Aantal Nederlanders met resistente darmbacteriën groter dan gedacht

2 februari 2017

Onderzoekers van VUmc vonden bij 8,6% van bijna 1.700 Nederlanders darmbacteriën die ongevoelig zijn voor antibiotica. Dat is meer dan het percentage van 1 tot 5% dat zij verwachtten op basis van bekende cijfers. Mensen die in Azië, Afrika en - opmerkelijk - Noord-Amerika waren geweest hadden een hoger risico op resistente darmbacteriën. Arts-microbioloog Ascelijn Reuland: 'Hoewel dat nog niet bewezen is, vindt mogelijk besmetting plaats via voedsel.' Samples van kippenvlees en zelfs groenten bleken een aanzienlijk percentage resistente bacteriën te bevatten. Reuland promoveert 3 februari bij VUmc.

Steeds meer bacteriën zijn ongevoelig voor antibiotica. De toename vindt overal ter wereld plaats. Deze resistente bacteriën produceren stoffen (ESBL's en carbapenemasen) die antibiotica afbreken.

Reizigers
Reuland en haar collega's troffen ESBL-producerende bacteriën aan bij 8,6% van de bijna 1.700 onderzochte Nederlanders. Tot nu toe gingen onderzoekers uit van een percentage van ongeveer 1 - 5%. Een verhoogd risico op ESBL werd gevonden bij het gebruik van antibiotica, maar ook blijkt dat mensen die maagzuurremmers nemen bijna twee keer zoveel kans hebben om drager te zijn dan mensen die dat niet doen. Mogelijk wordt dit verklaard doordat zuurremmers zorgen voor een minder zure maag. Zuur doodt bacteriën die met het voedsel in de maag terechtkomen. Als de maag minder zuur is, kunnen meer bacteriën, waaronder ook de resistente bacteriën, de darmen bereiken en zich daar vestigen.
Reizen bleek ook een risicofactor, namelijk een bezoek aan Azië, Afrika of Noord-Amerika. Bij een aparte studie onder bijna 450 reizigers bleek 23,4% bij terugkomst ESBL in de darm te hebben. Het grootste risico liepen mensen die in Azië geweest waren, daar reizigersdiarree hadden gehad en als ze daarbij ook nog antibiotica hadden gebruikt.

Kippenvlees uit Egypte
De ongevoelige bacteriën komen voornamelijk in de darm voor en veroorzaken meestal geen problemen. Tot het moment dat men een infectie krijgt en een antibioticabehandeling nodig heeft: dan kunnen de gangbare antibiotica onvoldoende blijken.
Wanneer, waarom en waarvandaan resistente bacteriën in de darm terechtkomen is grotendeels onbekend. Het is nog niet bewezen of er daadwerkelijk overdracht  kan plaatsvinden van bijvoorbeeld kippenvlees besmet met ESBL-producerende bacteriën naar de darmbacteriën. Gezien het risico op ESBL bij gebruik van maagzuurremmers lijkt besmetting via voedsel - dat de maag passeert - heel waarschijnlijk.

In samenwerking met een collega uit Egypte deed Reuland in VUmc onderzoek naar kippenvlees dat in Egypte werd verkocht. Van de ruim 100 monsters bevatte 65% ESBL en 11% zogenoemde 'carbapenemasen'. Deze enzymen breken antibiotica af die vaak nog als laatste redmiddel gebruikt worden als de anderen niet meer werken. De onderzoekers vonden bovendien ESBL in 6% van 15 verschillende Nederlandse groentesoorten.

Geen antibiotica bij griep
Reuland pleit voor een aantal maatregelen om de toename van resistente bacteriën een halt toe te roepen. Er is al een sterke beperking van antibioticagebruik in de veehouderij en de landbouw, maar het kan nog strikter. Bij mensen kan antibiotica zorgvuldiger worden gebruikt, dus alleen als het nodig is - bijvoorbeeld niet bij griep want dat wordt veroorzaakt door een virus - en met een juiste duur en dosering. Daarnaast zijn infectiepreventiemaatregelen nodig, niet alleen in het ziekenhuis, maar ook thuis.  Een goede basishygiëne, zoals handen wassen na toiletbezoek en voor het eten, blijft belangrijk.

bron: Origineel

printen