Opname op kortverblijfafdeling voor kinderen 9C: alles wat u moet weten

Op de dag van opname wordt uw kind verwacht op de zorgeenheid 9C. Deze bevindt zich op de 9de etage van het ziekenhuisgebouw in de C-vleugel. De receptionist in de centrale hal kan u uitleggen hoe u op de zorgeenheid komt en waar u verwacht wordt.

Meenemen naar de verpleegafdeling

Door samen de tas voor het ziekenhuis in te pakken, kunt u uw kind betrekken bij de opname. Wat u precies meeneemt, hangt af van de leeftijd van uw kind.

Tip: Voorzie de eigendommen van uw kind, bijvoorbeeld speen, drinkfles, speelgoed en uw eigen spullen van een naam. Neem mee:

  • geldige legitimatiebewijs
  • verzekeringspas of -polis
  • patiëntennummer
  • afsprakenkaart (als u die heeft)
  • vaccinactiegegevens
  • zo mogelijk een lijst van de kinderziekten die uw kind heeft gehad
  • eventueel: dieetvoorschrift
  • eventueel: gegevens over andere zorgverleners waarmee uw kind te maken heeft

…voor de persoonlijke verzorging van uw kind:

  • alle medicijnen die uw kind gebruikt
  • toiletartikelen zoals kam, tandenborstel en tandpasta
  • pantoffels, makkelijke schoenen of slippers
  • een knuffeldier en lievelingsspeelgoed
  • ruim voldoende makkelijk zittende kleding. De kinderen lopen tijdens de opname zoveel mogelijk rond in hun eigen kleding.
  • eventueel: eigen zuigfles of fopspeen
  • eventueel: als uw kind bijzondere melkvoeding heeft een voorraad voor een dag (daarna zorgt het ziekenhuis hiervoor)
  • eventueel: foto's van thuis

… voor uw eigen gemak

  • uw eigen kussen
  • boeken, telefoon, laptop of tablet

Verblijf

Op de kinderafdeling aangekomen meldt u en uw kind zich bij de receptie. De gang van zaken is doorgaans als volgt:

  • Een medewerker controleert of de persoonlijke gegevens van uw kind in het computersysteem juist zijn.
  • Bij de inschrijving wordt u gevraagd waar u telefonisch bereikbaar bent. Als u geen telefoon heeft, wilt u dan iemand uit uw directe omgeving vragen of u zijn/haar telefoonnummer mag doorgeven? Vergeet u niet aan de zorgeenheid door te geven als u tijdelijk op een ander adres verblijft.
  • Een verpleegkundige laat u en uw kind de kamer en de rest van de afdeling zien.
  • De verpleegkundige vraagt u naar zaken die van belang zijn voor de mensen die uw kind behandelen, zoals medicijngebruik, dieet en stoffen of etenswaren waarvoor uw kind overgevoelig is. ook de arts of co-assistent vragen hier meestal nog eens naar. Uw kind heeft misschien gewoonten, zoals slapen met een speciale knuffel. Of misschien hanteert u bepaalde religieuze voorschriften, zoals bidden voor het eten en voor het slapen gaan.
  • Uw kind krijgt een polsbandje waarop de naam en patiëntennummer staan vermeld. Dit is van belang voor de verschillende afdelingen waarmee uw kind tijdens het verblijf te maken krijgt. Bij bepaalde onderzoeken worden de gegevens op het onderzoeksmateriaal namelijk vergeleken met die van het polsbandje. Ook kunnen daarmee vergissingen worden voorkomen.
  • Zo mogelijk worden op de eerste dag al enkele onderzoeken of behandelingen gedaan.
  • U heeft een gesprek met de arts of co-assistent. Deze verteld u wie de hoofdbehandelaar en eventueel de medebehandelaar van uw kind is. Deze informatie krijgt u op een kaart.

Weer naar huis

Voordat uw kind naar huis gaat heeft u een ontslaggesprek. De arts of verpleegkundige bespreekt met u hoe de opname is verlopen, het vertrek, de nazorg en uw vragen. Onderwerpen zoals medicijngebruik, voedingsvoorschriften en leefregels komen aan bod.

TIP : mogelijke onderwerpen te bespreken zijn: 

  • ziekte: diagnose en behandeling
  • leefregels na ontslag: wat mag wel, wat niet
  • medicatie voor thuis / krijgt u recepten mee?
  • wond zorg of hechtingen
  • wat te doen bij gezondheidsklachten thuis?
  • (controle) afspraak of de polikliniek
  • hoe heeft u en uw kind de opname ervaren
  • vervoer naar huis