Gaat een depressieve stoornis gepaard met een versnelde veroudering van het lichaam? En zo ja, kunnen bewegen en antidepressiva deze veroudering tegengaan? Prof.dr. Brenda Penninx ontving eind 2010 van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek een Vici-subsidie van anderhalf miljoen euro om dit te onderzoeken.
In 2006 vond een kleinschalig onderzoek plaats waaraan veertig ernstig depressieve mensen en veertig gezonde mensen deelnamen. De onderzoekers vonden bij de depressieve mensen een kortere lengte van telomeren (zie kader); deze lengte kwam overeen met een tien jaar oudere biologische leeftijd dan hun werkelijke leeftijd. Brenda Penninx, hoogleraar psychiatrische epidemiologie VUmc-GGZ inGeest, gaat deze eerdere bevinding nu grootschalig onderzoeken. ‘Mijn hypothese is dat depressie gepaard gaat met stress en daarmee een verhoogde activering van een aantal 'stress-systemen'. Deze activering heeft een versnelde biologische veroudering tot gevolg; het lichaam wordt door depressie dus sneller ouder.'
Ouderdomsziekten
Al vele onderzoeken hebben aangetoond dat wie een ernstige of chronische depressie heeft, een hoge kans heeft op het ontwikkelen van een lichamelijke ziekte, legt Brenda Penninx uit.'‘Depressieve mensen hebben meer kans om dik te worden en dementie, cardiovasculaire ziekten en diabetes te krijgen. Ook lijkt depressie zelfs de kans op het ontwikkelen van kanker te verhogen.'
Zij vermoedt dat stress ten grondslag ligt aan deze lichamelijke klachten. ‘Depressie lijkt een verhoogde activering van een aantal stress-systemen in het lichaam te veroorzaken. Zo maakt het lichaam onder meer het stresshormoon cortisol en de afweerstoffen 'cytokinen' aan. Op de korte termijn is dat gunstig; deze stoffen zorgen er normaliter voor dat het lichaam adequaat omgaat met stressblootstelling. Maar als dat langdurig gebeurt, kan het lichaam uitgeput raken, wat leidt tot een versnelde biologische veroudering van lichaamscellen. Dat zou kunnen verklaren waarom depressieve patiënten sneller en eerder last lijken te krijgen van ouderdomsziekten.'
Nobelprijs
Deze aannames gaat Brenda Penninx, samen met twee postdocs en twee AIOS, onderzoeken met behulp van de longitudinale gegevens van de Nederlandse Studie naar Depressie en Angst (NESDA). Sinds 2004 worden hierin 3.000 mensen tussen de 18 en 65 jaar met depressie en/of angststoornissen gedurende acht jaar gevolgd. Brenda Penninx is hoofdonderzoeker van NESDA. 'De gegevens van ruim 2.000 NESDA-deelnemers met depressie vergelijken we met die van 650 NESDA-gezonde controles. Bij hen bepalen wij in het bloed de hoeveelheden cortisol en cytokinen, om de eventuele overactivering van stress-systemen vast te stellen. Verder onderzoeken we bij hen de mate van biologische veroudering op basis van de telomeerlengte.' Het laatste gebeurt in samenwerking met de beroemde onderzoeksgroep van Elizabeth Blackburn van the University of California, San Francisco (VS). Blackburn ontving met twee andere onderzoekers in 2009 de Nobelprijs voor de fysiologie en geneeskunde voor de ontdekking van de beschermende rol van telomeren voor chromosomen.
Soma en psyche
Als het klopt dat depressie leidt tot biologische veroudering van lichaamscellen, dan begint het tweede, praktische, deel van het onderzoek. Hierin onderzoekt Brenda Penninx het effect van twee interventies op de activering van stress-systemen en versnelde biologische veroudering: antidepressiva en bewegingsinterventie. 'Antidepressiva, het meest gebruikte middel om depressies te bestrijden, werken niet bij iedereen. De bewegingstherapie is nog nauwelijks onderzocht, laat staan common practice in de psychiatrie, terwijl er in de literatuur aanwijzingen zijn dat bewegen wel degelijk kan helpen. Mijn hypothese is dat bewegen even goed is voor het uiteindelijke herstel van depressie als het gebruik van antidepressiva, maar dat bewegen gunstigere biologische effecten heeft, die ten goede komen aan de gehele gezondheid', licht zij toe.
'Bewegingstherapie bij depressie is nog nauwelijks onderzocht'
Brenda Penninx is uiteraard op zoek naar de meest adequate interventie bij het tegengaan van depressie en biologische veroudering, en de mechanismes daarachter. Hiervoor gaat zij een interventiestudie uitvoeren binnen de klinische setting van GGZ inGeest. 'Wij streven ernaar 160 mensen met een depressieve stoornis uit de kliniek te laten deelnemen. De ene helft krijgt een antidepressivabehandeling, de andere helft een bewegingsinterventie, waarbij zij drie keer per week intensief sporten in de kliniek. Na zestien weken onderzoeken wij of en in hoeverre de deelnemers hersteld zijn van hun depressie, in welke mate de interventie hun stress-systemen en biologische veroudering gunstig heeft beïnvloed en wat de verschillen zijn tussen de twee groepen.'
Het onderzoek, dat deze zomer start en vijf jaar duurt, past dan ook bij uitstek binnen de nieuwe soma-psyche onderzoekslijn van VUmc, aldus Brenda Penninx. 'Ik heb de hoop dat bewegingstherapie niet alleen leidt tot een sneller herstel van depressie dan antidepressiva, maar ook de negatieve interactie tussen de depressie en de lichamelijke gezondheid kan verbreken; wellicht meer dan antidepressiva. De resultaten van dit onderzoek zijn dan ook van groot belang voor het begrip over hoe soma en psyche in elkaar grijpen.'
Tekst Liesbeth Kuipers
Foto Harry Meijer
Illustratie Maartje Kunen