Hormoonbehandeling transgenders werkt, de risico’s zijn beperkt

Gepubliceerd op: 29-05-2019

Voor het eerst in de geschiedenis van de transgenderzorg in Nederland zijn de effecten van hormoonbehandeling bij transmannen en -vrouwen uitgebreid cijfermatig onderbouwd. Achtereenvolgens zijn de effecten van de endocrinologische behandeling op veranderingen in lichaamsvorm, totale en regionale vet- en spiermassa, en cardiovasculaire risicofactoren bij adolescenten en volwassenen bestudeerd. De wetenschappers beschouwen de resultaten van de bodies in transition als bemoedigend en geruststellend als het gaat om effecten op lichaamsvorm en risicofactoren voor hart- en vaatziekten.

Maartje Klaver, arts-onderzoeker endocrinologie, promoveert 29 mei op bodies in transition. Transgenders die met hun hormoonbehandeling beginnen, kunnen nu beter dan voorheen worden geïnformeerd over de mate waarin hun lichaam zal veranderen en over wat ze kunnen verwachten na een jaar behandeling in de volwassenheid, of na enkele jaren behandeling in de adolescentie. Klaver: ‘Dat is voor transgenders van groot belang zodat er geen irreële verwachtingen ontstaan.’ Klaver en collegae toonden aan dat endocrinologische behandeling van transgenders resulteert in het vrouwelijker worden van lichaamsvorm, lichaamssamenstelling en lichaamsvetverdeling bij transvrouwen (man naar vrouw transgenders) en het mannelijker worden van deze variabelen bij transmannen (vrouw naar man transgenders).

Soort hormoonbehandeling

Klaver en collegae lieten zien dat het type estradiol (vrouwelijk geslachtshormoon) behandeling bij transvrouwen, via de mond (pillen) of door de huid (pleisters), geen invloed heeft op de grootte van de veranderingen in lichaamssamenstelling en lichaamsvorm. Duidelijk is geworden dat het streven naar hogere estradiolspiegels, bijvoorbeeld door meer medicatie te nemen, niet tot meer vervrouwelijking van lichaamssamenstelling en vetverdeling leidt. Bij transmannen lijkt het type testosteron (mannelijk geslachtshormoon)  behandeling wel uit te maken. Het gebruik van testosteron esters (synthetische vorm van mannelijk geslachtshormoon) voor een grotere afname in totale vetmassa en regionale vetmassa in de buik- en heupregio zorgt dan het gebruik van testosteron gel.

Vroege start

De onderzoeksresultaten wijzen erop dat de lichaamsvorm van transmannen op jongvolwassen leeftijd meer leek op die van het ervaren geslacht, als de behandeling in de vroege of mid-puberteit werd gestart dan wanneer de behandeling in de late puberteit werd gestart. Klaver: ‘Deze bevinding pleit voor een vroege start van de behandeling. Het is echter belangrijk dat het diagnostische proces zorgvuldig wordt uitgevoerd en dat het niet onder druk komt te staan door voortschrijdende fysieke veranderingen.’

Hart- en vaatziekten

Tenslotte toonden de onderzoekers aan dat obesitas (zwaarlijvigheid) vaker voorkwam bij transmannen rond het 15de levensjaar, en bij zowel transmannen als transvrouwen in de jonge volwassenheid. Omdat obesitas gerelateerd is aan een vaker voorkomen van verschillende (hart- en vaat) ziekten en het daaraan overlijden, is het van belang dat er tijdens de behandeling voldoende aandacht is voor gewichtsmanagement.

Toekomstperspectieven

Klaver geeft aan dat nadere studie nodig is om zowel bij adolescenten als bij volwassenen, de veranderingen na een langere hormoonbehandelingsperiode te onderzoeken. Om daarnaast te bepalen wanneer het maximale effect bereikt wordt en of het resultaat na een langere behandelduur overeenkomt met waarden van het ervaren geslacht. Een longitudinale studie in een groot cohort met een uitgebreide follow-up zou het mogelijk maken te onderzoeken of de veranderingen in cardiovasculaire risicofactoren ook daadwerkelijk leiden tot meer hart- en vaatziekten op de lange termijn.

Gepubliceerd op: 29-05-2019