Meten is weten: Resterende leukemiecellen vroegtijdig ontdekken om terugkeer van de ziekte te voorkomen

Gepubliceerd op: 09-01-2019

Jacueline Cloos

Het voorkomen van de terugkeer van de ziekte acute leukemie is de focus van hoogleraar hematologie Jacqueline Cloos. Zij onderzoekt hoe ze het risico op recidive kan verkleinen en wil daarom zo snel mogelijk de eerste tekenen van terugkerende leukemie vaststellen. De terugkeer van de ziekte voorkomen is nodig om de overlevingskansen van kinderen en volwassenen met acute leukemie te verbeteren. Op 9 januari vertelt ze hoe ze dit gaat aanpakken in haar oratie bij Amsterdam UMC. Zij aanvaardt die dag haar leerstoel ‘translationele hematologie, in het bijzonder acute leukemie’.

Behandeling per patiënt aanpassen

Patiënten met acute leukemie zijn goed geholpen met chemotherapie met of zonder stamceltransplantatie. Na behandeling zijn onder de microscoop geen leukemiecellen meer te zien in het beenmerg. Cloos gebruikt geavanceerde technieken om vast te stellen of er toch resterende leukemiecellen aanwezig zijn na behandeling, met behulp van flowcytometrie. Hiermee kan gemeten worden of er nog kleine restjes leukemie achterblijven. ‘Op basis van deze restcellen bepalen we hoeveel risico de patiënt heeft om weer acute leukemie te krijgen en kunnen we de behandeling per patiënt hierop aanpassen’, aldus Cloos. ‘Ook kijken we hoe we de meting kunnen gebruiken om de effectiviteit van nieuwe doelgerichte medicijnen in klinische studies te kunnen bepalen. We doen dit in een relatief kort tijdsbestek, het gaat om enkele maanden en niet over enkele jaren.’ Deze meting wordt niet bij elk ziekenhuisbezoek gedaan, omdat deze vrij belastend is voor de patiënt. Cloos onderzoekt of de meting van restanten leukemie ook in het bloed mogelijk is, dan is de ziekte makkelijker te monitoren.

Stamcellen meten in gestandaardiseerde testbuis

‘Ook monitoren we de leukemie stamcellen tijdens therapie, omdat gebleken is dat we zo het risico op een recidief nog beter kunnen inschatten. Dit doen we onder andere bij ons op het laboratorium door met een gevoelige methode de leukemie stamcellen te meten in het beenmerg van acute myeloïde leukemie patiënten tijdens therapie.’ Deze metingen worden verricht bij patiënten die behandeld worden in verschillende klinische studies wereldwijd. Als een patiënt inderdaad leukemie stamcellen heeft tussen de leukemiecellen, dan heeft de patiënt een slechte prognose. ‘Als we dit vinden, kunnen we overwegen of deze patiënt een stamceltransplantatie moet ondergaan’, zegt Cloos. Haar streven is om met een gestandaardiseerde testbuis ook de stamcellen te kunnen meten.

Nieuwe middelen

Ten derde onderzoekt Cloos welke nieuwe middelen werkzaam zijn tegen leukemiecellen die ongevoelig zijn voor de huidige chemotherapie. Dit onderzoek richt zich momenteel op nieuwe middelen die niet op het DNA maar op het RNA of op eiwitten gericht zijn. Cloos: ‘Bijvoorbeeld middelen die de afbraak van eiwitten remmen, die werkzaam blijken te zijn bij verschillende hematologische maligniteiten. Wij onderzoeken nu of we deze remmers ook kunnen inzetten bij de behandeling van acute leukemie en welke patiënten met name baat hebben bij deze nieuwe strategie.’ En Cloos verwacht veel van ‘splicing’, een proces dat het mogelijk maakt om meerdere eiwitten met verschillende functies van hetzelfde gen te maken. Ons DNA omvat meer dan 20.000 genen en daarmee kunnen we meer dan 100.000 verschillende eiwitten van maken. Bij leukemie misbruiken de cellen die alternatieve eiwitproductie in hun voordeel. Door dit proces in kankercellen te onderzoeken, kan zij met haar team daar in de toekomst mogelijk nieuwe behandelingen voor de patiënt mee ontwikkelen. Recent publiceerde ze hierover een artikel in EBioMedicine van The Lancet.

Gepubliceerd op: 09-01-2019