PVI bij boezemfibrilleren

Een behandeling waar de afdeling cardiologie van Amsterdam UMC, locatie VUmc in uitblinkt, is PVI bij boezemfibrilleren. Hartritme-medicijnen helpen niet altijd. En soms werkt een medicijn wel goed, maar geeft het ook veel bijwerkingen. In dat geval is pulmonaal vene isolatie (PVI) voor u mogelijk een goede behandeling. Een van onze cardiologen kan dit op onze polikliniek cardiologie beoordelen.  

Meer over de polikliniek cardiologie

Wat is boezemfibrilleren

Boezemfibrilleren (ook wel atriumfibrilleren genoemd) is een hartritmestoornis. Boezemfibrilleren komt vooral voor bij oudere mensen. Bij boezemfibrilleren is uw hartslag onregelmatig, en meestal te hoog. Deze vorm van hartritmestoornis is niet levensbedreigend. Maar om schade aan het hart te voorkomen, moet u vaak wel behandeld worden. Cardiologen van Amsterdam UMC, locatie VUmc, hebben veel ervaring met de behandeling van hartritmestoornissen. 

Oorzaken boezemfibrilleren

Boezemfibrilleren is een typische ouderdomskwaal. Bijna 20% van de 85-plussers heeft hier last van. Maar een hartritmestoornis kan ook een gevolg zijn van een andere aandoening. Bijvoorbeeld:

  • een hoge bloeddruk
  • diabetes (suikerziekte)
  • een ontsteking (zoals een longontsteking)
  • een snelwerkende schildklier
  • andere hartziekten, zoals een hartinfarct, hartfalen, hartspierziekte, hartklepziekte of aangeboren hartafwijking

Symptomen van boezemfibrilleren

Niet iedereen heeft evenveel last van boezemfibrilleren. U kunt klachten hebben zoals:

  • een onregelmatige hartslag
  • hartbonken
  • transpireren
  • duizeligheid

Op de polikliniek cardiologie kunnen wij met verschillende onderzoeken boezemfibrilleren vaststellen. Mogelijke onderzoeken zijn:

  • een hartfilmpje (ECG)
  • een echo
  • holteronderzoek
  • een inspanningstest

Herkent u deze symptomen? Uw huisarts of specialist kan u doorverwijzen naar onze polikliniek cardiologie.

Meer over de polikliniek cardiologie

Behandeling PVI bij boezemfibrilleren (kijkoperatie)

Boezemfibrilleren is niet gevaarlijk, maar het is wel zwaar voor uw hart. Een behandeling is daarom belangrijk. Meestal krijgt u een behandeling met medicijnen. Maar hartritmemedicijnen werken niet altijd. Of de medicijnen werken wel goed, maar geven veel bijwerkingen. In dat geval is pulmonaal vene isolatie (PVI) voor u mogelijk een goede behandeling. Dit is een kijkoperatie, dus met een kleine wond. Uw huisarts of cardioloog kan u naar Amsterdam UMC, locatie VUmc doorverwijzen. 

De prikkels die het hartritme verstoren, komen vaak uit het gebied rond de longaders. Bij PVI blokkeert de arts deze prikkels. Dit gebeurt door met een katheter rond de longaders littekentjes in het hart te branden. PVI wordt daarom ook wel katheter ablatie, of ‘isolatie van de longaders’ genoemd. Via de bloedvaten schuift de arts een katheter, een soort slangetje, naar het hart. Het uiteinde van de ablatie-katheter geeft warmte af. Daarmee worden kleine littekens rond de longader gebrand. Na 3 maanden weten we of de behandeling heeft geholpen. Een deel van de patiënten kan na PVI behandeling zelfs stoppen met alle medicijnen. Als het de eerste keer niet is gelukt, kan vaak ook een tweede of derde behandeling worden gedaan.