Informatie voor volwassenen en voor kinderen

Gaat u in transitie? Dan is het van belang om tijdig na te denken over een eventuele kinderwens en het behoud van uw vruchtbaarheid.

Vruchtbaarheid en kinderwens zijn met elkaar verbonden, maar zijn niet hetzelfde. Onder kinderwens verstaan we het verlangen naar ouderschap: de wens om een kind liefdevol groot te brengen. Onder vruchtbaarheid verstaan we het kunnen krijgen van een kind van wie u de biologische ouder bent. Een eventuele kinderwens nu of in de toekomst staat hierom los van uw vruchtbaarheid; een kind opvoeden kan immers ook zonder biologisch ouderschap.

Toch is het goed om voor de start van uw traject te weten wat de medische behandeling gaat betekenen voor uw vruchtbaarheid, zodat u tijdig na kunt denken over de toekomst. Of u wel of geen kinderen wilt, nu of in de toekomst, is een persoonlijke afweging. Uw ideeën hierover kunnen gedurende uw leven - dus ook gedurende uw transitie - veranderen. De mogelijkheden die in gesprek met zorgverleners en in de folders genoemd worden zijn informatief. Het is uiteraard uw eigen keuze of u een van deze opties in wil zetten.

Op deze pagina:

Vruchtbaarheid bij trans mannen en non-binaire personen met baarmoeder en eierstokken

Gedurende uw transitie zal er op meerdere momenten gesproken worden over uw vruchtbaarheid. Uw zorgverlener van het genderteam zal uitleg geven over het effect van de behandeling (hormonen en/of operaties) op uw vruchtbaarheid. Als u meer wil weten, kunt u verwezen worden naar een specialist binnen het genderteam die u hier meer over kan vertellen. U zult dan alle informatie krijgen die nodig is om een keuze te kunnen maken. Na het horen van uw opties, kan het natuurlijk ook zijn dat u afziet van behoud van vruchtbaarheid.

Als u de wens heeft om een biologisch eigen kind te krijgen, zal uw kind (mede) ontstaan vanuit uw voortplantingscellen. In uw geval, zijn dit uw eicellen. Deze eicellen liggen al vanaf de geboorte opgeslagen in uw eierstokken. Zolang de eierstokken in het lichaam zitten, is het mogelijk om een biologisch eigen kind te krijgen.

Er zijn voor en tijdens de testosteron behandeling, verschillende opties. Niet alle opties zijn voor elk persoon geschikt. Een belangrijke vraag is; hoever wilt u (en uw partner) gaan?

Voor meer informatie kunt u de folder lezen over vruchtbaarheid bij trans mannen of non-binaire personen. Tevens kun u online een keuzehulp vinden op: https://www.keuzehulp-vruchtbaarheidsbehoud-transmannen.nl/

Vruchtbaarheid bij trans vrouwen en non-binaire personen met zaadballen

Gedurende uw transitie zal er op meerdere momenten gesproken worden over uw vruchtbaarheid. Uw zorgverlener van het genderteam zal uitleg geven over het effect van de behandeling (hormonen en/of operaties) op uw vruchtbaarheid. Als u meer wil weten, kunt u verwezen worden naar een specialist binnen het genderteam die u hier meer over kan vertellen. U zult dan alle informatie krijgen die nodig is om een keuze te kunnen maken. Na het horen van uw opties, kan het natuurlijk ook zijn dat u afziet van behoud van vruchtbaarheid.

Als u de wens heeft om een biologisch kind te krijgen, zal uw kind (mede) ontstaan vanuit uw voortplantingscellen. In uw geval, zijn dit uw zaadcellen. Deze zaadcellen worden na het doormaken van de puberteit geproduceerd in de zaadballen. Zolang de zaadballen aanwezig zijn, bestaat theoretisch de mogelijkheid om een biologisch kind te krijgen.

Het is mogelijk om voorafgaand aan hormoon behandeling zaadcellen in te vriezen. Bent u inmiddels al gestart met hormoonbehandeling? Dan is het soms ook mogelijk om zaadcellen in te vriezen na (langdurige) onderbreking van de hormonen. Omdat de hormonen schadelijk zijn voor de zaadcelproductie, is het niet zeker of het lukt om zaadcellen in te vriezen. Een belangrijke vraag is; hoever wilt u (en uw partner) gaan?

Voor meer informatie kunt u de folder lezen over vruchtbaarheid bij trans vrouwen of non-binaire personen. Er is ook een folder over het invriezen van zaadcellen

Vruchtbaarheid bij trans jongens en non-binaire kinderen (en hun naasten)

Jouw eicellen

Je bent geboren met eierstokken waarin eicellen zitten. Als je later een kind wil krijgen, moet één zo’n eicel samensmelten met een zaadcel.

Al vanaf jouw geboorte liggen jouw eicellen in je eierstokken rustig af te wachten tot je in de puberteit komt. Vanaf dat moment springt er elke maand een eicel uit en word je ongesteld. Behalve als je puberteitsremmers gebruikt.

De puberteitsremmers

De puberteitsremmers houden de eicellen als het ware in slaap. Er verandert verder niets: je krijgt dus niet minder eicellen en de eicellen veranderen ook niet. Mocht je over een tijdje toch besluiten om te stoppen met de puberteitsremmers, dan heb je dus nog evenveel kans om later ‘biologische’ kinderen te krijgen met je eigen eicellen.

De hormoonbehandeling

Als je wat ouder bent, wil je misschien al starten met hormoonbehandeling. Het hormoon testosteron zorgt ervoor dat jouw lichaam ‘mannelijker’ doorgroeit. Toch heeft het geen invloed op je eicellen. Je kunt dus straks gewoon beginnen met de hormoonbehandeling, zonder dat je al moet kiezen of je later wel of geen biologische kinderen wilt.

1 = vagina 2 = baarmoeder 3 = eileiders 4 = eierstokken

Je eicellen bewaren voor later

Toch kan het een goed idee zijn om wat van je eicellen uit te laten nemen om te bewaren voor later. Dat kan pas als je 16 jaar of ouder bent en er sterk genoeg voor bent, want het is een zware medische behandeling.

Het belangrijkste voordeel van het bewaren van eicellen? Als je later toch een biologisch kind wilt, is het niet nodig om een tijd te stoppen met testosteron. Stoppen met testosteron betekent namelijk dat je lichaam vrouwelijker gaat doorgroeien: het kan zijn dat je menstruatie op gang komt. Precies daarom is het voor sommige mensen het beste als de eicellen worden uitgenomen voordat de hormoonbehandeling begint. Je kunt nog steeds eicellen invriezen als je al een paar jaar testosteron hebt gebruikt, maar het is de vraag of je dat dan nog wel wilt aangaan.

Hoe gaat dat, eicellen bewaren?

Je eicellen worden in het ziekenhuis uitgenomen en ingevroren in een speciale vriezer. Daarin blijven ze jarenlang goed.

Maar dat is niet zomaar gebeurd en het is niet gemakkelijk. Je krijgt een paar keer een inwendig onderzoek en je moet jezelf dagelijks een hormooninjectie geven. Wil je hier meer over weten, vraag het dan gerust aan de mensen van het Genderteam.

Informatie voor ouder(s), verzorger(s) of naasten

Puberteitstremmers en vruchtbaarheid

Zolang uw kind beschikt over de eierstokken en de baarmoeder, blijft het mogelijk om ouder te worden van een biologisch (dwz. genetisch eigen) kind. Het gebruik van puberteitsremmers heeft daar geen invloed op; de hoeveelheid en de kwaliteit van de eicellen blijft hetzelfde. 

Testosteron en vruchtbaarheid

De volgende stap in het transitietraject is het toedienen van het hormoon testosteron. Dat gebeurt pas als uw kind er aan toe is. In de voorbereidende gesprekken komt dan ook de toekomstige kinderwens aan de orde.

Testosterongebruik heeft geen invloed op de kwaliteit en de hoeveelheid van de eicellen, maar wel op de mogelijkheid om eicellen uit te nemen en te bewaren voor later.

Eicellen invriezen

Om de kans op biologisch ouderschap in de toekomst te behouden, kan uw kind als het 16 jaar of ouder is, eicellen in laten vriezen. Deze behandeling kan plaatsvinden voordat uw kind met testosteron start. Ook wordt gekeken of uw kind het aankan, want het is best zwaar om te ondergaan. Meer informatie kunt u vinden in de folder over vruchtbaarheid bij trans mannen en non-binaire personen. U kunt ook een gesprek aanvragen met een gespecialiseerd arts van het genderteam.

Vruchtbaarheid bij trans meisjes en non-binaire kinderen (en hun naasten)

Jouw zaadcellen

Je bent geboren met zaadballen. In de puberteit komt daarin de productie van zaadcellen op gang. Als je later een kind wil krijgen, moet één zo’n zaadcel samensmelten met een eicel van een meisje.

De productie van zaadcellen komt op gang door het hormoon testosteron. Dat is het hormoon dat ervoor zorgt dat jouw lichaam ‘mannelijk’ doorgroeit.

De puberteitsremmers

De puberteitsremmers zetten de testosteron op de pauzeknop. Dit betekent dat er geen zaadcellen (meer) aangemaakt worden. Terwijl die zaadcellen wél nodig zijn om later biologische kinderen te kunnen krijgen.

Je zaadcellen bewaren voor later

Om later de kans te hebben om een eigen kind te krijgen, kun je zaadcellen laten invriezen. Maar dat betekent waarschijnlijk ook dat je moet wachten met de puberteitsremmers. Eerst moet de zaadcelproductie op gang komen. Het is moeilijk om te voorspellen hoelang je hierop moet wachten. Ondertussen kan de testosteron in jouw lichaam z’n werk doen en kan bijvoorbeeld je baardgroei beginnen of je stem lager worden.

Hoe gaat dat, zaadcellen bewaren?

Om zaadcellen in te kunnen vriezen, moet je een zaadlozing opwekken. Dat doe je in een speciaal laboratorium in het ziekenhuis. Dat lukt pas in je puberteit. Soms lukt het door de dysforie niet goed om een zaadlozing op te wekken. De zaadcellen worden ingevroren in een speciaal buisje met jouw naam erop, waarin het heel lang bewaard kan worden.

Later je behandeling (tijdelijk) stoppen om zaadcellen in te vriezen

Kun of wil je niet wachten met puberteitsremming? Dan is er later in de behandeling ook nog een mogelijkheid om zaadcellen in te vriezen. Je moet dan tijdelijk stoppen met de hormoonbehandeling, zodat de testosteron in je lichaam weer op gang komt en zorgt voor zaadproductie. Hoe lang dat duurt is niet te voorspellen. Het kan zelfs zo zijn dat de productie van zaadcellen nooit meer op gang komt. Ondertussen kan de testosteron in jouw lichaam z’n werk doen en kan bijvoorbeeld je baardgroei beginnen of je stem lager worden.

Vragen

Wil je meer weten over vruchtbaarheid en het invriezen van zaadcellen? Vraag dan een gesprek aan bij het Genderteam. Er is ook een folder over het invriezen van de zaadcellen.

Informatie voor ouder(s), verzorger(s) of naasten

Puberteitstremmers en vruchtbaarheid

In de puberteit komt de productie van zaadcellen op gang. Zolang uw kind de zaadballen behoudt, blijft het in principe mogelijk om ouder te worden van een biologisch (dwz. genetisch eigen) kind. Maar de puberteitsremmers zetten de productie van zaadcellen stil. Het is niet te voorspellen in hoeverre de zaadcelproductie alsnog op gang komt  of weer terugkomt als uw kind zou stoppen met puberteitsremmers.

Testosteronremmers en vruchtbaarheid

De volgende stap in het transitietraject is het toedienen van testosteronremmers en vrouwelijke hormonen. Dat gebeurt pas als uw kind er aan toe is. In de voorbereidende gesprekken komt dan ook de toekomstige kinderwens weer aan de orde. Evenals de puberteitsremmers hebben de testosteronremmers invloed op de vruchtbaarheid: ze gaan de productie van zaadcellen tegen en het is niet te voorspellen in hoeverre dit weer op gang komt als uw kind stopt met de hormonen.

Zaadcellen invriezen vóór de puberteitsremming?

Om de kans op biologisch ouderschap in de toekomst te behouden kan uw kind zaadcellen in laten vriezen. Deze behandeling vindt bij voorkeur plaats voordat uw kind met puberteitsremming start. Pas als de puberteit op gang komt, komt ook de zaadproductie op gang. Voor het behouden van de vruchtbaarheid verdient het dus de voorkeur de puberteitsremming uit te stellen totdat de zaadproductie op gang komt. Maar dat brengt een belangrijk nadeel met zich mee. Met de puberteit komen tevens de lichamelijke veranderingen op gang: het lichaam van uw kind begint zich langzaam ‘mannelijker’ te ontwikkelen.

Zaadcellen invriezen na de puberteitsremming?

Maar ook als uw kind wel vroegtijdig start met puberteitsremming, in een latere fase gevolgd door testosteronremmers en vrouwelijke hormonen, zijn er nog mogelijkheden. Zolang uw kind de zaadballen nog heeft, bestaat de kans dat de zaadproductie weer op gang kan worden gebracht. Bij een toekomstige biologische kinderwens moet uw trans dochter dan alsnog tijdelijk stoppen met hormonen. Het is mogelijk dat de zaadcelproductie dan na enkele maanden weer op gang komt. Het onderbreken van de hormoonbehandeling heeft nadelen. Het lichaam van uw kind gaat weer mannelijker doorgroeien en dat kan genderdysfore gevoelens met zich meebrengen.

Meer informatie kunt u vinden in de folder over vruchtbaarheid bij trans vrouwen en non-binaire personen. U kunt ook een gesprek aanvragen met een gespecialiseerd arts van het genderteam.