Deltaplan moet overstroomde wachtlijst kennis- en zorgcentrum genderdysforie indammen
De wachtlijst voor transgenders is lang, veel te lang. Jaarlijks melden zich zo’n 300 volwassenen en 150 kinderen en adolescenten aan bij het genderteam. Voor de diagnose kan worden gesteld zijn ze anderhalf jaar verder. Mannen opgesloten in een vrouwenlichaam en vrouwen in een mannenlichaam staan te springen om hulp.
Dat het diagnostische proces en de fysieke transitie tijd kost totdat het lichaam past bij de identiteit, is evident, meent Mick van Trotsenburg, gynaecoloog en directeur van het multidisciplinaire kennis-en zorgcentrum voor genderdysforie. "Tenslotte is het een ingrijpend proces. Maar het mag niet zo lang duren dat mensen uitwijken naar centra die minder zorgvuldig maar sneller zijnof ongecontroleerd met zelfmedicatie starten", waarschuwt hij. Om patiënten binnen een redelijke termijn te kunnen helpen, heeft het genderteam samen met het adviesbureau DePraktijk een deltaplan ontworpen. Dat moet een einde maken aan de overstromende wachtlijsten.
Meer dan gedacht
De tijd tot het eerste screeningsgesprek valt relatief nog mee. "Dat gebeurt binnen drie maanden, omdat we van verschillende kanten informatie moeten krijgen." Tijdens die screening blijkt vaak dat de patiënt ook andere psychische problemen heeft. Ongeveer een derde van de mensen wordt eerst naar een regionale GGZ-instelling doorverwezen voordat het genderteam iemand in behandeling neemt. Voor de overige patiënten begint het lange wachten, alleen al tot de start van de diagnostiek meer dan een jaar.
Het aantal transgenders in Nederland wordt vaak onderschat. "Volgens het Centraal Plan Bureau zitten 0,6% van de mannen en 0,2% van de vrouwen in een verkeerd lichaam. Het gaat dus om zo'n 48.000 Nederlanders. Idealiter zou de behandeling van deze transgenders in totaal zo'n vier jaar in beslag nemen, maar in werkelijkheid duurt het soms wel acht jaar."
De behandeling valt uiteen in vier fases. Na de initiële screening en de diagnose volgt de real life experience, waarin mensen zich in alle situaties in de gewenste identiteit gedragen, een hormoonbehandeling, en tenslotte de operaties, gevolgd door een langdurige, soms levenslange nazorg.
Lastige financiering
Eén van de problemen waar het genderteam mee kampt, is dat genderdysforie geen eigen DBC heeft. Er zijn bovendien twaalf afdelingen bij betrokken, wat het nog complexer maakt. "De vergoeding door verzekeraars is daardoor ingewikkeld. Zo heet de hormoonbehandeling opeens een behandeling van de schildklier of een operatie een ingreep bij kanker. We hebben dat aangekaart bij DBC-onderhoud en hopelijk krijgen we vanaf volgend jaar eigen DBC's."Dat lost meteen ook een ander probleem op: de bekostiging van de psychologische diagnostiek en begeleiding tijdens de transitie. "Dat betaalde VUmc tot nu toe uit de algemene middelen, maar de raad van bestuur heeft laten weten dat daar een einde aan komt."
Zorgverzekeraars hebben eind vorig jaar meer dan twee miljoen euro beschikbaar gesteld om het Deltaplan uit te voeren. "In de komende twee tot drie jaar zullen jaarlijks 150 patiënten extra de diagnostiek instromen, een stijging van 50%. De daaropvolgende hormoonbehandeling is geen knelpunt, maar de operaties natuurlijk wel weer. Daarom hebben we in de avonduren 29 OK-sessies ingekocht. Verder hebben we tijdelijk meer mankracht gekregen, zowel medici als psychologen en administratieve ondersteuning.Wij hopen hiermee de ergste achterstanden te kunnen wegwerken en vanaf 2014 met een structurele financiering van de transgender zorg te kunnen werken ."
Monique Krinkels
bron: Tracer