Wilsverklaringen ook bij ingrijpende situaties stabiel

23 augustus 2018

Bij een grote meerderheid van de mensen met een wilsverklaring blijven hun wensen stabiel na het meemaken van een ingrijpende situatie zoals ziekte bij henzelf of bij hun naasten. Dat blijkt uit onderzoek van Matthijs van Wijmen. "Het is belangrijk dat er onderzoek gedaan wordt naar wilsverklaringen, omdat er tegenwoordig veel meer behandelingen en keuzes mogelijk zijn rond het levenseinde. Daardoor wordt wat mensen willen steeds belangrijker. Het gaat daarbij bijvoorbeeld over hoe lang je doorbehandeld wil worden, maar ook of en wanneer je euthanasie zou willen." Matthijs van Wijmen promoveert 6 september bij Amsterdam UMC.

Wilsverklaringen zijn documenten waarin iemand zijn of haar wensen met betrekking tot medische zorg rond het levenseinde vastlegt. De belangrijkste vragen die Van Wijmen onderzocht zijn: blijven wensen met betrekking tot het levenseinde stabiel, ook als mensen iets ingrijpends meemaken, zoals ziekte van henzelf of in hun omgeving? Hoe vaak spreken mensen over hun wilsverklaring en met wie? Voor dit onderzoek vulden 6922 mensen met een wilsverklaring van 2005 tot 2011 elke 18 maanden een vragenlijst in. Daarnaast hield Van Wijmen aanvullende interviews met mensen die aan een ernstige aandoening leden.

Uit het onderzoek van Van Wijmen blijkt dat bij een grote meerderheid van de mensen met een wilsverklaring (7 op de 10 of meer) de wensen stabiel bleven. Algemene wensen over het levenseinde, zoals het belang van kwaliteit van leven ten opzichte van levenslengte, waren stabieler dan meer specifieke wensen over bijvoorbeeld toediening van kunstmatige voeding en beademing. In interviews met mensen die aan een ernstige aandoening leden, gaven sommigen aan dat ze hun wensen hadden gespecificeerd naar aanleiding van hun nieuwe situatie. Anderen gaven aan dat ze moeite hadden om in de toekomst te kijken. Per periode van 18 maanden sprak maar 1 à 2 op de 10 mensen met hun arts over de wilsverklaring. Mensen spraken vaker met familie. Van Wijmen concludeert dat wilsverklaringen nuttige hulpmiddelen kunnen zijn in het verbeteren van zorg, maar niet zonder regelmatig te praten over het levenseinde met naasten en zorgverleners.

bron: Origineel

printen