Informatie en toestemming

Voordat wij u kunnen behandelen, hebben wij uw toestemming nodig. Een behandeling bestaat vaak uit meerdere onderzoeken en behandelingen. Wij vragen daarvoor in één keer uw toestemming.

U kunt pas toestemming geven als u weet wat er gaat gebeuren. Daarom vinden wij het delen van informatie heel belangrijk. Natuurlijk zijn er ook situaties waarin overleg met u niet mogelijk is maar medisch handelen wel direct noodzakelijk is. Bijvoorbeeld bij spoed. Dan mag een arts handelen zonder uw toestemming. Hieronder kunt u meer lezen over:

  • het delen van informatie
  • toestemming bij minderjarigen
  • werkwijze bij patiënten die niet zelf kunnen beslissen (wilsonbekwaamheid)

Informatie delen

Wij vinden dat het delen van informatie een samenwerking is tussen arts en patiënt. Daarom informeert uw arts u vóór een onderzoek of behandeling over: 

  • het soort onderzoek/behandeling
  • het doel van onderzoek/behandeling
  • eventuele risico’s van onderzoek/behandeling
  • eventuele alternatieve behandelmogelijkheden

Uw arts houdt hierbij zoveel mogelijk rekening met uw specifieke situatie en wensen. Ook krijgt u een folder om thuis alles nog eens rustig door te lezen. Om de behandeling zo goed mogelijk op uw situatie af te stemmen, heeft uw arts informatie nodig. Wij verwachten daarom van u dat u alles vertelt over uw lichamelijke klachten en over het effect van de behandeling. Hoe meer uw arts weet, hoe beter hij de behandeling kan afstemmen op uw situatie.

Minderjarigen

Bij patiënten onder de 18 jaar, gelden de volgende regels: 

  • Patiënten jonger dan 12 jaar: de arts informeert de ouders over de behandeling van het kind. De ouders geven toestemming.
  • Patiënten tussen 12 en 16 jaar: de arts informeert zowel de patiënt als de ouders. Zij geven samen toestemming.
  • Patiënten ouder dan 16 jaar: de arts informeert de patiënt. De patiënt geeft zelf toestemming.

Wilsonbekwaamheid

Als de zorgverlener tot de conclusie is gekomen dat de patiënt niet in staat is om over een voorgenomen onderzoek of behandeling te beslissen, dan moet hij een vertegenwoordiger daarover informeren en hem toestemming vragen voor de uitvoering ervan. In de praktijk is echter niet altijd duidelijk wie de zorgverlener als vertegenwoordiger kan aanspreken. De WGBO hanteert de volgende volgorde:

  1. curator of mentor (wettelijk vertegenwoordiger door de rechter benoemd);
  2. de schriftelijk gemachtigde;
  3. de echtgenoot, geregistreerd partner of andere levensgezel;
  4. ouder, kind, broer of zus van de patiënt.

Bij ontbreken van een curator of mentor (groep 1) komt de schriftelijk gemachtigde in aanmerking om de rol van vertegenwoordiger te vervullen. De schriftelijk gemachtigde is de persoon die de patiënt toen hij wilsbekwaam was schriftelijk heeft gemachtigd om in geval van wilsonbekwaamheid als vertegenwoordiger voor hem op te treden. Heeft de patiënt geen schriftelijk gemachtigde aangewezen of heeft hij dat wel gedaan maar treedt deze feitelijk niet op, dan komt de echtgenoot, partner of levensgezel (groep 3) in aanmerking en zo verder.

Soms heeft iemand die wilsonbekwaam is eerder een wilsverklaring opgesteld. Dan is het belangrijk dat de arts en de naasten van de patiënt dit weten. Een wilsverklaring is geldig als deze: 

  • is opgeschreven
  • is voorzien van datum en handtekening
  • is geschreven door een persoon van 16 jaar of ouder
  • vrijwillig is geschreven op een moment dat de patiënt wilsbekwaam is
  • gaat over duidelijk omschreven ziekte(n) en/of een specifieke behandelvraag

Als er een wilsverklaring is, handelen onze artsen in principe volgens deze verklaring. In de volgende gevallen kunnen zij hiervan afwijken: 

  • de arts is niet overtuigd van de geldigheid van de wilsverklaring
  • de situatie is zo acuut dat er geen tijd is om de wilsverklaring goed te interpreteren

Een schriftelijke wilsverklaring opstellen?

Het is belangrijk dat u uw eigen wensen en uw eventuele grenzen voor de medische behandeling aangeeft. Het opstellen van een wilsverklaring is niet eenvoudig. Uw behandelend arts of huisarts kan u daarbij te helpen.

Als u een wilsverklaring heeft, leg deze dan voor aan uw behandelend arts. Ook is het belangrijk dat u uw naasten (partner en familie) en uw huisarts informeert over uw wilsverklaring.