Eerste stappen in verschuiving zorgaanbod Amsterdam UMC

Door de zorg voor specifieke groepen patiënten op één locatie te concentreren, wil Amsterdam UMC de kwaliteit van de patiëntenzorg verder verbeteren. De eerste verschuivingen in het zorgaanbod vinden plaats in november, december en januari: longchirurgie en een deel van oogheelkunde gaan naar locatie VUmc. Orthopedie, de Intensive Care-kinderen en dermatologie gaan naar locatie AMC. In ZorgDomein worden verwijzers automatisch naar de goede locatie doorgeleid.

Op 7 juni tekenden de twee Amsterdamse academische ziekenhuizen hun bestuurlijke fusie. Vanaf die datum zijn AMC en VUmc samen gegaan onder één gezamenlijke naam: Amsterdam UMC. Deze stap maakt het de beide Amsterdamse universitair medische centra mogelijk om in gezamenlijkheid hun kerntaken verder te ontwikkelen: complexe patiëntenzorg, wetenschappelijk onderzoek, en onderwijs & opleidingen.

Zorgvuldig voorbereid en begeleid

De concentratie van patiëntenzorg over en weer is een ingewikkeld proces dat zorgvuldig is voorbereid en wordt begeleid. Patiënten worden geïnformeerd over eventuele veranderingen in hun afspraken. Ook verwijzers worden geïnformeerd over de verschuivingen van specialismen. Zo hebben de specialismen die als eerste schuiven hun verwijzers per brief en e-mail geïnformeerd over de veranderingen. Ook is Zorgdomein zo aangepast dat verwijzers naar de goede locatie worden doorgeleid.

Complexe aandoeningen

De komende jaren zullen er meer concentraties van patiëntenzorg over en weer plaatsvinden. Want door deze concentratie van zorg kan Amsterdam UMC de kwaliteit van de zorg verbeteren en tegelijk de doelmatigheid vergroten. “Het betekent”, leg bestuursvoorzitter Hans Romijn uit, “dat we behandelingen die nu nog op twee plaatsen gebeuren,  gaan concentreren op een van beide locaties: AMC of VUmc. Dat doen we omdat we veel kleine groepen patiënten hebben, met heel complexe aandoeningen. Zij worden behandeld door kleine groepen supergespecialiseerde dokters. Dat is kwetsbaar. Door de zorg voor deze groepen patiënten te concentreren op een van beide locaties, kunnen ook die kleine groepen supergespecialiseerde dokters in grotere groepen samenwerken. Daardoor kunnen ze beter presteren, en is de continuïteit van de zorg beter geborgd.”