MS-behandeling beter af te stemmen op de patiënt
In een unieke internationale samenwerking zijn gegevens van twee grote groepen mensen met MS uit Amsterdam en Melbourne samengebracht om beter te begrijpen hoe B-cellen zich gedragen tijdens behandeling met ocrelizumab. In totaal werden de gegevens van 567 patiënten uit de twee academische centra geanalyseerd. Arts-onderzoeker Laura Hogenboom werkte voor dit onderzoek een half jaar in Australië. De resultaten laten zien dat B-cellen tijdens ocrelizumab niet bij iedereen even snel “terug-groeien” (repopuleren). Leeftijd, gewicht, eerdere medicijnen en het aantal infusen hebben allemaal invloed op deze repopulatie. Door deze internationale aanpak zijn de resultaten krachtiger en betrouwbaarder, omdat er naar veel verschillende patiënten is gekeken. De resultaten zijn onlangs gepubliceerd.
Effect van eerdere MS-medicatie op B-cellenDe behandeling die iemand vóór ocrelizumab kreeg, bleek ook van invloed te zijn. Patiënten die eerder natalizumab gebruikten, hadden juist hogere B-celwaarden voordat zij startten met ocrelizumab. Mensen die eerder een sphingosine-1-fosfaatreceptormodulator (S1P-modulator) gebruikten, hadden juist heel lage B-celwaarden vóór de start. De beginwaarde van de B-cellen bleek een voorspeller te zijn voor hoe de B-cellen zich tijdens de behandeling zouden gedragen.
Vroege terugkeer van B-cellen geeft niet meer terugvallen
Een deel van de deelnemers liet een vroege terugkeer van B-cellen zien, namelijk vlak voor het geven van een nieuw infuus. Als iemand al eens zo’n vroege terugkeer had gehad, was de kans groter dat dit bij een volgend infuus nog een keer gebeurde. De onderzoekers vergeleken verschillende patronen van B-celteruggroei met het optreden van terugvallen (relapses) van MS. Daarbij bleek dat mensen met vroege of latere terugkeer van B-cellen niet vaker of minder vaak een terugval kregen.
Wat betekent dit voor toekomstig onderzoek?De resultaten laten zien dat de reactie van B-cellen op ocrelizumab niet bij iedereen hetzelfde is. Leeftijd, gewicht, eerdere medicijnen en het aantal infusen hebben allemaal invloed. Toekomstig onderzoek kan verder uitzoeken welke patronen van B-cellen het beste passen bij goede, langdurige onderdrukking van MS. Met die kennis kunnen artsen misschien in de toekomst het doseerschema beter aanpassen aan de patiënt, bijvoorbeeld door de tijd tussen infusen te bepalen op basis van B-celmetingen in het bloed. Daarvoor moet wel eerst uitgebreider onderzoek gedaan worden naar de relatie tussen de B-cellen en het effect op ziekte-activiteit van MS.
Publicatie
Predictors of B-cell repopulation in people with multiple sclerosis treated with ocrelizumab: insights from two large cohorts
Laura Hogenboom et al.
Journal of Neurology, Neurosurgery and Psychiatry, mei 2026
De werkreis naar Melbourne van Laura Hogenboom is mogelijk gemaakt door een reisbeurs van Stichting MS Research.