Slokdarmkanker

Men spreekt van slokdarmkanker wanneer een kwaadaardige tumor is ontstaan uit cellen van de slokdarm. De namen slokdarmcarcinoom en oesophaguscarcinoom worden ook vaak gebruikt. Er zijn twee vaak voorkomende soorten slokdarmkanker: het plaveiselcelcarcinoom en het adenocarcinoom.

Het plaveiselcelcarcinoom ontstaat uit plaveiselcellen. Dit zijn platte cellen die de binnenste laag van het slijmvlies in de slokdarm vormen. Een plaveiselcelcarcinoom komt meestal bovenin of in het midden van de slokdarm voor, maar kan ook voorkomen aan het uiteinde van de slokdarm.

Adenocarcinomen ontstaan uit cellen in klierweefsel. Dit type slokdarmkanker komt voor onderin de slokdarm. Een adenocarcinoom ontstaat vaak in een Barrett-slokdarm, voor meer informatie, zie de risicofactoren beschreven hieronder.

Wanneer de tumor door de slokdarmwand of door bloedvaten heen groeit, kunnen cellen van de tumor losraken en uitzaaien naar andere delen in het lichaam. Vanuit de slokdarm komen uitzaaiingen bijvoorbeeld terecht in de lever of de longen. Uitzaaiingen heten ook wel metastasen.

Risicofactoren

Per jaar krijgen ongeveer 2500 patiënten de diagnose slokdarmkanker. De meeste patiënten zijn ouder dan 50 jaar en slokdarmkanker komt vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. De exacte oorzaak van slokdarmkanker is onbekend. Wel zijn er een aantal risicofactoren die de kans op slokdarmkanker kunnen vergroten:

  • Roken
  • Overmatig alcoholgebruik
  • Dieet met weinig groente en fruit
  • Overgewicht
  • Brandend maagzuur
  • Barrett slokdarm

Het terugstromen van maagzuur naar de slokdarm wordt reflux genoemd. Wanneer dit frequent voorkomt kan de slokdarm beschadigd worden. Reflux gaat meestal gepaard met klachten van zuurbranden. Reflux kan optreden als de afsluitfunctie tussen de maag en slokdarm niet goed werkt, zoals voorkomt bij een middenrifbreuk. De slokdarm heeft geen beschermlaag voor het zuur uit de maagsappen, zoals de maag die wel heeft. Er kan daardoor een slokdarmontsteking ontstaan. Ook kan de structuur van het slijmvlies in de slokdarm zich aanpassen en op maagslijmvlies gaan lijken om zich te beschermen tegen zuur. Deze blijvende verandering wordt een Barrett slokdarm genoemd. Mensen met een Barrett slokdarm hebben een verhoogd risico op slokdarmkanker.

Klachten

Slokdarmkanker wordt vaak pas laat ontdekt, omdat in het begin nog geen klachten worden veroorzaakt. De onderstaande klachten kunnen voorkomen bij slokdarmkanker:

  • Passageklachten (het gevoel dat voedsel niet goed zakt in de slokdarm)
  • Verminderde eetlust
  • Gewichtsverlies
  • Pijnlijk en/of vol gevoel op het borstbeen
  • Duizeligheid en vermoeidheid door bloedarmoede. Bloedarmoede kan ontstaan door langdurig bloedverlies uit een beschadigde slokdarm.
  • Braken van bloed
  • Chronische hikklachten

Erfelijkheid

Sommige typen kanker kunnen zijn ontstaan door een genetische afwijking die van ouders op kind worden doorgegeven. Er zijn geen aanwijzingen dat slokdarmkanker wordt veroorzaakt door een erfelijke aandoening.