Oud worden in Nederland. Verhalen van veerkracht

19 december 2017

‘Ouderdom kun je zien als een zoektocht naar veerkracht, naar het vermogen zich aan te passen aan de consequenties van oud worden. Daarom is het belangrijk om veerkracht bij ouderen te onderzoeken’, aldus prof.dr. Martijn Huisman. Hij ziet daarbij een belangrijke plaats voor de mening van ouderen zelf. Huisman is directeur van LASA, de studie naar Nederlandse ouderen. Op 21 december houdt Huisman zijn oratie én viert LASA haar 25-jarig bestaan met een symposium.

logo-VUmc-VU-LASA
Ouderdom wordt aan de ene kant dikwijls te negatief verbeeld als een periode van ziekte en verval. Aan de andere kant ligt vaak de nadruk op het overdreven doel om supergezond oud te worden. ‘Veerkracht bij ouderen is een realistischer thema om naar te kijken’, stelt psycholoog en epidemioloog Martijn Huisman. Wat heeft een mens nodig om op een positieve manier oud te worden, in een samenleving waarin we steeds ouder worden én waarin ouderen worden geacht zoveel mogelijk zelfredzaamheid te zijn?

‘Succesvol oud’-index
Als directeur van LASA, de Longitudinal Aging Study Amsterdam, maakt Huisman in zijn onderzoek vooral gebruik van het enorme bestand aan gegevens die zijn verzameld onder Nederlandse ouderen. Deze gegevens gaan over het lichamelijk, cognitief, sociaal en emotioneel welbevinden van duizenden ouderen vanaf 1992 tot nu. ‘Hieruit hebben we een zogenaamd ‘succesvol oud –index’ ontwikkeld. Daarmee vonden we een kleine groep mensen, iets minder dan 10%, die ondanks een lage sociaal-economische positie succesvol oud waren geworden. Deze mensen kun je als veerkrachtig beschouwen, want een lage sociaal-economische positie hangt veelal samen met gezondheidsproblemen en een kortere levensverwachting.’

Stem van ouderen
Wie zijn deze mensen? Welke kenmerken hebben zij? ‘Dat moeten we nader onderzoeken, want als we dat weten, kunnen we andere ouderen ondersteunen in hun zoektocht naar veerkracht. Wat we wel al weten is dat deze veerkrachtige ouderen beschikten over een combinatie van sociale hulpbronnen, een vertrouwen in eigen kunnen en gevoel van controle, én gelukkig keuzes met betrekking tot leefstijl. Vaak hadden ze nog een partner en ze ontvingen relatief veel instrumentele en emotionele steun van hun sociale netwerk. Ze waren minder vaak rokers en waren meer minuten per dag lichamelijk actief.’
Huisman pleit in zijn oratie voor het vragen naar de mening van ouderen zelf over wat zij verstaan onder veerkracht. Huisman doelt op de oprichting van een soort ouderenpanel: een groep 55+ers die de stem van ouderen kunnen vertegenwoordigen.

25 jaar LASA
In 1992 startte LASA, een samenwerking tussen VUmc en de VU, met 3.107 deelnemers van 55 tot 85 jaar uit 11 gemeenten, in drie verschillende regio’s (omgeving Oss, Zwolle, Amsterdam), samen representatief voor de Nederlandse bevolking. De deelnemers worden elke drie jaar uitgebreid geïnterviewd en doen mee aan lichamelijke en cognitieve tests. Naast dit hoofdonderzoek zijn er geregeld deelonderzoeken naar lichamelijk, mentaal, emotioneel en sociaal functioneren en naar de behoefte aan zorg – de centrale thema’s van LASA. Het ministerie van VWS financiert het onderzoek. www.lasa-vu.nl

bron: Persbericht

printen