te leren. Docenten krijgen wat mij betreft dan ook steeds meer de rol van coach." Binnen geneeskunde is volgens Van Agtmael wat dat betreft nog wel een hobbel te nemen. "Want veel collega's houden nog erg vast aan het leermeester-gezel principe. Niet dat we deze klassieke manier van lesgeven aan de kant moeten schuiven, want ook die is heel belangrijk, maar ik geloof in een mix van onderwijsvormen. De ervaren collega blijft een rolmodel en het leerboek een basis maar veel info komt nu ook van smartfoon, Ipad en van je medestudenten. De student moet snel leren zich een weg te vinden in dit informatietijdperk en zelf z'n leerdoelen te formuleren "

Meer aandacht voor voorschrijven van medicijnen
Een voorbeeld van near-pear-teaching is de masterclass farmacotherapie (MAF). Studenten bereiden een masterclass voor ter voorbereiding op ieder practicum dat ze zelf geven aan hun leeftijdsgenoten in het kader van de leerlijn farmacotherapie. In een masterclass, vaak op een avond met eten, bespreken de student-docenten alle casuïstiek met achtergronden van het practicum. Er is ruimte voor tips ter vernieuwing of verbetering en het eventueel aanleveren van nieuwe toetsvragen. De masterclass wordt begeleid door een MAF-coördinator (ook student). Om goed beslagen ten ijs te komen, krijgen de student-docenten een didactische training. Bovendien worden twee experts, vaak een clinicus en een apotheker, uitgenodigd voor uitleg en verdieping. Zo is een bv een prakticum antibiotica in het 2de jaar waarbij voor 8 patientengevallen een gemotiveerde keuze moet worden gemaakt voor het geschikte antibioticum.

studentenpoli2

Van Agtmael legt uit: "In Nederland is er opvallend weinig aandacht binnen het curriculum voor het voorschrijven van geneesmiddelen. En dat voor een opleiding die ook wel bekend staat als de studie Medicijnen. Veel aandacht is er voor klinisch - en dan met name diagnostisch - redeneren. Heel belangrijk natuurlijk, maar het leveren van de juiste zorg stopt niet bij de diagnose. Je kunt geen maatwerk leveren als je na het vaststellen van de diagnose de richtlijn voor behandelingals een kookboek volgt en zegt: klaar is kees. Zeker niet in een tijd waarbij je juist sámen met de patiënt tot een behandeling komt.

Is de therapie geschikt voor deze patiënt? Wat vindt de patiënt van het behandelplan? Hoe kijkt hij/zij er tegenaan om elke dag een pil te slikken? Welke culturele achtergronden spelen een rol? Welke informatie op het internet of overtuigingen over alternatieve geneesmiddelen heeft de patiënt? Soms zou voorschrijven eigenlijk meer voorstellen moeten zijn. Allerlei elementen waar we meer aandacht aan wil besteden binnen het onderwijs. Daarom bedachten we de leerlijn farmacotherapie. Die leerlijn houdt in dat er gedurende de gehele opleiding aandacht is voor (het voorschrijven van) geneesmiddelen.

Hierbij gaat het mij, naast de inhoud 'right choice-right dose' (de klinische farmacologie), om het proces: welke stappen doorloop je bij therapeutisch redeneren? Dit proces trainen we met patiënten op papier in practica, met simulatiepatiënten - acteurs dus - in de stationsexamens en met echte patiënten in de studentenpoli. 

De studenten in de masterclass farmacotherapie geven zelf invulling aan deze practica. En dat levert soms hele innovatieve methodes op. Zo is de leerlijn opgenomen in een iBook, die veel wordt gedownload via iTunes. En zelfgemaakte video's - door ons ook 'kennisshots' genoemd - leggen een lastig onderwerp uit in een paar minuten. Het werkt als een trein. Echt perfect."

Direct in de klei
Ik had mijn eerste dokter-patiëntcontact pas aan het einde van de opleiding, tijdens mijn coschappen. Volgens Van Agtmael veel te laat. "Ik denk dat je direct als eerstejaars al praktijkervaring op moet doen. Meteen in de klei. Daarom zijn we in 2013 de studentenpoli gestart, waarbij teams van eerste-, derde- en vijfdejaars zelfstandig een poli bemannen. Uiteraard gesuperviseerd door een staflid. We begonnen bij interne geneeskunde, later bij de schildklierpoli en nu bij de huisartsenpost, waar studenten een eigen CVRM-poli runnen (CardioVasculair Risico Management)."

De studentenpoli is een succesvolle en veilige innovatie, zo blijkt uit onderzoek en evaluaties. Studenten, begeleidende artsen en patiënten zijn enthousiast. "Sterker nog", zegt Van Agtmael, "we merken dat patiënten soms een voorkeur hebben voor de studentenpoli. Met name vanwege de aandacht. Er is geen tijdsdruk, want studenten op de poli hebben alle tijd om de onderste steen boven te halen."

Het eerste consult is regulier, maar daarna krijgen patiënten zelf de keuze: studentenpoli of specialist. Ongeacht de kwaal. "Studenten krijgen op die manier veel verschillende patiënten en ziektebeelden voor ogen. Daarbij doen ze ook de follow-up, schrijven ze de brief, hebben contact met de huisarts en weten hoe ze vervolgafspraken maken of moeten verwijzen."

Gretigheid
De studentenpoli van VUmc is, zoals hij is ingericht, uniek in de wereld. Het doel is niet goedkope zorg, zoals de student-run clinics in de Verenigde Staten. Het is een manier om vroeg in je opleiding te leren door te doen. Vooralsnog valt het buiten het curriculum. "We zijn vorig jaar wel begonnen met een pilot binnen de minor in het 3de jaar. Als daadwerkelijk blijkt dat de resultaten van afgestudeerde artsen die de studentenpoli hebben bemand beter zijn, dan wordt het wellicht onderdeel van het reguliere programma. Dan rijst overigens wel de vraag of de enthousiaste sfeer die nu rond de studentenpoli hangt gezien het facultatieve karakter wel zal blijven. Studenten die nu kiezen voor de poli doen dit vrijwillig en zijn super gemotiveerd. Wordt het een verplicht vak, dan verlies je wellicht die gretigheid."

bron: Origineel

printen