Proefdiercentrum

VU en VUmc beschikken over een modern en goed uitgerust proefdiercentrum. Dit centrum ondersteunt onderzoek- en onderwijsprojecten waarbij het gebruik van proefdieren noodzakelijk is. Het gaat hierbij om onderzoek en onderwijs van afdelingen binnen VU en VUmc, en soms ook van onderzoekers van andere instellingen.

De medewerkers van het proefdiercentrum zijn speciaal opgeleid om met proefdieren te kunnen en mogen werken. Er is veel ervaring met en kennis over het werken met en verzorgen van de muizen, ratten, vissen en andere diersoorten die in het centrum zijn gehuisvest. Pas na een specifieke beroepsopleiding kunnen mensen in het centrum aan de slag als dierverzorger, biotechnicus of analist. Verder zorgen de medewerkers ervoor dat hun kennis en kunde op peil blijven door cursussen en trainingen te volgen.

Hoewel de medewerkers van het proefdiercentrum veel werkzaamheden kunnen verrichten voor onderzoekers, ligt de eindverantwoordelijkheid voor een dierproef altijd bij de onderzoeker zelf. Goed overleg tussen onderzoekers en medewerkers van het proefdiercentrum is daarom van belang. Afspraken over de ondersteuning van dierproeven worden in detail vastgelegd in zogenaamde werkprotocollen. Op die manier weten alle betrokkenen altijd precies wat er op welk moment gedaan moet worden en door wie.

Voor de uitvoering van dierproeven maakt het centrum gebruik van moderne technieken en voorzieningen. Zo zijn er compleet uitgeruste operatiekamers en laboratoria, aquaria, testopstellingen voor gedragsonderzoek, en allerlei meetapparatuur. Ook bij het bedienen van deze apparaten komt uiteraard veel vakmanschap kijken.

Niet alleen het doen van dierproeven, maar ook het huisvesten en verzorgen van proefdieren is aan strenge regels gebonden. Zo moet het klimaat in de dierverblijven nauwkeurig worden gecontroleerd: de temperatuur, luchtvochtigheid, ventilatie en de lichtintensiteit moeten precies kloppen. Het spreekt vanzelf dat de kooien regelmatig worden verschoond. Ook worden dieren elke dag gecontroleerd, zodat bij tekenen van ziekte tijdig kan worden ingegrepen.

Het proefdiercentrum is in principe alleen toegankelijk voor medewerkers en onderzoekers, en ook binnen het centrum zijn bepaalde afdelingen beperkt toegankelijk. Verder moet iedereen die de dierverblijven wil binnengaan zich eerst omkleden of beschermende overkleding aantrekken. De belangrijkste reden hiervoor is dat mensen onbedoeld ziekten kunnen overdragen op dieren.

Het proefdiercentrum kan uiteraard alleen gebruikt worden voor proeven waarvoor een onderzoeker eerst toestemming heeft verkregen van de dierexperimentencommissie (DEC). De DEC beoordeelt of het belang van het onderzoek opweegt tegen het gebruik van het benodigde aantal dieren, en het ongerief waarmee de dieren tijdens de proef te maken krijgen.

E-mail: info.aarc@vu.nl

printen