Mark Wessels promoveert op onderzoek naar bloed bij MS
Op 1 september promoveert arts-onderzoeker Mark Wessels op zijn onderzoek naar bloed-biomarkers bij multiple sclerose (MS). In zijn proefschrift laat hij zien hoe stoffen in het bloed artsen kunnen helpen om de ziekte beter te begrijpen, de juiste behandeling te kiezen en het effect van medicijnen te volgen.
MS is een auto-immuunziekte, waarbij het afweersysteem het eigen zenuwstelsel aanvalt. Mark richtte zich in zijn promotie op zogenaamde bloed-biomarkers: meetbare stoffen in het bloed die iets kunnen vertellen over ziekteactiviteit of schade in het zenuwstelsel. Zijn doel was om een brug te slaan tussen wat er in het laboratorium gemeten wordt en wat er in de spreekkamer van de neuroloog nodig is. Voor zijn proefschrift maakte Mark gebruik van het Amsterdam MS cohort, zoals het langlopende PrograMS-cohort, waarin ruim 250 MS-patiënten al 10 tot 20 jaar worden gevolgd. Daarnaast gebruikte hij data van verschillende studies waarbij mensen met Ms gevolgd worden die medicatie voor hun MS gebruiken.
Twee veelbelovende biomarkers: NfL en GFAP
In het proefschrift staat onder andere de rol van de biomarkers NfL en GFAP centraal. Volgens Mark is NfL al ver genoeg ontwikkeld om in de dagelijkse kliniek te gebruiken. Deze biomarker kan helpen om ziekteactiviteit of behandelingsrespons in het bloed te meten. GFAP is ook veelbelovend, maar daar is nog meer onderzoek voor nodig voordat artsen deze met genoeg zekerheid in de praktijk kunnen toepassen.
Betere, persoonlijkere zorg voor mensen met MS
De resultaten van het onderzoek geven zicht op betere, meer gepersonaliseerde zorg voor mensen met MS. Door slimme inzet van biomarkers kunnen artsen in de toekomst mogelijk eerder zien of een behandeling werkt, of dat er moet worden overgeschakeld op een andere therapie. Dat kan helpen om de schade door MS zoveel mogelijk te beperken, zodat mensen met MS minder last hebben van hun ziekte in het dagelijks leven.
De volgende stappen na de promotie
Mark verwacht dat NfL de komende jaren breder ingevoerd kan worden in de kliniek. Zo kunnen artsen ervaring opdoen en kan beter worden beoordeeld hoe nuttig deze biomarker op grote schaal is. Voor GFAP zijn grote en langdurige onderzoeken nodig, om zeker te weten wat deze marker precies voorspelt en meet. Zijn proefschrift is daarbij een belangrijke bouwsteen: het bundelt verschillende onderzoeken en databestanden, en levert zo bewijs dat helpt om in de toekomst betere conclusies te trekken over biomarkers bij MS.
Het onderzoek van Mark maakte deel uit van een groot Europees onderzoek, 3TR. In dit project worden zeven auto-immuunziekten, waaronder MS, onderzocht. Onderzoekers in heel Europa verzamelden bloed, urine, speeksel en ontlasting van patiënten die starten met een nieuwe behandeling.