Kinderen met een lipspleet of een lip/kaakspleet hebben doorgaans geen problemen met het leren spreken. Kinderen met een lip-, kaak-, gehemeltespleet of een gehemeltespleet ondervinden wel problemen bij het leren uitspreken van bepaalde klanken. Kinderen met een schisis hebben normaal gesproken geen problemen met de taalontwikkeling.
Met logopedie kunnen kinderen geholpen bij de spraak,- en taalontwikkeling.

Logopedist MF Meijer doet een logopedisch onderzoek bij een schisispatient
Een belangrijk onderdeel van het stimuleren van de spraakontwikkeling is het doen van mond- en blaasspelletjes. Het drinken uit een rietje en het leren blazen kan de ontwikkeling van kracht en coördinatie van de lip-en mondspieren bevorderen. Daarnaast is het zinvol het kind te interesseren voor geluiden door imitatiespelletjes met uw kind te doen. Het kind leert woorden uitspreken door deze te imiteren. Met uw kind neuriën en zingen wordt ook geadviseerd omdat ook daarbij de spieren die bij spraak gebruikt worden, worden geoefend. Het is van belang te zorgen voor voldoende stilte in huis zodat het kind met aandacht kan luisteren naar de spraak en taal om zich heen. Wanneer de ouders zelf de woorden ontspannen en duidelijk uitspreken heeft het kind een goede kans de woorden zelf goed te leren uitspreken.
Kinderen met een schisis hebben geen grotere kans dan andere kinderen op taalproblemen. Wanneer er sprake is van een taalontwikkelingsachterstand wordt dit logopedisch behandeld. Vaak wordt er dan eerst een logopedisch onderzoek gedaan naar de taalvaardigheid van het kind.
Als er spraakproblemen zijn kan vanaf de leeftijd van 3 jaar kan worden gestart met een individuele logopedische behandeling. Vanaf die leeftijd kan een kind leren zich een korte tijd te concentreren en is het meestal bereid spraakvoorbeelden te imiteren. Wanneer met logopedische oefeningen onvoldoende resultaat wordt geboekt of wanneer blijkt dat het zachte gehemelte te kort is om de mondholte van de neusholte af te sluiten kan een spraakverbeterende operatie plaatsvinden.
De logopedische behandeling bestaat voor spraakproblemen uit oefeningen voor het verbeteren van de mondmotoriek en duidelijk gestructureerde articulatieoefeningen. De ouders zijn in principe altijd bij de behandeling aanwezig omdat het thuis oefenen van groot belang is voor het slagen van de behandeling. Door aanwezig te zijn bij de behandeling leert de ouder hoe hij/zij het thuis oefenen goed te kan begeleiden. Bij kinderen met en schisis die problemen hebben met de spraak, is het belangrijk dat er thuis volgens de aanwijzingen van de behandelend logopedist dagelijks wordt geoefend. De logopedie gebeurt in de eigen woonplaats of op de polikliniek van de VUMC, afdeling logopedie.
Onderdelen van de behandeling zijn:
Het goed op de hoogte zijn van de spraakmogelijkheden van het kind, voorkomt dat de ouders te hoge of juist te lage eisen stellen aan de spraak (of de taal) van het kind. Voorop staat altijd het plezier in het spreken. De methode van behandelen is daarom in spelvorm en de logopedist geeft steeds de adviezen aan de ouders over welke oefeningen geschikt zijn om thuis te doen. Er wordt naar gestreefd dat het kind op de leeftijd van 6 jaar een normale verstaanbaarheid heeft.
Onderstaande spelletjes zijn suggesties. Het is van belang ze af te stemmen op de leeftijd en de interesse van uw kind. Belangrijk is dat het kind plezier beleeft aan de mondspelletjes!
1. Algemeen
Voor de spiegel samen of beurtelings: gapen, kusjes geven, blazen, tong uitsteken, wangen opblazen, grote smakbewegingen maken, mond zo groot mogelijk maken, mond zo klein mogelijk maken, mond zo breed mogelijk maken, toverbal maken (tong in wang), lippen trillen (brrr).
2. Spelletjes voor de tong
Jam of pasta op de bovenlip of wang of kin smeren en het kind laten wegslikken, tong ver uitsteken en met geluid tussen de lippen en tanden laten flapperen: "pledde-leddeledde", als een poesje van een schoteltje likken, yoghurt, vla, appelmoes, etc., met het puntje van de tong heel voorzichtig één voor één muisjes of korreltjes hagelslag oplikken, moeilijke kunstjes met de tong: ik kan iets wat jij niet kan: tong ver uitsteken, lip aflikken, neus aanraken, etc. om de beurt.
3. Spelletjes voor de lippen
Met de lippen van een bordje iets eetbaars pakken. Wat vindt het kind lekker? (rozijntjes, stukjes appel, mandarijn, etc.), moeilijker: worstprikkertjes met de lippen pakken, koekhappen met (snij)koek of brood, om de beurt "moeilijke kunstjes" met de lippen doen (lippen breed, zo klein mogelijk mondjes, zo stijf mogelijk dicht persen), alle poppen, knuffelbeesten en mensen in huis een kusje geven.
4. Blazen
Blazen tegen een veertje/zacht balletje, pingpong balletje (over tafel blazen naar de overkant), met een rietje in een glas water/limonade blazen, bellen blazen, kaars of lucifer uitblazen (vlammetje verder weg is moeilijker), blaasvoetbal of andere blaasspelletjes uit de winkel, golven blazen in een bak met water, blazen op een toeter, mondharmonica, roltong, etc. Een ballon opblazen is meestal moeilijk maar de moeite van het proberen waard.
1. Zachte gehemelte
Het gehemelte bestaat uit een hard gedeelte dat onbeweeglijk is en een zacht gedeelte dat door spieren bewogen kan worden. Het zachte gehemelte kan opgetrokken worden en zo de mondholte van de neusholte afsluiten. Dit voorkomt dat er tijdens het slikken voedsel in de neus komt en zorgt ervoor dat de klank tijdens het spreken vooral door de mond gaat i.p.v. door de neus. Als het zachte gehemelte onvoldoende lang is en er altijd geluid door de neus klinkt, noemen we dit nasaal, hypernasaliteit of open neusspraak.
Er zijn een aantal oorzaken van een niet goed functionerend gehemelte:
Wanneer het niet mogelijk blijkt om het velum voldoende te heffen om de mondholte van de neusholte af te sluiten, wordt overgaan tot het uitvoeren van een spraakverbeterende operatie. Dit wordt een farynxplastiek of velofaryngoplastiek genoemd. Deze chirurgische ingreep wordt uitgevoerd door de plastisch chirurg van ons team.
2. Farynxplastiek
Bij de operatie wordt het zachte gehemelte verlengd. Dit gebeurt doordat een weefselstrook uit de achterwand van de keelholte vast wordt gemaakt aan het zachte gehemelte. De weefselstrook blijft aan één zijde in verbinding met de achterwand van de keelholte. De andere kant wordt ze vastgezet op de achterrand van het zachte gehemelte. Aan weerszijden blijft ruimte over zodat gewoon door de neus geademd kan worden. Tijdens het spreken kunnen deze openingen (poortjes) aan de zijkant worden afgesloten door aanspannen van de spieren van het gehemelte en de keelwand.
Al tijdens de eerste dagen na de operatie merken veel ouders een gunstige klankverandering in de spraak op. Het uiteindelijke effect van de operatie kan echter pas na langere tijd (ongeveer drie maanden) worden bepaald, als de weefsels soepel zijn geworden. Vanwege het genezingsproces en om het kind gelegenheid te geven te wennen aan de nieuwe situatie wordt circa zes weken na de ingreep, indien dit noodzakelijk wordt geacht door de foniater/logopedist, pas weer gestart met de logopedische nabehandeling.
In het algemeen is het zo dat als een farynxplastiek technisch slaagt, er een aanzienlijke vermindering van het luchtverlies via de neus en de open neusspraak wordt bereikt. Al langer bestaande uitspraakfouten kunnen na de operatie wel ineens beter hoorbaar zijn. De ingreep kan worden uitgevoerd vanaf de leeftijd van drie jaar. De operatie duurt ongeveer een uur en de ingreep vindt onder algehele narcose plaats. De opnameduur in het ziekenhuis bedraagt meestal drie a vier dagen. De lasten die een kind van de ingreep heeft, zijn te vergelijken met die van een ingreep aan de keelamandelen. Bij pijn kunnen er pijnstillende medicijnen gegeven worden. De voeding dient in het begin zacht te zijn.
3. Opname in het ziekenhuis
Oproep: Ongeveer een week v oo r de opname wordt u gebeld over de precieze opnamedatum. Meld zaken als verkoudheid, koorts, kinderziekten en medicijngebruik. Indien nodig kan de operatie worden uitgesteld.
Opname: De opname is vaak in het begin van de week op afdeling 9B of 9C. Uw kind kan dan aan het einde van de week weer naar huis. Eén van de ouders kan tijdens de opname bij het kind blijven slapen ('rooming in').
Dag van de operatie: U kunt aangeven of u uw kind wilt begeleiden naar de operatiekamer en aanwezig wilt zijn tot uw kind onder narcose is. De ingreep duurt ongeveer een uur. Na de ingreep heeft uw kind nog pijn en is vaak erg slaperig en soms wat misselijk van de narcose. Het heeft een infuus en mag in de loop van de dag wat water drinken. Als pijnstilling wordt viermaal daags een zetpil paracetamol gegeven.
Na de operatie: De eerste dag na de operatie mag uw kind wat pap eten. Als dat goed gaat wordt het infuus verwijderd. De tweede dag na de operatie mag uw kind gepureerde voeding hebben. Tot twee weken na de operatie moet u op het eten en drinken van uw kind letten. Geprakt warm eten is toegestaan. Harde dingen als brood met korstjes, harde snoepjes en koekjes mag uw kind niet eten. Ook drinken met een rietje wordt ontraden. Let er ook op dat uw kind geen scherpe voorwerpen in de mond stopt.
Meestal krijgen kinderen na de ingreep wat temperatuursverhoging en zijn ze wat opstandig. Ook kan uw kind ongeveer twee dagen een gevoelige en stijve nek hebben. Door de zwelling kan een snurkgeluid optreden. Dit kan tot zes weken na de operatie duren.
De eerste week na de operatie moet uw kind rustig aan doen. Het mag wel naar buiten. De tweede week na de operatie mag uw kind weer naar school. Zwemmen mag na de eerste week. De huisarts wordt schriftelijk op de hoogte gebracht van de ingreep. In de periode na de operatie kan het zijn dat uw kind onrustig slaapt door de narcose. Dit gaat vanzelf over. De hechtingen hoeven niet te worden verwijderd, deze lossen vanzelf op.
Zes weken na de operatie komt u met uw kind bij de plastisch chirurg en bij de foniater/logopedist op controle.
![]() |
![]() |
Afbeelding met toetsemming geplaatst. Bron: www.schisis-cranio.nl